Afrika heeft niet als eerste democratie nodig

Zolang de Amerikaanse export van democratie en welvaart fout uitpakt, zal het Chinese model de armen van de wereld steeds meer aanspreken, meent Wei-Wei Zhang.

Veel Afrikaanse leiders op de Chinees-Afrikaanse topconferentie hier in Peking zijn niet alleen gelokt door het vooruitzicht van hulp en handel, maar ook door het Chinese ontwikkelingsmodel. Zij weten dat nog maar dertig jaar geleden China net zo arm was als Malawi. Dat behoort nog altijd tot de armste landen van de wereld, maar de Chinese economie is intussen vernegenvoudigd.

Het Chinese model heeft zelfs in veel opzichten twijfel gezaaid aan de gangbare westerse opvattingen over de bestrijding van armoede en de zorg voor een goed bestuur. De voornaamste kenmerken van dit model zijn:

De mens staat voorop. Sinds 1978 heeft China een nuchtere modernisatiestrategie gevolgd, waarbij het lenigen van de ergste noden van de bevolking vooropstaat. Deng Xiaoping, de architect van de Chinese hervormingen, betoogde dat China „de waarheid’’ alleen „kon zoeken in feiten’’, niet in dogma’s, en dat alle hervormingen rekening moesten houden met de plaatselijke omstandigheden en tastbare vruchten moesten afwerpen.

Voortdurend experimenteren. Alle veranderingen in China worden eerst op kleine schaal beproefd, en pas als blijkt dat ze werken, worden ze elders toegepast.

Geleidelijk hervormen, zonder big bang. China heeft de ‘schoktherapie’ afgewezen; het heeft gewerkt met de bestaande, onvolmaakte instellingen, die het geleidelijk aan heeft omgebouwd en bijgestuurd ten behoeve van de modernisering.

Een ontwikkelingsgezind regime. De veranderingen in China zijn geleid door een sterk, op ontwikkeling gericht regime, dat in staat is nationale consensus over modernisering tot stand te brengen en te zorgen voor een algehele politieke en macro-economische stabiliteit.

Selectief overnemen – ook van het neoliberale Amerikaanse model, en dan vooral de nadruk die dat legt op de rol van de markt, het ondernemerschap, de globalisering en de internationale handel.

De juiste volgorde en prioriteiten. De veranderingen in China sedert 1978 hebben een duidelijk patroon: eerst de gemakkelijke hervormingen, dan de moeilijke; eerst die op het platteland, dan die in de stad; eerst de kustgebieden, dan het binnenland; eerst de economische hervormingen en dan pas de politieke. Het voordeel is dat de ervaringen die in de eerste fase worden opgedaan, het uitgangspunt vormen voor de volgende fase.

De afgelopen 25 jaar heb ik meer dan honderd landen bezocht, merendeels ontwikkelingslanden, waaronder achttien in Afrika. Mijn conclusie is dat op het gebied van de armoedebestrijding en de hulp aan armen en kansarmen het Chinese model, hoe onvolmaakt ook, veel effectiever is gebleken dan bijvoorbeeld het door het Internationaal Monetair Fonds opgezette Structurele Aanpassingsplan voor Afrika ten zuiden van de Sahara, en de ‘schoktherapie’ voor Rusland.

Het Amerikaanse model heeft een sterk ideologisch karakter en is gericht op grootscheepse democratisering. Zonder goed rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden behandelt het Afrika ten zuiden van de Sahara of andere weinig ontwikkelde landen als volgroeide samenlevingen, waar de westerse instellingen vanzelf zullen aanslaan. Het heeft liberalisering opgelegd voordat vangnetten beschikbaar waren, privatisering voordat regulerende kaders waren ingesteld, en democratisering voordat sprake was van een cultuur van politieke verdraagzaamheid en rechtszekerheid.

Veruit de voornaamste opgave voor de meeste ontwikkelingslanden is de uitroeiing van de armoede – een van de wortels van conflicten en diverse vormen van extremisme. Wat zij doorgaans nodig hebben is niet een liberale democratische regering, maar één die in staat is de armoede te bestrijden en die elementaire dienstverlening en veiligheid kan bieden. Daar komt bij dat de voorwaarden voor een liberaal democratisch bewind, bijvoorbeeld rechtszekerheid, een omvangrijke middenklasse en een cultuur van politieke verdraagzaamheid, in de meeste arme landen ontbreken.

Het opleggen van democratisering voordat de tijd rijp is, resulteert vaak in wat Fareed Zakaria ‘onliberale democratieën’ heeft genoemd of, erger nog, in etnische en sektarische conflicten.

Zolang het Amerikaanse model niet in staat is het gewenste resultaat te leveren, wat duidelijk blijkt uit een reeks mislukkingen, van Haïti tot de Filippijnen en Irak, zal het Chinese model de armen van de wereld steeds meer aanspreken.

Ik weet nog goed dat Deng in september 1985 tegen zijn gast president Jerry Rawlings van Ghana zei: „U moet vooral ons model niet kopiëren. Als wij íéts hebben geleerd, dan is het dat beleid moet worden afgestemd op de nationale omstandigheden.’’

Uiteindelijk gaat het erom de beste manieren te vinden om de vele opgaven aan te pakken waar de mensheid voor staat. Het Chinese model, hoe onvolkomen ook, heeft het politieke discours en de politieke wijsheid van de wereld verrijkt en daardoor de beleidsopties verruimd.

Wei-Wei Zhang is senior onderzoeker aan het Center for Asian Studies in Genève en gasthoogleraar aan de Tsinghua-universiteit (Peking) en de Fudan-universiteit (Shanghai). Midden jaren tachtig is hij als Engelse tolk werkzaam geweest voor Deng Xiaoping en andere Chinese leiders.

©International Herald Tribune