Achtervolgd door superdividend

Een jarenlang conflict tussen beleggers en Unilever lijkt met een schikking van 300 miljoen euro te worden beslecht. Maar niet alle beleggers zijn tevreden.

Zeven magere jaren moesten de aandeelhouders van Unilever er voor over hebben. Maar nu eindelijk lonkt dan toch een meevaller: Jules komt over de brug.

Jules was in 1999 bij het zeep- en voedingsmiddelenbedrijf de codenaam voor het speciale dividend dat Unilever uitkeerde. Het grootste ooit in Europa, meende toenmalig bestuursvoorzitter Morris Tabaksblat. Unilever had 15 miljard gulden (6,8 miljard euro) over en besloot het bedrag via een ingewikkelde constructie terug te geven aan de aandeelhouders. En in deze constructie ging het mis.

Om fiscale en juridische redenen werd een deel van het kapitaal uitgekeerd door de verstrekking van speciale preferente aandelen. Daarbij kregen beleggers de indruk dat het concern die vijf jaar later tegen een bepaalde prijs zou terugkopen.

Maar toen het zover was wees Unilever op de kleine lettertjes. Gevolg: de beleggers kregen ruim 400 miljoen euro minder dan sommigen hadden verwacht. Dat deed vooral pijn bij trouwe Unilever-beleggers. Wanneer zij vandaag naar de aandelenkoers van Unilever kijken, zien zij die nog onder het niveau staan van februari 1999, toen het concern zijn omstreden superdividend aankondigde.

De druk op Unilever om wat aan de onvrede hierover te doen, is de afgelopen maanden snel gegroeid. Vooral door de conclusies van de onafhankelijke deskundigen die de Ondernemingskamer van het gerechtshof in heeft geschakeld bij de juridische procedure die beleggers aanhangig hadden gemaakt.

In deze procedure onderzoekt het hof of Unilever in deze kwestie wanbeleid heeft gepleegd. Onderzoekers concludeerden dat toenmalig topman en huidige chairman A. Burgmans aandeelhouders onjuist informeerde, dat het concern beleggers op fiscaal terrein verkeerd voorlichtte, dat Unilever – in strijd met goed ondernemingsbestuur – naliet een onjuiste opvatting in de markt te corrigeren en dat Unilever gebrekkige voorlichting gaf, ook weer in strijd met goed ondernemingsbestuur.

Unilever lijkt nu toe te geven aan de druk om hier wat aan te doen. In het hoofdlijnenakkoord met de Vereniging van Effectenbezitters worden beleggers gecompenseerd die op 23 maart 2004 preferente aandelen bezaten. De dag erna overviel het concern beleggers met de boodschap dat de stukken tegen een lager dan verwachte waarde werden omgezet.

Maar de vraag is hoeveel oppositie deze schikking krijgt. Onderdeel van de overeenkomst is dat de VEB zijn procedure tegen Unilever staakt. Beleggers krijgen 69 procent vergoed van wat zij misliepen. Anders gezegd, 31 procent krijgen zij niet. Daarnaast zijn er beleggers die bewust na 24 maart 2004 de preferente aandelen kochten, omdat zij redeneerden dat er een grotere verplichting op de stukken rustte dan Unilever zei. Zij krijgen gelijk, maar niet hun geld.

Eén groep beleggers zet de procedure tegen Unilever, die de VEB bereid is te staken, alsnog door . Pennywise poundfoolish, schreven de analisten van Stroeve Effectenbank in april 2004 toen Unilever de lager dan verwachte conversieprijs aankondigde. Dat blijkt een correcte analyse.