‘Ach, zo’n overstrominkje’

Ondanks ‘Katrina’ is het rijke muziekleven in New Orleans doorgegaan. Allen Toussaint nam na de ramp een cd op met Elvis Costello. Gisteren trad hij op in Amsterdam.

„De orkaan Katrina en de overstroming daarna hebben de muzikantenwereld van New Orleans niet lamgelegd”, zegt de Amerikaanse popartiest Allen Toussaint, enkele uren voor het concert dat hij gisteren in de Amsterdamse Melkweg gaf. Integendeel, het heeft ons de kracht gegeven om alles opnieuw op te bouwen. Zelf ben ik onmiddellijk weer muziek gaan maken, nadat ik had vastgesteld dat mijn huis met mijn vleugel, apparatuur, muziekbibliotheek en gouden platen bijna geheel was verwoest.”

De 68-jarige pianist, zanger, songschrijver en producer Allen Toussaint stond aan de wieg van de New Orleans soul en funk, die in de jaren zestig voortvloeide uit de sterke rhythm and blues traditie van de stad. Hij spreekt enthousiast over de nieuwe cd The River In Reverse die hij met de Britse zanger Elvis Costello maakte. „Costello had gehoord van de catastrofe en vroeg of hij iets voor me kon doen. Help me muziek maken, zei ik. Thuis had ik alleen nog een synthesizer en een bed op de bovenverdieping. Costello en ik zijn geen van beiden muzikanten die veel tijd in bed doorbrengen. We zijn meteen de studio ingegaan.”

Toussaint deed gisteren zijn reputatie als grootmeester van de New Orleans soul eer aan, met een soloconcert achter de piano waarbij hij demonstreerde hoe invloedrijk de rollende speelstijl van rhythm and blues pianist Professor Longhair voor hem geweest is. „Als klein jongetje kocht ik platen van ‘Fess’ en imiteerde alles wat ik hoorde. Toen ik hem in mijn tienertijd voor het eerst ontmoette, speelde ik hem al zo goed na dat ik niets meer van hem kon leren. Hij zit in alles wat ik sindsdien gedaan heb. Ook de ‘Butterfly’-stijl van pianist Ernest Penn was invloedrijk, met een grote gespreide hand waarmee je bijna een hele octaaf kunt beslaan. Voeg daar het ‘second line’-ritme van de begrafenissen uit New Orleans aan toe, en je hebt het unieke geluid dat alleen uit onze stad kon komen. Zo’n sterke muzikale identiteit roei je niet uit met een overstrominkje; die zit in de mensen zelf.”

Songs schreef Toussaint in de jaren zestig aan de piano, omringd door de artiesten die hij aan hits hielp. „Als ik voor soulzanger Aaron Neville aan het schrijven was, zongen Ernie K-Doe en Irma Thomas meteen de koortjes mee.” Toussaint speelde ze gisteren bijna allemaal: Mother in Law, Working in a Coal Mine, Shoorah Shoorah, in onderkoeld swingende versies en met fenomenaal pianospel. Een fraai gedoseerd optreden deed recht aan zijn legende, van Everything I do gon’ be funky tot een met roerende toelichting ingeleid Southern Nights. Toussaint toonde hij zich een verrassend goede showman die zijn publiek in vervoering achterliet.