‘55.000 martelaren wachten in Iran’

In Iran leidt Arrouzeh Rezaeefar vijf zelfmoordbrigades – inzetbaar, zegt ze, tegen bezetters van een islamitisch land. Grootayatollah Saanei zegt dat het alleen maar propaganda is, en dat ze ‘niet één stap’ zullen zetten.

Een Iraniër vult registratiepapieren in voor Iraanse ‘zelfmoordbrigades’ in de vroegere Amerikaanse ambassade in Teheran, die nu een museum is. (Foto AP) Abolfazl Rafei fills in the papers of registration indicating his readiness for martyrdom, or to carry out suicide attacks against Israel, at the former U.S. Embassy in Tehran, Iran, Monday, April 17, 2006. Iran said Sunday it would give the Palestinian Authority $50 million in aid, moving in for the first time with money after the United States and Europe cut off funding to the Hamas-led government. The posters show former world leaders including former Egyptian President Anwar Sadat, bottom third right, who was shot dead by a group which included Khalid el-Islambuli, at center, in 1981. (AP Photo/Hasan Sarbakhshian) Associated Press

Over vijf brigades ‘martelaarschapszoekers’ – in westerse termen zelfmoordterroristen – beschikt ze, in totaal 1.300 man. Allereerst inzetbaar tegen de westerse „bezettingstroepen” in Irak, maar ook bijvoorbeeld tegen Israël. Tenminste, dat zegt ze, Arrouzeh Rezaeefar, leider van het Iraanse Comité voor de Herdenking van de Martelaren van de Islamitische Wereldbeweging. Grootayatollah Yusuf Saanei, een van de hoogste ‘bronnen van navolging’ in de shi’itische islam, doet Rezaeefars beweging verachtelijk af als „alleen maar woorden, tactiek, propaganda. Ze zullen niet één stap zetten”.

De beelden van de jonge en oude vrijwilligers die in de oorlog van de jaren tachtig blijmoedig de Iraakse mijnenvelden introkken, de steun voor de zelfmoordaanslagen en ontvoeringen van westerlingen door Hezbollah in de Libanese burgeroorlog, en beschouwingen over het shi’itische ‘martelaarscomplex’ bezorgden de islamitische republiek van imam Khomeiny het imago van een terreurstaat. De hervormingsgezinde president Mohammad Khatami normaliseerde de situatie de afgelopen jaren tot op zekere hoogte. Maar met zijn neoconservatieve opvolger Mahmoud Ahmadinejad maakt Iran de indruk op het oude pad te zijn teruggekeerd. Israël moet van de kaart worden geveegd, roept Ahmadinejad. Geen wonder dat het Iraanse nucleaire programma – zuiver vreedzaam, aldus de Iraanse autoriteiten – in het Westen wordt gewantrouwd.

Als Ahmadinejad de buitenwereld wil provoceren kan hij Arrouzeh Rezaeefar goed gebruiken. In haar kantoor in het centrum van Teheran – grote posters van Palestijnse zelfmoordterroristen, voor en na de daad, aan de muur – zit Rezaeefar in haar zwarte chador gehuld achter haar theeblad en presenteert Deense koekjes uit een gebloemd blik. Rezaeefar, veertigster, volslank, gezellig type, was vroeger journalist. Haar organisatie werd oorspronkelijk door een aantal schrijvers en journalisten opgezet, zegt ze, om moslims dichterbij elkaar te brengen. De Amerikaanse inval in Irak en de bezetting van de shi’itische heilige steden Kerbala en Najaf een jaar later (het Amerikaanse offensief tegen de militie van Muqtada Sadr in 2004) waren de aanleiding om er een speciale martelarensectie aan toe te voegen „om de woede van Iran te tonen”.

„Van de Palestijnen leerden we dat martelaarsoperaties de beste aanvalswijze zijn tegen bezettingstroepen. Als je geen leger hebt, geen moderne wapens en moet vechten tegen een vijand die er wel over beschikt, dan is deze strategie het best in de ongelijke oorlog.” Dode burgers zijn geen probleem: „we hebben een religieus principe dat zegt dat als een dief in je huis komt inbreken en zijn familie als menselijk schild gebruikt, jij als moslim zijn familie mag doden. En zelfs je eigen familieleden als die als menselijk schild worden gebruikt. Die laatsten worden dan wel als martelaren beschouwd.” Martelaren zijn niet noodzakelijkerwijs plegers van zelfmoordacties; iedereen die sterft bij de verdediging van islamitisch land wordt als zodanig beschouwd.

In totaal meldden 55.000 vrijwilligers zich aan via de internetsite van de nieuwe groep, vertelt ze enthousiast, uit de hele wereld, voornamelijk intellectuelen en zelfs 35 joden. De zelfmoordbrigades werden vervolgens samengesteld op basis van onmiddellijke beschikbaarheid. De internetsite is overigens inmiddels geblokkeerd „in opdracht van de zionistische lobby”.

Rezaeefars Comité geeft geen militaire training – „de meeste vrijwilligers hebben in de oorlog tegen Irak gevochten of dienstplicht voltooid” – en verschaft ook geen wapens of explosieven – „overal waar wordt gevochten kun je die vinden”. De kandidaten krijgen wel een cursus politiek zodat ze begrijpen wat er in de regio gebeurt, en leren alle verlangen naar plezier op te geven, en leven en lichaam voor hogere doelen te offeren. „Als hun opleiding is afgerond moeten ze in staat zijn zelf de noodzakelijke beslissingen te nemen.”

Voor alle duidelijkheid: het gaat om verdedigingsoperaties, zegt ze, dus haar brigades zullen bijvoorbeeld niet in actie komen in Europa. „De islam staat het niet toe een oorlog te beginnen, wél om jezelf te verdedigen. De individuele moslim heeft het recht te bepalen wanneer hij zich verdedigt en hoe. Hij heeft geen toestemming nodig van een ayatollah of van ons. En het is geen zelfmoord, dat is voor gedeprimeerde mensen, terwijl martelaren hun plicht vervullen en door middel van hun martelaarschap de kortste weg naar de hemel nemen.”

Dat had de regering van president Khatami dan niet goed begrepen, want vanuit die hoek werden herhaaldelijk vragen gesteld over de doelstellingen van het Comité en is zelfs gedreigd in te grijpen. Maar president Ahmadinejad neemt een andere houding in, zegt ze. „In een vraaggesprek met een Amerikaanse zender antwoordde hij op een vraag over ons: ‘Verwacht u dat mensen werkeloos blijven toekijken als u landen bedreigt?’.”

Rezaeefar is heel behoedzaam als het gaat over financiën: „We krijgen in elk geval niets van de regering, en het voordeel is dat ze er dus niet in kan snijden. We hebben niet veel nodig; ons kantoor is het souterrain van het huis van mijn moeder.” Over daadwerkelijke zelfmoordacties wil ze alleen kwijt: „We hebben wel eens wat gehoord.”

Want grootayatollah Saanei heeft waarschijnlijk gelijk dat de zelfmoordbrigades alleen „propaganda” zijn. Ahmadinejad mag dan de zelfmoordbrigades niet zijn afgevallen in het vraaggesprek met CBS; toen vrijwilligers afgelopen zomer naar Libanon wilden trekken om hun steentje bij te dragen tegen het Israëlische leger, hielden de Iraanse autoriteiten hen bij de Turkse grens tegen. En hoewel in Irak haast dagelijks zelfmoordaanslagen worden gepleegd, zijn die tot dusverre niet met Iraanse zelfmoordbrigades in verband gebracht .

In de ontvangstruimte in zijn kantoor in de shi’itische heilige stad Qom zegt groot-ayatollah Saanei niettemin: „Ik geloof dat de organisatie heel slecht is en dat zij moet worden verboden. Maar ik geloof ook dat de regering het misschien niet opportuun vindt om die stap te zetten.”

„Het allerbelangrijkste slechte effect is dat hierdoor moslims in een verkeerd daglicht worden gesteld. Dit is niet de ware islam. Zelfs als terroristen alleen vechten tegen onderdrukking, en geen onschuldige mensen doden, wordt dat niet 100 procent door de islam geaccepteerd. In de islam kan alleen iemand worden gedood na een vonnis door een rechtbank. Sommige bronnen van navolging hebben uitgesproken dat onder bepaalde omstandigheden sommige mensen kunnen worden gedood, maar dat is onjuist. Zelfs als ik denk dat deze persoon zal worden veroordeeld, moet hij toch in staat worden gesteld zich voor de rechter te verdedigen.”

Arrouzeh Rezaeefar haalt haar schouders op. „Wij shi’itische moslims luisteren allemaal naar verschillende geestelijk leiders. Dus volgelingen van Saanei melden zich niet bij onze groep aan.”