‘Ze krijgen praatjes als ze eten hebben’

Het is het leger niet gelukt de 110 paarden te redden in een ondergelopen Friese polder. Vandaag worden ze gevoerd en naar de kant gelokt.

Aan de voet van de Waddendijk bij het Noord-Friese Marrum liggen kadavers van jonge paarden op een hoopje. De poten omhoog, de tanden ontbloot. Een tractor met grijparmen rijdt af en aan om ze te bergen.

Tussen de vijftien en twintig dieren verdronken gisteren in een ondergelopen stuk buitendijks gebied. Achttien veulens zijn gered. Ruim 110 merries zitten nog vast op een eilandje. „Triest hoor”, zegt Sietske Greydanus uit Marrum, die met haar man Bertus en hond een kijkje neemt op de dijk. „Hadden ze er niet een kleedje over kunnen leggen”, vraagt Bertus Greydanus.

Onder aan de dijk liggen vijf rode brandweersloepen werkeloos aan de kant. Achter een tractor schuilt een handjevol bewoners voor een striemende regenbui. In de verte staan de paarden omsloten door water. Een paardenhandelaarster uit Oudebildtzijl („nee, geen naam, dit is een klein wereldje”) blikt naar het zoveelste dode paardje waarmee de tractor voorbijrijdt. „Weer een veulen”, zucht ze. Het gaat haar aan het hart.

Een reddingsoperatie van het leger, met vijftig militairen, werd vannacht afgeblazen. Het plan was om met twee pontons een varend vlot te maken. Maar door de snelle daling van het waterpeil kwam het vlot tot drie keer toe aan de grond te zitten. Ook liep een kabel in een schroef. Een bootje met aan boord brandweerlieden en veearts De Vries uit Hallum voer daarna rond het eilandje om te zien in welke conditie de paarden waren. Die bleek redelijk.

„Doordat het water was gezakt, hadden ze meer ruimte gekregen en stonden de meeste droog”, aldus burgemeester W. van den Berg van Ferwerderadiel op een persconferentie vanmorgen. Kort daarvoor was hij zelf de dijk af naar beneden gelopen. „Ik heb de pest in, maar dat mag je niet opschrijven”, zegt hij. „Door het lage water kwamen de pontons vast te zitten.” Ook met een boot van terreinbeheerder It Fryske Gea lukt het niet het eiland te bereiken.

De nieuwe strategie is om de paarden in kleine bootjes water en voer te brengen en ze daarna met twee ‘lokpaarden’ naar de kant te krijgen. De paarden kunnen teruglopen als het waterpeil ongeveer een halve meter hoog is, denkt directeur U. Hosper van It Fryske Gea. Dat kan vandaag of morgen zijn.

De paardenhandelaarster ziet dat niet zitten. „De dieren houden het niet nóg een nacht vol.” Als de merries voer krijgen en aansterken, zijn ze niet genegen naar de kust te lopen, waarschuwt ze. „Dan krijgen ze praatjes.” Ze weet waarover ze praat, want ze werkt al dertig jaar met paarden, zegt ze. Met een verrekijker heeft ze naar de dieren getuurd. „En die stonden er niet goed bij”, onderstreept ze. „Sommige dieren waren er zelfs al bij gaan liggen.” Ze vreest dat het dodental zal oplopen.

De Partij voor de Dieren zou vandaag aangifte doen tegen zowel eigenaar A. Lootsma als It Fryske Gea. Volgens de partij zijn zij nalatig geweest. Ze wil maatregelen om „soortgelijke misstanden” in de toekomst te voorkomen. Volgens eigenaar Lootsma is echter sprake van overmacht. „We hebben in dat gebied al jaren paarden staan. Achteraf weet je alles beter. It Fryske Gea zei ons de nacht voordat het water ging stijgen nog dat de dieren er konden blijven staan.” De eigenaar krijgt een proces-verbaal wegens nalatigheid, meldde burgemeester Van den Berg.

Hoeveel de operatie kost, is onbekend. Als de eigenaar onrechtmatig heeft gehandeld, zullen de kosten op hem worden verhaald, aldus Van den Berg. Defensie brengt alleen de „additionele kosten”, zoals brandstof, in rekening, zei majoor W. Hottinga van de genie uit Wezep vanmorgen. „De rest is voor het goede doel.”