Wijn verkopen is steeds moeilijker

De Franse wijnboeren maken meer wijn dan ze kunnen verkopen.

Maar hun wijnbouw aanpassen, willen ze niet.

Francis Géa (53) is een wijnbouwer die alles eigenlijk verkeerd doet. Op zijn eigen wijngaarden in de Languedoc maakt hij geen eigen, exclusieve wijn. In plaats daarvan levert hij elk jaar netjes zijn druiven in bij een cave coopérative in zijn woonplaats, het dorp Ferrals-les-Corbières, vlakbij Narbonne.

Om succesvol wijnbouwer te worden, zou hij volgens economen voor elke euro die hij in zijn wijngaard investeert, minimaal hetzelfde bedrag moeten besteden aan marketing. Maar Géa levert alleen druiven: „Het wijnhuis moet de marketing doen”, zegt hij, „maar dat doet het niet.”

Géa’s wijngaarden liggen er gelukkig bij, vindt hij. Ze glimlachen. Door zijn goede zorg. Maar nu levert hem dat extra problemen op. Het is al drie jaar crisis in de Franse wijnbouw – en nu heeft Géa op elke hectare meer kosten dan inkomsten. Hij verdient niets meer. ,,Nog zeven jaar”, zucht hij. ,,Dan ga ik met pensioen en ga ik alleen nog voor mijn plezier verbouwen. Ik zal me wel redden.”

Of dat zal lukken is de vraag. Het is niet de eerste crisis in de Franse wijnbouw, maar de experts zijn eensluidend: dit keer is de situatie ernstiger, want de oorzaken zijn niet van voorbijgaande aard. De wijnconsumptie op de Franse thuismarkt is in veertig jaar gehalveerd en blijft dalen. De internationale concurrentie neemt alleen maar toe. De wijnen uit de ‘nieuwe wereld’ – Australië, Chili, Zuid-Afrika – veroveren elk jaar een groter marktaandeel. Zij gebruiken industriële technieken, zoals het irrigeren van wijngaarden en het toevoegen van suikers aan wijn, die de Franse wijnboeren zichzelf ontzeggen.

Géa kan er over meepraten. Hij bestuurt het coöperatieve wijnhuis zelf, samen met 120 anderen, onder wie postbodes, gemeenteambtenaren, onderwijzers, de bakker, de slager en andere streekgenoten die de wijnbouw allang hebben opgegeven – maar niet hun zeggenschap daarover. „Een coöperatief wijnhuis werkt niet als een bedrijf”, zegt Géa.

Dat geldt ook voor de sector als geheel. Als een groepje een vernieuwing wil doorvoeren – met uitgekiende irrigatie zou je in de Corbières meer uitstekende wijn kunnen maken – duurt het minstens tien jaar om alle vertegenwoordigende organen mee te krijgen. Zij beslissen of wijn het keurmerk appelation d’origine controlée kan krijgen. Dat is een kwestie van regels: elke AOC heeft zijn eisen aan productiewijze. De kwaliteit van AOC-wijnen kan zeer uiteenlopen.

In feite drijft de Franse wijnindustrie op een paar topwijnen – grands crus uit voornamelijk de Bordeaux en Bourgogne. Frankrijk is door die wijnen de grootste exporteur naar de grootste groeimarkt ter wereld: Azië. Maar tachtig procent van de Franse wijnboeren merkt daar niets van. Zij zitten juist met een groeiende plas overtollige wijn, die ze ook voor dumpprijzen niet kunnen slijten.

In de Corbières, waar Ferrals ligt, is dat niet anders: van de 540.000 hectoliter met het keurmerk AOC Corbières van vorig jaar was in juli nog 230.000 liter onverkocht. „Als mensen kunnen kiezen tussen een Bordeaux en een Corbières van 1 euro 50, weet je het wel”, zegt Géa.

Volgens sommigen is voor het overschot een overzichtelijke oplossing: minder wijn maken. De Europese Commissie lanceerde in de zomer een plan om de wijnbouw in Europa met 400.000 hectare in te krimpen, een reductie van twaalf procent. Wijnbouwers krijgen aantrekkelijke stoppremies als zij hun wijngaarden rooien.

In Frankrijk zou dat neerkomen op een einde aan vele duizenden van de 144.000 bedrijven in de wijnsector. De beweging is al op gang. In Ferrals-les-Corbières is vorig jaar tweehonderd hectare braak komen te liggen omdat wijnbouwers de huidige stoppremies van de Europese Unie aantrekkelijker vonden dan doorgaan. In één klap verdween zo een zesde van het wijnareaal in het dorp. Maar de Franse regering verzet zich tegen de hervorming van de Commissie. Ook de Franse wijnsector wil zijn wijnbouwers niet opgeven.

Dat er te veel wijn zou zijn, hoor je dan ook niemand zeggen op de eerste Université de la Vigne et du Vin, die vorige week in Ferrals-les-Corbières werd gehouden. Tweehonderd wijnboeren en vertegenwoordigers uit de wijnsector zijn bijeengekomen om de crisis te bespreken.

Waar het om gaat, zegt Hervé Hannin, econoom aan het Institut des Hautes Etudes de la Vigne et du Vin in Montpellier, is dat de grootste wijnindustrie ter wereld slecht voorbereid is op de mondialisering van de wijnmarkt. Wereldwijd bepaalt de overzichtelijke indeling in cépages – wijnvariëteiten op basis van een enkele druivensoort – steeds meer de markt. Frankrijk stelt daar 450 appelations controlées tegenover, vaak samengesteld uit verschillende cépages en voor de niet-ingevoerde klant behoorlijk onoverzichtelijk.

Franse wijnbouwers moeten af van de gedachte dat wijn vanzelf wel verkoopt, als-ie maar goed is, zegt Hannin. In nieuwe wijnlanden als Australië en Nieuw-Zeeland worden ook exclusieve kwaliteitswijnen geproduceerd. Maar tegelijk promoten ze zonder schroom massawijnen, „voor mensen die er niets van af weten”. Alle wijn is goed, is zijn boodschap. „Als je maar weet voor welke markt, en dat in drie woorden kunt uitleggen.”

Zijn betoog valt niet bij iedereen in goede aarde. Een wijnbouwer betoogt dat wijn „geen gewone koopwaar” is, maar „een drank tussen het goddelijke en het profane, dat we in miljoenen jaren hebben opgebouwd”. De Wereldhandelsorganisatie WTO zou Franse wijn moeten opnemen in het mondiale culturele erfgoed, betoogt hij. Hij krijgt gul applaus uit de zaal.

Volgens Hervé Leferrer, voormalig directeur van grote wijnen uit de Bourgogne en sinds begin jaren negentig eigenaar van het Domaine des Grands Crés in Ferrals, heeft de steun aan wijnboeren een averechtse uitwerking. „Een slechte slager gaat failliet omdat hij zijn vlees niet meer kan verkopen. Maar een slechte wijnboer wordt geholpen door de Europese Unie.” Voor hem staat het vast dat veel wijnboeren zullen verdwijnen.