Wij zijn een gelukkig olifantje

Overleven, wij hoeven het niet zo vaak te doen. Ons deel van de wereld is rustig en welvarend, er vinden zelfs amper natuurrampen plaats – wij wonen binnen een omheind stukje grond. Zo althans kon je het makkelijk denken, kijkend naar Femke Halsema die met voormalig GroenLinks-collega Paul Rosenmöller voor IKON op stap mocht en als reisdoel Melilla had gekozen, de Spaanse enclave in Marokko. Niet zo heel lang geleden was deze enclave veel in het nieuws wegens de grensbestormingen. Wie vanuit Afrika kans ziet Melilla binnen te komen, is in Europa en dus in het paradijs. Zo wordt dat tenminste gedacht. De jongen uit Guinee Bissau die Halsema en Rosenmöller spraken aan de andere kant van het met pepperspray en prikkeldraad beveiligde metershoge hek, zag het beslist zo.

Halsema had zich naast dat hek tamelijk onthutst betoond. „Dan hoor je al die rechtse politici praten over de verlichting en democratie en vrijheid en al die mooie dingen, maar dít is wat Europa beschermt”, zei ze lichtelijk demagogisch, want het zijn niet alleen rechtse politici die nogal van democratie en vrijheid en „al die mooie dingen” houden. En ook Halsema gaf uiteindelijk toe dat ze bereid was voor ons Europese leven de prijs van dit hek te betalen, mits er maar intussen hard gewerkt werd aan de ontwikkeling van Afrika en de derde wereld. Dat zal menig rechtse politicus van harte met haar eens zijn.

Intussen was het wel een goed idee om met Rosenmöllers Reisbureau nu eens naar een plek te gaan waar je eigen probleem in al zijn naaktheid ligt. Hoe moeten we met immigratie omgaan? Kijk naar het hek en denk na over je standpunten.

Aan de jongen uit Guinee Bissau, die aan de andere kant van het hek met zijn kameraden in het bos leeft, „als beesten” zei hij zelf, moest ik denken bij het kijken naar het prachtige olifantenprogramma in Natural world op BBC 2. Van olifanten kun je makkelijk gaan houden en Martyn Colbeck, die al vijftien jaar een troep savanneolifanten in Kenia volgt, was dat gaan doen en maakte ons en passant ook verliefd op het leukste olifantenkalf van Afrika, dat in het water viel, over bomen struikelde, lachend rondrende met flapperende oren en zwaaiend slurfje – wat was dat jong gelukkig. Heel anders dan zijn soortgenootjes in Namibië die Colbeck ook bezocht. De olifanten daar trekken door enorme zandduinen van water tot water, hopelijk net snel genoeg om te overleven. Het broodmagere kalf dat we achter zijn moeder aan zagen sjokken overleefde niet. Deze olifanten, zei Colbeck, gedragen zich heel anders dan hun soortgenoten in de savanne. „Die zie je spelen, die maken plezier. Deze niet. Die overleven alleen maar.”

Zij en wij. Ook Madonna hoorden we erover, die later die avond op de BBC geïnterviewd werd in een bespottelijk decor met veel lappen en zwarte kaarsenkandelaars, waar de interviewster per ongeluk in neergeploft leek. Na het gesprek met haar kwam de vraag aan de orde of je, als je niet alle kinderen van Afrika kunt redden, er ook maar van af moet zien om één kind een beter leven te geven. Daarover werd gediscussieerd op BBC’se wijze – fel, maar heus.

En dan had je op het gebied van overleven het adembenemendste nog niet eens gezien – een docudrama op Canvas over twee bergbeklimmers in Peru, Touching the void. Je hart bonst de hele film lang, ook al zie je de man die met een gebroken been op een richel aan de rand van een sneeuwkloof achterblijft, levend in de studio zitten. Het kán niet dat hij is teruggekomen. Maar ja, die is wel eerst zelf die bergen ingegaan.

Lees ook ‘Ogen’ op www.nrc.nl/ogen