Was ongeluk Juliana een aanslag?

In augustus 1938 hebben de nazi’s geprobeerd prinses Juliana te vermoorden. Haar dood moest de weg vrijmaken voor een machtspositie in Nederland voor de man met wie ze anderhalf jaar eerder was gehuwd, prins Bernhard.

Zo boud wordt het niet beweerd in deel 2 van Agent Orange, de stripbiografie van prins Bernhard. Maar scenarist Mick Peet en tekenaar Erik Varekamp suggereren het wel degelijk. En historicus Coen Hilbrink eindigt zijn epiloog met veelzeggende vragen. „Zou in dat geval Bernhard, na de bezetting van Nederland door zijn voormalige landgenoten, het land als regent van prinses Beatrix zijn gaan besturen? Als stadhouder van Nederland? Of als Gauleiter van het Derde Rijk?”

Achterin Het huwelijk van Prins Bernhard, dat vanmiddag zou worden gepresenteerd, staan de brieven afgedrukt die fungeren als vertrekpunt voor deze speculaties. Ze gaan over een ongeluk met de auto van Juliana op 17 augustus 1938, toen ze op weg was van Salzburg naar Venetië. Bernhard zat niet in de Mercedes-Maybach. Gevaarlijk rijgedrag van een tegenligger dwong Juliana’s auto van de weg, de tegenligger reed door. Begeleidend veiligheidsagent C. Sesink wist het kenteken van de auto te noteren, en zag dat de bijrijder een SA-uniform droeg.

In een brief aan zijn collega van Buitenlandse Zaken vraagt de minister van Justitie vijf dagen later, op verzoek van Juliana, om de zaak uit te zoeken. De autoriteiten in Berlijn laten op 1 november 1938 echter weten dat het om een vergissing moet gaan. Het genoteerde kenteken hoort bij een vrachtwagen die in 1937 uit roulatie is genomen. Zo’n onbevredigend antwoord past bij een aanslag, suggereren de auteurs.

Het was inderdaad „een beetje merkwaardig ongeluk”, vindt Cees Fasseur, die er melding van maakt in zijn Wilhelmina-biografie, inclusief vindplaats van de brieven in het Nationaal Archief. Maar speculeren over een aanslag is „een leuk tijdverdrijf voor winteravonden”. Fasseur: „Wilhelmina was toen 58 en zou de troon binnenkort afstaan. Maar als Juliana haar niet zou opvolgen, zou er nooit een Duitse prins als regent zijn aangewezen.”

Net als in deel 1 van Agent Orange, waarin Bernhards lidmaatschapskaart van de NSDAP werd afgedrukt, nemen de auteurs historische feiten wel degelijk serieus. De uitvoerige geschiedschrijving, tot en met het strijdverloop van de Spaanse Burgeroorlog en tal van gedocumenteerde bijfiguren, laat maar net ruimte voor grapjes. Scenarist Peet: „Wij brengen de feiten zoals die zich hebben voorgedaan, ontleend aan wetenschappelijke literatuur. Alle personages, ontmoetingen en gebeurtenissen zijn authentiek, alleen de dialogen zijn van ons.” Volgens Peet wordt de strip gebruikt door geschiedenisleraren.

Deel 2 van de geplande vijfdelige biografie beslaat de periode 1934-1938, de periode rondom het huwelijk met Juliana. Ondanks een kruiperige houding tegenover Hitler trekken de auteurs de loyaliteit van Bernhard jegens Nederland niet in twijfel. Wel benadrukken ze dat het grote Duitse chemiebedrijf IG Farben en Bernhards ‘stiefvader’ Panchoulidchev aanstuurden op het huwelijk. Duidelijk wordt ook dat het huwelijk al voordat het begon gedoemd was te mislukken.