Stijging zeespiegel vergt forse ingrepen

Als de zeespiegel met meer dan anderhalve meter gaat stijgen, zijn in Nederland uiterst kostbare maatregelen nodig, zoals de aanleg van een tweede duinenrij langs de gehele kust.

Ook afvoer van het rivierwater van de Rijn via de IJssel naar de Waddenzee is dan noodzakelijk. Dat schrijft het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in een advies aan de politiek, de zogenoemde duurzaamheidsverkenning.

Nederland kan een stijging van de zeespiegel van één meter over honderd jaar bijhouden met beperktere technische en ruimtelijke maatregelen. Anderhalve meter zeespiegelstijging is een „omslagpunt”, aldus het MNP. Tot anderhalve meter zijn technische maatregelen mogelijk, zij het met grote gevolgen. „Naast veel hogere kosten moet er ook rekening mee worden gehouden dat het landschappelijk aanzien van Nederland verandert. Het rivierenlandschap zal worden gekenmerkt door industrieel aandoende hoge dijken die moeilijker inpasbaar zijn in het landschap.”

Méér dan anderhalve meter moet leiden tot andere oplossingen, stellen de onderzoekers. Zoals een andere kustverdediging, het concentreren van woon- en werkgebieden op hogere delen van Nederland en de afvoer van rivierwater via de IJssel naar het IJsselmeer en van daaruit via de Waddenzee naar de Noordzee.

Klimatologen van het KNMI gaan uit van een stijging van de zeespiegel van maximaal 85 centimeter over honderd jaar. Paleontologen daarentegen houden meer rekening met de gevolgen van versnelde smelting van landijs op Groenland en het westelijk deel van Antarctica, zoals die de afgelopen jaren is waargenomen. Deze versnelde smelting is cruciaal voor Nederland, aldus het MNP. „De houdbaarheid van Nederland hangt op langere termijn af van Groenland en Antarctica.”

De onderzoekers adviseren het kabinet een plan te maken met alle mogelijke oplossingen en consequenties daarvan. Ook moet het duidelijk worden of de overheid zelf verantwoordelijkheid neemt voor mogelijke gevolgen of dit overlaat aan de markt. Het MNP noemt het „opvallend” dat „geen van de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen hierover een uitspraak doet”. Klimaatbeleid komt hierin nauwelijks aan bod.

Aanpassingen kunnen beperkt blijven als de wereld erin slaagt de uitstoot van broeikasgassen te beperken, aldus het MNP. De reductie verloopt echter moeizaam.