Rubens & Brueghel

Het grote gebaar kenmerkt het werk van de Antwerpse schilder Peter Paul Rubens (1577-1640). Grote oppervlakken naakt mensenvlees zijn prominent in zijn werk aanwezig. Maar ook gaf hij materialen, en bijvoorbeeld landschappen of dieren weer met brede penseelstreken. Die bracht Rubens op in dunne lagen over elkaar om zo effecten van kleur en licht te bereiken. Een groter contrast met het werk van zijn stad- en tijdgenoot Jan Brueghel de Oude (1568-1625) is moeilijk denkbaar. Brueghel werkte, in de traditie van Vlaamse schilderkunst, met minutieuze penseelstreekjes in dekkende verf, waarmee hij uiterst gedetailleerd bloemen, planten en dieren weergaf. Toch hebben deze twee ogenschijnlijk zo verschillende schilders in zo’n 25 werken nauw samengewerkt. Een expositie in het Mauritshuis toont daarvan een dozijn staaltjes, aangevuld met twaalf schilderijen die Rubens en Brueghel elk samen met andere meesters hebben uitgevoerd. In het vroegmoderne Europa was artistieke samenwerking verre van uitzonderlijk. Uit oogpunt van doelmatigheid werkten in schildersateliers verschillende kunstenaars samen, maar de samenwerking van tussen Brueghel en Rubens was anders van aard. In een magnifiek werk als De terugkeer van de oorlog, een groot schilderij waarin de oorlogsgod Mars wordt ontwapend door Venus (ca. 1610) hanteert elk van de twee meesters zijn eigen stijl. In de figurengroep zijn het glanzende harnas van Mars een de romig-witte huid van Venus typisch voor Rubens. Zij worden omgeven door een grotachtige architectuur, bezaaid met minutieus door Brueghel weergegeven voorwerpen. De opzet van het schilderij was van Brueghel, die slechts globaal aangaf waar hij de figuren gedacht had.

Rubens en Brueghel samen; een artistieke vriendschap t/m 28 jan in het Mauritshuis, Korte Vijverberg, Den Haag. Di-za 10-17u, zo 11-17u.