Rode glamour

Nederland loopt weer voorop, we staan er beter voor dan vier jaar terug en, nou ja, ik hoef u dat allemaal niet te vertellen, daar hebben we een premier voor. Heel Nederland bloeit!

Heel Nederland? Nee, een kleine ondernemersgroep blijft een hardnekkige teruggang beleven, terwijl het juist een van ’s Hollands roemrijkste branches is, meer nog dan onze VOC. Bordeelbezoeken, seksclubs en raamprostitutie zijn op hun retour. Waar zijn al die hoeren heen? Kassameisje geworden bij de Hema? Mogelijk. Het kan ook zijn dat ze na de legalisering in 2000 de illegaliteit zijn ingegaan. Amateurprostitutie via internet of tippelen.

Vorige week was ik bij een bijeenkomst waar Metje Blaak – ex-prostituee, hoerenpeettante en woordvoerster van prostituee-organisatie De Rode Draad – voor studenten sprak. „Cohen wil de tippelzones sluiten, maar heeft niet door dat heel Amsterdam één grote tippelzone is geworden”

Andere verklaringen voor de teruglopende inkomsten: erotisering van het uitgaansleven, meer kinky seks in de eigen slaapkamer.

Ik vraag me af hoe erg het is dat men blijkbaar onbetaald beter aan zijn trekken komt. Voor de branche is teruglopende klandizie akelig, maar ik vermoed dat er weinig blije hoeren bestaan. Het is geen straf weer een gewoon baantje te moeten nemen.

Natuurlijk: het is goed dat de Rode Draad de misstanden bij de achterblijvers aan de orde stelt en het is aan politie en politiek om keihard op te treden, maar zouden de cijfers er op kunnen duiden dat het ook onder de gordel weer goed gaat met dit land? Meer vertier in de eigen slaapkamers.

„Zorg als prostituee dat je eigen man ook iets van de glamour meekrijgt”, zei Blaak ook nog. „Draag daarom speciale lingerie voor thuis.”

Hoeveel glamour zit er in een vak waarbij je na een klant of twintig maar weer een lik glijmiddel tussen je benen smeert en je de zoveelste dronken toerist zijn ding laat doen, onderwijl op je horloge blikkend om na het toegemeten kwartiertje te kunnen zuchten: „Je tijd is bijna om schatje...”

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.