Rattle als Orfeus met zijn lier

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Simon Rattle m.m.v. Magdalena Kozená, mezzosopraan. Gehoord: 1/11 De Doelen Rotterdam. Herh.: 3, 4/11. Res. 010-2171717.

De Rotterdamse concertzaal De Doelen, geopend op 18 mei 1966, vierde gisteravond het 40-jarig bestaan met een feestconcert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Sir Simon Rattle. Het eerste Rotterdamse optreden van de chef van de Berliner Philharmoniker sinds 2001 was een krachtige herinnering aan de tijd dat de nu wereldberoemde Rattle in Rotterdam frequent gastdirigent was.

Bij zijn eerste en zeer succesvolle optreden in Rotterdam in 1978 was de 23-jarige Rattle een zwarte krullebol, nu is hij al jaren grijs-wit. Het Rotterdamse centrum had toen nog een deels landelijk karakter. Achter De Doelen lag een wei met een hertenkampje.

Rattle dirigeerde het Rotterdamse orkest ook bij de Nederlandse Opera in Amsterdam in fenomenale begeleidingen van Debussy’s Pelléas et Mélisande en Wagners Parsifal en Tristan und Isolde. Daarnaar verwees de opening van het concert: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde, onwaarschijnlijk licht en transparant uitgevoerd. Het was knap hoe lang Rattle de verdichtingen en climaxen wist uit te stellen. De laatste had wel meer zwaarte mogen hebben.

Ongelooflijk licht en kamermuzikaal klonken ook Mahlers Rückert-Lieder, gezongen door de mezzosopraan Magdalena Kozená, tevens mevrouw Rattle. Ideaal was de volgorde met Blicke mir nicht in die Lieder als een terloopse opening, met een gelukkig nu eens niet pompeus gezongen Um Mitternacht in het midden en met het etherische Ich bin der Welt abhanden gekommen als slot. Kozená’s warm-gouden glimmende jurk straalde hier af op haar glanzende zang.

Zwaarte was er eindelijk in de opening van de Eerste symfonie van Brahms met de imponerende lange reeks paukenslagen. Maar ook hier realiseerden Rattle en het uitstekend spelende orkest een steeds helder klankbeeld in een slanke uitvoering met een klassieke interpretatie met prachtige momenten. Bij de climax in het eerste deel maakte Rattle gebaren als Orfeus met zijn lier. En in het tweede deel was er een superieur stralende solo van concertmeester Igor Gruppman.