Politiek komt er niet uit: wat is noodzakelijk?

Illegalen krijgen alleen zorg als het medisch nood-zakelijk is. De minister vindt dat een arts ook moet letten op de verblijfsduur van de patiënt.

Moet een dokter een vrouw helpen die een knobbel in haar borst heeft, maar geen verblijfsvergunning bezit? En wat moet een arts aan met een hier illegaal verblijvende patiënt, die blind dreigt te worden maar wiens leven daardoor niet wordt bedreigd?

Op die vragen hebben de Tweede Kamer en minister Hoogervorst (Volkgezondheid, VVD) de afgelopen dagen antwoord gezocht. Maar zij kwamen er niet uit. Zij laten het nu aan zorgverleners zelf over in een richtlijn te omschrijven wat medisch noodzakelijke zorg is, om artsen die illegalen in hun praktijk krijgen een handvat te bieden. Een motie van GroenLinks en de PvdA om extra geld uit te trekken voor deze zorg aan illegalen in een speciaal waarborgfonds, kreeg geen meerderheid omdat het CDA afhaakte.

Het probleem is dat artsen nu moeten gissen welke medisch noodzakelijke zorg aan illegalen zij vergoed krijgen. Dat is niet precies omschreven in de wet. Op verzoek van de Kamer had minister Hoogervorst zijn uitleg van het begrip ‘medisch noodzakelijke zorg’ waarop illegalen wettelijk recht hebben, in een brief uiteengezet. Maar die brief riep volgens de meeste volksvertegenwoordigers meer verwarring op dan er bestond. Hoogervorst zegt daarin dat „de noodzaak van de medische zorgt dient te worden bezien in samenhang met de duur van het verblijf” van de patiënt.

Kamerlid Vendrik (GroenLinks) verwoordde de verontwaardiging van de oppositie en zei: „Moet een arts rekening houden met de status van een patiënt? Wat moeten wij ons daarbij voorstellen?” Hij kreeg bijval van Kamerlid Rouvoet (ChristenUnie) die het zeer „bedenkelijk” vindt dat artsen wel een zorgplicht hebben, maar dat de minister de vergoeding van die zorg ter discussie stelt.

Het was Rouvoet die het onder de toenmalige minister Borst voor elkaar kreeg dat de wet werd aangepast. De wet zorgde in die tijd voor veel onduidelijkheid, omdat zij bepaalde dat illegalen alleen zorg konden krijgen in acute noodsituaties. Daarvoor in de plaats kwam de ruimere term medisch noodzakelijke zorg, die Borst ook veel duidelijker vond. Het was aan de arts om te bepalen wat hij daaronder verstond.

Rouvoet zei daarom: „De duidelijkheid van een aantal jaren geleden zal hersteld moeten worden. De politiek moet niet nadere beperkingen opleggen aan artsen.” Hoogervorst verzette zich daartegen en zei telkens weer dat de arts moet beoordelen of een behandeling wel echt „hier en nu noodzakelijk” is. Vendrik wees de bewindsman erop dat die toevoeging nergens in de wet staat. Arib (PvdA) deelde die opvatting: „U lapt de wet aan uw laars.”

De vraag of iemand rechtmatig in Nederland verblijft, zei Rouvoet, is voor de arts niet relevant. „Die stelling van de minister is echt zeer dubieus.” Volgens Rouvoet mag de politiek artsen niet opzadelen met „oneigenlijke overwegingen” voordat zij zorg gaan verlenen. „Het is toch niet zo dat bij een illegaal de medische noodzaak minder zou zijn dan bij een legale patiënt met dezelfde klachten?”

De VVD kan zich wel in de redenering van Hoogervorst vinden. CDA’er Smilde zei tevreden te zijn met de toezegging van de minister om de knelpunten te onderzoeken. Kamerlid Van der Vlies (SGP) „worstelde” met de kwestie. „Is er medisch noodzakelijke zorg denkbaar die uitstelbaar is”, vroeg hij de bewindsman. „Als die niet hier en nu gegeven wordt, is er dan wel uitzicht dat de patiënt die zorg in zijn land van herkomst krijgt? Daar zit het pijnpunt als je let op de morele standaarden die wij hebben.”

Hoogervorst gaf aan dat het om een „gecompliceerde zaak” gaat. Hij schetste het dilemma aan de hand van twee extreme situaties. „Of je zegt: illegaal is illegaal en je geeft deze mensen geen enkele medische zorg. Mensen met een hartaanval moeten dan eerst hun verzekeringspapieren laten zien, voordat ze behandeld worden. Of je geeft iedereen die in Nederland verblijft, legaal of illegaal, alle zorg uit het basispakket, zelfs als er geen enkele urgentie is.”

Door dat laatste zouden volgens Hoogervorst „massaal” mensen uit arme landen hier naar toe komen voor gratis medische zorg. Dat zou oneerlijk zijn jegens Nederlandse burgers die jaarlijks 3.400 euro aan zorgpremies ophoesten. „Ik ben heel benieuwd hoe Nederlandse burgers reageren als allemaal mensen uit Marokko, Rusland en Turkije hier komen voor een staaroperatie zonder geldende verblijfstitel. Dat kan gewoon niet gebeuren.”

Vendrik van GroenLinks vindt het „treurig” dat de discussie „meer een vreemdelingendebat werd dan een debat over gezondheidszorg”. Volgens Arib van de PvdA is de houding van de minister erg voor alle illegalen die dringend hulp nodig hebben, maar niet (of niet meer) in onmiddellijk levensgevaar verkeren. Zoals de vluchteling die een hartinfarct kreeg, geopereerd werd, maar daarna in geen verpleeghuis kon revalideren omdat die zorginstellingen vreesden dat de rekening niet betaald zou worden. Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg leggen nu al jaarlijks vier miljoen euro toe op de zorg aan illegalen. Elk jaar maken gemiddeld 2.000 illegalen gebruik van deze GGZ-zorg, van wie circa 450 gedwongen worden opgenomen. De rechter oordeelde dat de staat de zorg voor deze illegale patiënten hoort te vergoeden. De minister is tegen die uitspraak in beroep gegaan.