Politici verliezen zich in campagne-nihilisme

Politici maken het media die politiek minachten nodeloos naar hun zin.

Met die flauwekul op televisie bereiken ze mijn kinderen in ieder geval niet.

Campagne-nihilisme – die constatering welde in mij op naar aanleiding van een door mijzelf geregistreerde verslechtering van de kwaliteit van partijenstrijd na afloop van de Algemene Beschouwingen. Dit nihilisme is een neiging van partijleiders om het in verkiezingstijd nergens over te hebben onder druk van hun adviseurs en van vermaaksmedia. Mijn stelling luidde dat campagnes waarin problemen over de verkiezingen heen worden getild het wantrouwen in politiek vergroten, omdat ze de werkelijke angsten en zorgen van de bevolking onbespreekbaar maken.

Het is verheugend dat de lijsttrekkers Balkenende (CDA), Bos (PvdA), Marijnissen (SP) en Rutte (VVD) afstand nemen van een dergelijk nihilisme. Het vakkundig geordende debat op Radio 1 tussen zeven lijsttrekkers van zondagmiddag toonde aan dat onze politici staan te popelen om ter zake te komen. Maar het spook van nihilisme waart nog steeds rond. Een voortgaande bezinning hierop blijft geboden en is juist een middel tegen minachting van het ambt van volksvertegenwoordigers.

Mark Rutte heeft gelijk wanneer hij stelt dat rationele lijsttrekkers elk denkbaar publiek moet zien te bereiken. Er is wetenschappelijk onderzoek voorhanden – in Nederland van Liesbeth van Zoonen – dat aantoont hoe politici via de populaire cultuur en ‘zacht nieuws’ apolitieke kiezers aanspreken en zelfs hun burgerzin opwekken. Maar ik wil wijzen op een paar gevaren van licht populisme.

Ten eerste zal iemand als Paul de Leeuw nooit pertinente vragen stellen over de verkiezingskrant van de VVD, hoe leesbaar die ook is. De grote massa komt dus nooit te weten waarom de partij van Bolkestein en Kroes ineens niets meer zegt over de toekomst van de Europese Unie en waarom het liberale debat over de godsdienstvrijheid van moslims ineens is afgesloten na het vertrek van Ayaan Hirsi Ali. Ook andere lijsttrekkers komen veel te makkelijk weg zodra de politieke journalistiek in handen valt van grappige dilettanten.

Ten tweede wordt de waardigheid van politieke gezagsdragers het eerste slachtoffer van een wedloop om aandacht van media die de politiek minachten. Hoeveel moeten lijsttrekkers spuiten en slikken om Lijst 0 van de ranzige omroep BNN te behagen? Denkt een geschoold historicus als Rutte echt dat hij mijn kinderen bereikt met deze flauwekul?

Jan Peter Balkenende eist het recht om als premier de bestuurlijke succesverhalen van zijn kabinet en partij te presenteren als bron van nieuw optimisme. Dat is terecht. Maar toch verleiden zijn adviseurs hem de antirevolutionaire huisstijl (onverzettelijke en onbaatzuchtige werkkracht aangevuld met humor en de utopie van vaderlandse herkerstening) in te ruilen voor een nihilistische stijl.

Eerst vertelt Balkenende ons grimmig dat we moeten boeten voor de zonden van Paars en dat de naoorlogse wederopbouw moet worden overgedaan. Dan smoort hij tussentijds de kritiek van zijn partijgenoot Bert de Vries op een doorgeschoten neoliberalisme. En vandaag kondigt hij een Gouden Eeuw aan vol rust op het front van hervormingen van de verzorgingsstaat – zonder De Vries te bedanken. Intellectuelen worden opgeroepen te delen in het gestegen zelfvertrouwen van de christendemocraat en positieve vergezichten te schrijven.

Ik ben een voorstander van praktisch idealisme door intellectuelen. Op grond van het economendebat meen ik bijvoorbeeld met Balkenende dat een versoepeling van ontslagmogelijkheden in combinatie met hoge uitkeringen in de eerste maanden van werkloosheid doelmatiger en rechtvaardiger is dan het huidige advocatenparadijs voor gevestigde werknemers. Maar het puur partijpolitiek gebruik van de geschiedenis (Gouden Eeuw, wederopbouw) en de opportunistische omgang met hedendaagse emoties (gisteren meelopen met Fortuyns opstand van de burger en morgen een mobilisering van zelfgenoegzaamheid uitlokken) grenst aan een nihilisme dat het CDA helemaal niet nodig heeft.

Jos de Beus is hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over het onderzoek van Liesbeth van Zoonen naar politiek en populaire cultuur op http://users.fmg.uva.nl/lvanzoonen/ of code 37724 naar 7585