Meer dan alleen Sophie’s Choice

Bijna ieder boek dat William Styron schreef zorgde voor ophef. Vooral het in 1982 verfilmde Sophie’s Choice.

Voor de rest van de wereld was hij de schrijver van één boek, het succesvol verfilmde Sophie’s Choice. Maar in de ogen van Amerikaanse critici gold William Styron als een van de belangrijkste Zuidelijke schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Gisteren overleed hij op 81-jarige leeftijd in Martha’s Vineyard, Massachusetts.

Styron, die als zoon van een arbeider in de scheepsbouw opgroeide in Virginia, debuteerde in 1951 met Lie Down in Darkness. In deze lyrisch geschreven roman over de reacties op de zelfmoord van een meisje, betoonde Styron zich een schrijver in de grote Zuidelijke traditie van William Faulkner, een hokje waaraan hij de rest van zijn carrière probeerde te ontsnappen. Hij vertrok naar New York en Parijs, maar boekte weinig succes met de boeken die hij daar schreef.

Zijn grote bekendheid kwam toch weer met een roman over een typisch Zuidelijk onderwerp: The Confessions of Nat Turner, het goed gedocumenteerde en gefictionaliseerde verslag van een slavenopstand uit 1831. Het boek verscheen in 1967, op het hoogtepunt van de Burgerrechtenbeweging, en leverde hem de Pulitzer Prize voor fictie op. Maar al gauw kwam er vernietigende kritiek van vooraanstaande zwarte schrijvers, die hem van ‘diefstal van zwart erfgoed’ beschuldigden.

Verbitterd deed Styron jarenlang onderzoek voor zijn volgende roman, die in 1979 onder de titel Sophie’s Choice zou verschijnen. Het is het verhaal van een jonge schrijver die in New York verliefd wordt op een Poolse vrouw die niet kan leven met de herinnering aan de dood van haar kinderen in Auschwitz. De kernscène van de roman, waarin de moeder bij een nazi-selectie moet kiezen tussen haar zoontje en haar dochtertje, staat gegrift in de collectieve herinnering – ook dankzij de verfilming uit 1984 met Meryl Streep in de hoofdrol.

Sophie’s Choice werd een bestseller en won de American Book Award, maar was ook onderwerp van een felle discussie over de toelaatbaarheid van het gebruiken van de Holocaust in fictie. De kritiek richtte zich ook op het feit dat hij geen joodse vrouw als hoofdpersoon van zijn boek had gebruikt, maar een katholieke.

In 1990 deed Styron nog een keer van zich spreken, met het non-fictieboek Darkness Visible, over de depressie waarin hij raakte toen hij in 1985 afkickte van een alcoholverslaving. Het veel naar Dantes Inferno verwijzende verslag geldt als een van de eerlijkste en herkenbaarste ‘memoires van gekte’ (zoals de ondertitel luidde) van de afgelopen jaren. Het verloste Styron niet van zijn depressies; het enige dat hij nog publiceerde was een bundel met drie oude verhalen, A Tidewater Morning (1993).