‘Kabinet haakte na moord op Van Gogh af’

Het kabinet heeft de nasleep van de moord op Theo van Gogh, vandaag twee jaar geleden, te veel als zaak van Amsterdam gezien, vindt Ahmed Aboutaleb. „Een wet maken is gemakkelijk.”

Het was „een aanloopje van dertig seconden” naar het grotere verhaal, zegt de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb (PvdA) nu. Twee weken geleden zei hij tijdens een VVD-bijeenkomst dat minister Verdonk (Integratie, VVD) op de dag van de moord op Theo van Gogh, 2 november 2004, tijdens een demonstratie op de Dam „politiek gebruik” had gemaakt van „de situatie” door Van Gogh haar vriend te noemen die haar zou hebben aangemoedigd „de rug recht” te houden.

Verdonk was kwaad en aan het grotere verhaal kwam Aboutaleb daarna niet meer toe. Hij bedoelde namelijk, zegt hij nu, dat het kabinet na de moord op Van Gogh afhaakte. „De nasleep werd gezien als een zaak van Amsterdam. Waarom bezocht niemand van het kabinet een moskee of een buurthuis? Waarom kwam Balkenende niet zeggen: We moeten het met elkaar doen, elkaar vertrouwen?”

Niet dat het kabinet helemaal niets deed: extra geld voor terrorismebestrijding, nieuwe wetgeving. „Er werd adequaat gereageerd op de repressieve kant”, zegt Aboutaleb. Maar de fundamentele vraag is volgens hem nooit gesteld: Waarom radicaliseren die jongeren?

Minister Winsemius (VROM, VVD) schreef gisteren aan de Tweede Kamer dat tientallen wijken in de gevarenzone zitten. Er is hier sprake van onveiligheid, uitsluiting en verloedering. De overheid moet gaan investeren in stedelijke vernieuwing. Spijtig, veel te laat, zegt Aboutaleb. „Maar ze hebben het eindelijk begrepen.”

Wat heeft het kabinet dan nagelaten?

„Ministers hadden in de wijken moeten kijken. Met de jongeren spreken, met de ouders. Wat is er aan de hand? Ze moeten meer met hun poten in de modder staan. Maar ja, een wet maken na een moord is makkelijker dan de straat op te gaan.”

Wat hadden de ministers aan die jongeren en ouders moeten vragen?

„Iedereen zegt altijd: De ouders van probleemjongeren falen in de opvoeding. Maar waarom falen ze dan? Ik vermoed dat de gezagsverhoudingen zijn omgedraaid. De vaders hebben het laatste woord verloren aan de kinderen. En die zijn verongelijkt. Het probleem is niet de vmbo-scholier die vroegtijdig de school verlaat, maar de verongelijkte jongeren. En het kabinet had kunnen onderzoeken waar die verongelijktheid vandaan komt. Is het slachtoffer-denken? Is het realiteit? Wat is er aan te doen?”

Waarom is verongelijktheid zo gevaarlijk?

„Die jongeren zijn er van overtuigd dat er mechanismen in stand worden gehouden om ze een goede plek in de samenleving te onthouden. Ze krijgen moeilijk een baan en wonen in slechte buurten. Ze keren zich af van de samenleving. Het kabinet had die probleemwijken kunnen opknappen, zoals in bijvoorbeeld de Amsterdamse wijken Slotervaart en delen van de Indische Buurt. Maar in plaats daarvan hebben ze bezuinigd op stadsvernieuwing.”

Dat was niet zo’n goed idee, constateerde minister Winsemius gisteren.

„Dat was heel eerlijk van hem, maar hij heeft natuurlijk niet zo veel te verliezen. Hij is een tussenpaus op dat ministerie.”

Een loze constatering dus?

„We schieten er verder weinig mee op. Die bezuiniging kan hij niet meer terugdraaien. Wat Winsemius nu nog kan doen is de huurliberalisatie tegenhouden. Het is nog niet door de Eerste Kamer. Het is echt een dwaas plan. Zo krijg je straks wijken voor rijken, waar niemand met een laag inkomen meer woont. Als je tweedeling wil, moet je vooral de huren liberaliseren.”

Het is logisch dat u zegt dat dit kabinet weinig heeft gedaan. De PvdA zit in de oppositie en verkiezingen zijn in aantocht.

„Ik zeg niet dat ze niets gedaan hebben. Ze hebben nieuwe wetgeving ontworpen. Heel goed. De AIVD is uitgebreid. Ook goed. Maar echte investeringen zijn uitgebleven. Nog een voorbeeld: wij krijgen van het Rijk geld voor taalonderwijs aan migranten, oudkomers en nieuwkomers. Van dat geld kunnen we jaarlijks 4.000 personen onderwijs geven. Weet je hoeveel migranten Amsterdam nog in de wacht heeft voor taalonderwijs? 80.000 tot 100.000. Dan ben je nog twintig jaar bezig om die groep weg te werken. ”

En u gaat dat straks allemaal anders doen als minister onder Wouter Bos? Want hij wil u graag als minister, schrijft hij in een boekje dat gisteren is gepresenteerd.

„Daar geef ik geen antwoord op. Dat doe ik als die vraag concreet wordt gesteld, als we de verkiezingen hebben gewonnen of als we toetreden tot een kabinet. Ik weet niet of ik het wil. Als minister stuur je bijna alleen maar op wetgeving. Dat is wat anders dan op de Albert Cuyp lopen. Aan de andere kant, nog nooit heeft een migrant van mijn afkomst in een kabinet gezeten. Dat kan ook symbolisch een grote betekenis hebben.”