Je kunt ook níét oversteken

De Chinese fietser raakt in de verdrukking nu er steeds meer auto’s in het land rondrijden. Om toch te overleven, ontwikkelden de fietsers speciale overlevingsstrategieën.

Ook na een paar dagen door Shanghai fietsen begrijp ik nog weinig van de Chinese verkeersregels. Als je rechtdoor rijdt, heb je dan voorrang op een afslaande auto? Geen idee, maar in ieder geval kreeg ik het geen enkele keer.

De Chinese fietser zit in het defensief. Ook al wordt hier zeventig procent van alle fietsen van de wereld geproduceerd, zelf stappen de Chinezen massaal over op de auto. Begin vorig jaar reden er al 27 miljoen auto’s rond, in 2020 zullen het er vijf keer zoveel zijn. En terwijl wereldwijd vrijliggende fietspaden worden aangelegd, geven de Chinezen juist ruim baan aan de auto op de brede boulevards die ooit speciaal bestemd waren voor fietsers. Te midden van al dit autoverkeer proberen de honderden miljoenen Chinese fietsers zich staande te houden, met geheel eigen strategieën.

Als een school vissen wordt bedreigd door een haai, dan gaan ze dichter op elkaar zwemmen, zodat ze moeilijker als individu waarneembaar zijn en dus minder makkelijk gegrepen kunnen worden. Bovendien lijken ze op die manier samen één heel grote vis. Een soortgelijke tactiek gebruiken Chinese fietsers. In je eentje een vierbaansweg oversteken is gevaarlijk, dus wacht je tot je met een man of vijf, zes bent en begint dan langzaam aan de oversteek. Ondertussen voegen zich vanzelf meer fietsers en voetgangers in je kielzog, en zie daar: de auto’s houden in. Je kunt natuurlijk de weg ook gewoon níét oversteken en aan de linkerkant blijven rijden.

Dat het meestal goed gaat, komt omdat het tempo in China nog steeds laag ligt. Zeker als het druk is, lijken fietsers, brommers en auto’s in slow motion langs elkaar af te zweven, als in een vorm van collectieve tai chi. Wat ook helpt, is dat mensen niet steeds inhalen en plotseling van rijbaan veranderen. Iedereen volgt zijn eigen, trage koers – al dan niet aan de goede kant van de weg – en probeert die zoveel mogelijk vast te houden. De koers een paar graden verleggen of even inhouden om een aanrijding te voorkomen, akkoord, maar verder geen abrupte zwenkingen. Stoppen voor een voetganger op het zebrapad? Alleen als je op geen enkele andere manier langs hem kunt. Dit trage ballet lijkt door een onzichtbare marionettenspeler bestuurd te worden, want je ziet niemand zijn hand uitsteken om aan te geven wat hij van plan is.

„Het collectief der Nederlandse fietsers heeft zich de reëel bestaande anarchie verworven”, schreef Henk Hofland afgelopen zaterdag in deze krant. Maar de als gezagsgetrouwe conformisten bekendstaande Chinezen zijn een stuk soepeler in de omgang met de regels. Traffic assistents proberen fietsers er met fluitjes van te weerhouden alvast te gaan rijden als de verkeerslichten aan de andere kant nog ruimschoots op groen staan, maar dat lukt hun alleen als ze ook letterlijk de weg versperren door midden op straat te gaan staan.

Veiligheidsmaatregelen ontbreken zo goed als. Licht op je fiets? Hoogst zelden. Een bel dan? Die is voorbehouden aan voddenmannen die handel zoeken. Brommers zijn voorzien van elektronische toetertjes, maar die zijn uitsluitend bedoeld om de blits mee te maken. Andere accessoires zijn gebreide, witte handschoenen en mondkapjes tegen de uitlaatgassen en het stof. Het grofstof welteverstaan, want van fijnstof ligt nog niemand hier wakker.

Met een kwart miljoen verkeersdoden per jaar zit China nu verhoudingsgewijs op het niveau van Rusland en de Verenigde Staten. Alleen heeft het land deze score met veel minder auto’s bereikt. Om het aantal verkeersdoden niet te laten exploderen zijn maatregelen nodig en onderminister Qiu Baoxing gaf deze zomer opdracht om de aparte wegen voor fietsers weer in ere te herstellen. Zodat China zijn rol als het mekka voor fietsers kan heroveren.