Haitink blijft verrassend in Mahler

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. Christine Schäfer (sopraan). Programma met werken van Webern, Strauss en Mahler. Gehoord: 1./11 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 2, 3, 5 en 7/11, aldaar. Ned. 2: 7/11, na Nova.

Volgende week is het precies een halve eeuw geleden dat Berhard Haitink als 27-jarig, nog vrij onervaren dirigent zijn debuut maakte voor het Concertgebouworkest. Om die reden eert het orkest hem dinsdag met een ‘gouden gala’.Het programma daarvan wordt deze week al voorbereid in vier ‘gewone’ abonnementsconcerten. Na het gala gaan Haitink en het orkest met hetzelfde programma nog op tournee naar Frankfurt en Wenen.

Haitink, die zijn feestconcert wijdt aan een marathon met Mahlers Das Lied von der Erde en Vierde symfonie, wil later niet als Mahler-dirigent de boeken in. Maar hij ís het natuurlijk wel. De Vierde symfonie is voor zowel hemzelf als het Concertgebouworkest overbekend repertoire, in 2002 nog uitgevoerd ter nagedachtenis aan Prins Claus.

De uitvoering van gisteravond verraadde die vertrouwdheid alleen in goede zin. In de transparantie en de balans, de soms net anders dan anders uitgelichte tegenstemmen. Haitink kent de partituur tot in de finesses, en juist daarom kon het effect maximaal verrassend zijn. Zo schuilde er in het eerste deel meer dreiging in het onherbergzaam rollen van de strijkers dan in de ijle uithalen van de houtblazers. Het tweede deel klonk fris en afgewogen, het vocale slotdeel Wir geniessen die himmlischen Freuden na een verstild en omfloerst Ruhevoll scherp en alert in de wijze waarop de coupletten orkestraal werden ingeleid.

Sopraan Christine Schäfer toonde zich – onnadrukkelijk aanwezig in een matzwart mannenpak – ook muzikaal een zangeres die meer mét dan boven het orkest straalde: strak, puur en roerend, maar soms zo versmeltend in de totaalklank dat ze erin onderging.

Solistischer was haar aandeel in de vijf orkestliederen van Richard Strauss voor de pauze, ingeleid door Weberns hoogromantische Passacaglia. Hoe tumultueus de variaties daarin soms ook waren, het opvallendste was juist de beheerste manier waarop die woelingen aan het slot uitdoofden.

Voor Haitink ligt dáár, in de stille slotpassages van de gespeelde stukken, de sleutel van dit programma. Hoorbaar, want ook van Strauss’ kleurrijke liederen was Morgen!, met de kwetsbare dialoog tussen Schäfer en de staande, als zingend spelende Vesko Eschkenazy, het hoogtepunt – toepasselijk besluitend met een open einde.