EU-tarieven winstbelasting blijven dalen

Het gemiddelde tarief van de vennootschapsbelasting in de Europese Unie is de afgelopen tien jaar gedaald van 38 naar 25,8 procent. Dit blijkt uit een inventarisatie door consultant KPMG.

De daling is niet simpelweg het gevolg van de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU. Zo kenden Ierland en Duitsland van alle EU-landen de sterkste verlagingen van de winstbelasting.

Nederlandse bedrijven betalen 29,6 procent vennootschapsbelasting over hun winst, hoger dus dan het EU-gemiddelde. Gisteren stemde de Tweede Kamer in met een verlaging naar 25,5 procent per 1 januari 2007, waardoor Nederland straks onder het Europese gemiddelde komt te liggen. Binnen de EU heeft Duitsland het hoogste tarief, op de voet gevolgd door Italië en Spanje.

Ook gisteren kwam de Duitse regeringscoalitie met een plan om het tarief van de vennootschapsbelasting per 2008 te verlagen van 38,7 naar 29,8 procent. Dat is hoger dan het EU-gemiddelde.

Het Duitse plan voorziet tegelijkertijd in een afschaffing van de mogelijkheid om de rentelasten van de winst af te trekken. Daardoor zal de effectieve daling van de winstbelasting voor bedrijven veel lager zijn.

De verlaging van de winstbelasting door landen is volgens KPMG vooral ingegeven door de wens om investeringen van buitenlandse bedrijven aan te trekken en multinationals tegemoet te komen.

Eerder dit jaar concludeerde het Centraal Planbureau in een rapport dat de EU-landen weinig baat hebben bij een verlaging van de winstbelasting als andere landen hetzelfde doen. Als bovendien de verlaging van de winstbelasting betaald wordt uit een verhoging van andere belastingen, pakt het per saldo niet noodzakelijk beter uit.

In hun verkiezingsprogramma’s laten de meeste politieke partijen de aanstaande tariefverlaging ongemoeid. PvdA, GroenLinks en SP willen het tarief wel verhogen.