Een auto begint als klei

Toyota ontwerpt zijn auto’s in Japan, de VS én Frankrijk. In de ontwerpstudio in Sophia Antipolis zitten ontwerpers de hele dag te kleien of tekenen.

Op de vloer van de ‘stadsauto’ ligt een fraaie Japanse tatami van rijststro. De rugleuning van de voorstoelen is zo slank en dun als een zwanenhals, maar onder de zitting zit een hele ruime lade verstopt waar wel twee schoenendozen in passen. In het dashboard zitten geen klokjes en meters meer, maar blinkt een 25 centimeter hoog en ruim een meter breed beeldscherm waar van alles op geprojecteerd kan worden.

De auto heet de Endo, een studiemodel van het Japanse merk Toyota, ontworpen in zijn Europese designstudio. Dat is een fraai gebouw in Sophia Antipolis, een door de Franse overheid neergezette hightech kantoorwijk bij Nice die is bedoeld om de innovatiekracht van Frankrijk te stimuleren. Topdesigners en toptechneuten werken graag aan de Cote d’Azur, was het idee.

Toyota heeft er zo’n dertig mensen in dienst. Ze werken er zowel aan studiemodellen voor de lange termijn als aan de volgende generaties van de huidige modellen als Yaris en Avensis.

De vloermat, de stoel en het beeldscherm als dashboard van de Endo – het zijn drie varianten op de J-factor die de Europese designers van Toyota in hun ontwerpen willen incorporeren, een opdracht die ze zichzelf hebben gegeven sinds ze in 2000 aan de Franse zuidkust zitten.

J staat voor Japan, voor de wortels van het merk en voor de perceptie die wij hier in Europa hebben van Japan. De tatami is een eenvoudige toepassing van Japanse tradities en maakt „een goede kans” om ook echt in een productieauto terecht te komen, vertelt Tokuo Fukuichi, die de studio leidt. De slanke stoel en lade staan voor de Japanse traditie van het ‘samenballen van tijd en ruimte’: het zo slim en efficiënt mogelijk benutten van kleine ruimtes – een aspect dat we in Nederland herkennen maar dat bijvoorbeeld volledig ontbreekt in Amerikaans design en zeker in Amerikaanse auto’s. En het beelschermdashboard staan voor J-tech, de technologie van Japanse merken als Toyota, Nikon, Sony en Yamaha.

Toyota is de op één na grootste autofabrikant ter wereld, maar het marktaandeel in Europa van Toyota is nog relatief klein. Daarom zijn de laatste jaren ook modellen specifiek voor de Europese markt ontworpen: de kleine Yaris en de grotere middenklasser Avensis. Geen spectaculair nieuw design, maar net als de rest van het bedrijf gericht op het mogelijk maken van stabiele groei.

Evenals andere grote autofabrikanten die overal in de wereld hun auto’s willen verkopen, heeft Toyota ontwerpafdelingen in Tokio, Californië en Frankrijk. Ze werken meestal samen aan een project voor een nieuwe auto, maar ook regelmatig in concurrentie met elkaar.

De mannen en vrouwen die dat moeten doen werken in Sophia Antipolis in een fraai gebouw. Het dakterras heeft uitzicht op zee. Binnen liggen op de leestafel boeken van architect Rem Koolhaas tussen meubelcatalogi en modetijdschriften. Paars is al in de mode, en komt zeker ook de auto’s binnen, vertelde de dame van de kleurenafdeling, die een tafel vol heeft liggen met lapjes en cosmetica en fotoreportages van de modeshows.

Een tafel verderop zat een man aan een bureaublad vol viltstiften en tekenpennen. Hij mag de hele dag auto’s tekenen. Als zijn tekeningen klaar zijn, worden ze vertaald in een model van klei, op eenvijfde van de ware grootte. De kleine auto verdwijnt dan in een scanner, die de klei vertaalt naar een model op ware grootte van hout. Tijdens ons bezoek zijn drie mannen zo’n levensgroot model aan het bijwerken met verfschrapers. Millimeter voor millimeter schaven ze aan het silhouet.

Al deze ontwerpers werken vanuit dezelfde basis. „We zoeken naar frisse, eenvoudige vormen”, vertelt Lance Scott, een van de ontwerpers. Toyota zoekt daarvoor naar wat het concern ‘imperfect balance’ heeft genoemd.

Een auto met strakke geometrische vormen, of alleen maar cirkels en ovalen, wordt saai. Bij veel Toyota’s zet er een knik in een lijn, die misschien in eerste aanblik instantue onnatuurlijk aandoet maar het ontwerp tijdlozer maakt. „Het gaat immers om voorwerpen die je iedere dag ziet”, legt Scott uit, „en waar je toch niet door verveeld moet raken”.