De prijs van geweld

Ze leren met de misdaad leven, zeggen ze. Maar in Latijns-Amerika weet iedereen wel beter. Onder bedrijven heerst angst. Moord, ontvoeringen en geweld door bendes kosten hen, buitenlandse investeerders voorop, handen vol geld.

Het resultaat van een dagje geweld in een station voor VIP-bussen in mei van dit jaar in Sao Paulo, Brazilië. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY - (FILES) Mechanics inspect the remains of attacked urban buses after a wave of violence erupted last week in the city, 22 May 2006 in a parking garage of VIP bus company, at Itaim Paulista neighborhood, in eastern outskirts of Sao Paulo, Brazil. Organized crime attacks and constant clashes -mainly in Sao Paulo and Rio de Janeiro- in the last years have revealed what remains to be done to control violence in the country. AFP PHOTO/Mauricio LIMA AFP

Moord, ontvoeringen en geweld zijn in Latijns-Amerika schering en inslag. Voor ondernemingen een lastpost. „Onze activiteiten lijden sterk onder de criminaliteit,” bevestigt Darío Vivas. Hij is president van het Venezolaanse afvalverwerkingsbedrijf Cotecnica, een dochteronderneming van het Franse Veolia Environnement. „Onze werknemers incasseren hun loon, maar komen dan thuis met niks omdat ze op straat zijn beroofd .”

Jaren van om zich heen grijpende geweldsmisdrijven hebben Latijns-Amerika niet alleen van private investeringen beroofd. In sommige gevallen ook van vele procenten economische groei.

Dat zeggen economen en deskundigen bij de Wereldbank. De groei van de economie, evenals die van de inkomens en de privé-investeringen, zou volgens hen hoger zijn als er niet zo’n wijdverbreide onzekerheid vanwege de misdaad bestond. In plaats van eenvoudigweg producten te maken, zien bedrijven zich gedwongen te investeren in de bescherming van werknemers en eigendom en tegen geweld. Vaak hebben ze daar ook alle reden toe.

Misdaad schrikt binnen- en buitenlandse investeerders af, zegt Andrew Morrison, econoom bij de Wereldbank en co-auteur van een misdaadrapport over Brazilië (zie: Schokkende cijfers). Morrison: „Al het bewijsmateriaal duidt erop dat de stijgende moordcijfers in de regio tot aanzienlijke kosten voor de groei leiden.”

De misdaad schaadt de economische groei ook door een lagere productiviteit, lagere slagingspercentages in het middelbaar onderwijs en een lagere arbeidsparticipatie, zegt een rapport van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, dat vorig jaar werd vrijgegeven. Sociale problemen als hoge jeugdwerkloosheid en verslechterde stedelijke infrastructuur bevorderen volgens dit onderzoek op hun beurt de toename van de misdaad.

De Latijns-Amerikaanse economie zal dit jaar met bijna 5 procent groeien, voorspelt Barclays Capital, dankzij een sterke wereldeconomie, hoge grondstoffenprijzen en een relatief lage rente. De regio heeft zich met verve omhoog gewerkt uit de economische malaise van de jaren tachtig, een periode die economen ‘het verloren decennium’ noemen. Veel landen waren toen verstrikt geraakt in een neerwaartse spiraal van hoge schulden en recessies.

Buitenlandse ondernemingen zeggen maar al te graag bereid te zijn om de veiligheidsrisico’s te trotseren in een regio met een moordcijfer dat tweemaal zo hoog is als het wereldgemiddelde – zolang het vooruitzicht op hoge winsten maar blijft bestaan.

Een functionaris van een Venezolaans bedrijf zegt dat zijn bedrijf, ondanks een stijging van de uitgaven aan veiligheidsvoorzieningen van 1 procent van de netto-inkomsten in 1999 naar 8 procent nu, inderdaad nog steeds goed weet te profiteren van de hoge consumenten- en overheidsbestedingen.

Het computer- en printerconcern Hewlett-Packard beaamt dat het zich er niet door laat weerhouden om in Latijns-Amerika te investeren. Het heeft, net als andere multinationals in Venezuela, wel zijn veiligheidsmaatregelen verscherpt nadat Carlos Colina, een consultant van het bedrijf, werd vermoord door kidnappers toen hij in juli op weg was naar de internationale luchthaven van Caracas.

„Misdaad is een belangrijke factor, maar niet van beslissende aard,” zegt Haroldo Level, algemeen directeur van Hewlett-Packard in Latijns-Amerika. De Latijns-Amerikaanse activiteiten van het concern zijn in 2005 met 18 procent gegroeid, en het heeft twee jaar geleden nieuwe kantoren in Costa Rica geopend.

Maar analisten zijn het erover eens dat de hogere veiligheidskosten de groei bij bedrijven in heel Latijns-Amerika beperken. „Je geeft je geld uit aan het bewaken van dingen in plaats van aan het maken van dingen,” zegt Michael Hood, een ontwikkelingseconoom die voor Barclays Capital werkt. „Er zijn veel mensen die in blauwe blazers rondhangen en niet betrokken zijn bij productieve activiteiten.”

Ook in het olie-exporterende Venezuela, waar de economie dankzij de hoge olieprijzen voor het tweede achtereenvolgende jaar met meer dan 9 procent zal groeien, worden bedrijven almaar nerveuzer door de aanslagen op werknemers, diefstal bij bedrijfsinstallaties en ontvoeringen van functionarissen en hun gezinnen. De angst onder bedrijven wordt gevoed door rapporten van de Verenigde Naties vorig jaar, waarin staat dat Venezuela het hoogste aantal doden door schotwonden per hoofd van de bevolking kent.

Moorden, ontvoeringen en geweld van bendes beheersen de recente krantenkoppen in veel van de economische zwaargewichten van de regio.

In mei begon in Brazilië in Sao Paolo een golf van geweld die aan bijna tweehonderd mensen het leven kostte. Vorig jaar haalde Mexico Colombia in als het land waar wereldwijd de meeste ontvoeringen plaatshebben, hoewel het sindsdien alweer is gepasseerd door Haïti, aldus een private anti-misdaadgroepering.

In april trokken betogers in Caracas de straat op nadat ontvoerders de drie Venezolaans-Canadese zoons van een zakenman en hun chauffeur hadden vermoord. Geruchten over dodelijke misdrijven doen snel de ronde in de zakenwereld van Caracas, net zoals dat het geval was na de moord op Colina.

Een vooraanstaande zakenman in Caracas, die om veiligheidsredenen anoniem wenst te blijven, verhuisde zijn gezin naar Miami en vliegt nu elke week heen en weer naar Venezuela nadat zijn oudste dochter in 2000 was ontvoerd. Dat was louter de druppel die de emmer deed overlopen: in dat jaar werd hij op straat in elkaar geslagen, zijn vrouw vastgebonden door inbrekers die haar winkel beroofden, en zijn zwager werd wel vier keer slachtoffer van een overval.

Colombia heeft aangetoond dat er ook economisch voordeel te behalen is met het aanpakken van de criminaliteit. Hoewel het land berucht is voor het geweld dat wordt veroorzaakt door de al meer dan veertig jaar durende guerrilla, heeft het sinds 2002 de moorden met 43 procent en de ontvoeringen om losgeld met 82 procent weten te verminderen, dankzij het effectieve regeringsbeleid van president Alvaro Uribe. Dat zegt Alfredo Rangel Suarez, directeur van een organisatie voor veiligheid en democratie in Bogota. Dat heeft volgens hem economische verwachtingen over het land doen veranderen. „Het heeft zowel de nationale als buitenlandse investeringen bevorderd.”

© The New York Times 2006, vertaling Menno Grootveld