De ‘extreme route’ met een klein oranje eendje

Komende zaterdag vertrekken de eerste auto’s van de Amsterdam-Dakarrace.

Crossen door de woestijn met een barrel van 500 euro.

Als je de sponsorstickers hebt geplakt, dan waan je je al bijna in Mauritanië. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 29-10-2006 Amsterdam-Dakar race, een Kick-off party voor alle deelnemers om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. Auto's worden gekeurd en bestickerd. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

„Sorry, het gaat niet door. Jullie kunnen niet meedoen aan de Extreme Route.” De autocontroleurs Ad en Bart zijn onverbiddelijk. Anja van Ruitenbeek draait wat beteuterd heen en weer, schopt wat in het zand en werpt nog een blik op haar VW Passat uit 1987. De auto van Anja en Arne uit het Drentse Wijster is helemaal klaar voor de Amsterdam-Dakar Challange. Er is maanden aan gesleuteld, de sponsorstickers zijn geplakt, het ingebouwde bed is opgedekt, maar de toegang tot de extreme route dwars door het binnenland van Mauritanië krijgen ze niet.

Al is het hun huwelijksreis, hun tweewielaandrijving trekt het niet door de twintig meter hoge mulle zandduinen zonder piste. Zij moeten de normale route nemen, de kortere en minder gevaarlijke variant van een slordige 6.500 kilometer. „Ach, we knappen onze auto nog wat op. Wie weet mogen straks toch dwars door de woestijn.”

Anja en Arne rijden samen met zeshonderd anderen naar Dakar in Senegal. De komende weekenden vertrekken de deelnemers aan de Amsterdam-Dakarrace vanuit Blijburg. Met nog twee groepen, die volgend jaar februari vertrekken, is de alternatieve Parijs-Dakar compleet.

Afgelopen weekend was in The Sand in Amsterdam de ‘kick-off party’ waar de deelnemers hun auto’s lieten testen, hun teamgenoten opzochten en video-opnames van vorig jaar bekeken. Het laagje zand in de grote hal was een aangename afspiegeling van de grote zandbak die de deelnemers te wachten staat. Verlangend naar avontuur rookte men alvast een waterpijp en deed men zich te goed aan de gebakken sprinkhaan met chocoladesaus.

Amsterdam-Dakar is racen met een knipoog. Spelregels: de auto mag in aankoop niet meer dan vijfhonderd euro kosten, extra onderdelen mag je bij elkaar sprokkelen en je moet de barrel zelf rijdende kunnen houden. Eenmaal gearriveerd in Lac Rose – de plek waar ook altijd de officiële Dakar-rally binnenkomt – rijden ze (na een feestje) door naar Banjul in Gambia, waar de wagens voor een goed doel worden geveild.

Initiatiefnemer Arthur Verheijen: „Nederlanders zijn regelaars. Ze kopen een oude auto, knutselen wat en verder bedelen ze alles bij elkaar. Dat is het leuke. Daarom hebben we ook gezegd dat de auto niet te veel mag kosten. Ze ritselen trouwens ook geld voor het goede doel bij elkaar. Ik denk meer dan vier ton.”

Met deze alternatieve aanpak weet Verheijen een kritiekpunt op grote broer Parijs-Dakar de kop in te drukken. „Kijk, bij de officiële rally in januari crossen dure wagens met 240 kilometer per uur door een Afrikaans dorp. Wij kunnen niet zo hard. Sterker nog, dikke kans dat een paar van ons met pech in een dorp stil komen te staan. Dan moet je hulp vragen en dat schept een heel andere band.”

Tussen ouderwetse 4-wheeldrives, versleten Subaru’s en een busje met zebrastrepen staat een klein oranje eendje. Mét een ‘Extreme Proof’-sticker’. Eigenaar Mike Steenvoorden uit Amsterdam showt met twinkelende ogen de extra’s, net als in de reclame. „Verbrede velgen met extra dikke banden, open dak verstevigd met ijzeren platen, twaalfvolt koelvin, extra koelsleuven, kuipstoeltjes uit een Fiat Cinquecento en achterop een kofferbak voor vijf jerrycans.” Nog steeds geen 4WD, maar dat is geen probleem, zegt Mike. Zijn auto is zo licht, „die duw je zo door het zand”.

Samen met zijn vriendin Sabina Hoebeeke doet hij dit jaar voor de tweede keer mee aan de race. „We doen het voor het avontuur. Het is onzin om te zeggen dat mensen voor het goede doel gaan. Dan storten ze het geld wel. We hebben vorig jaar onvergetelijke weken meegemaakt. Dat wilden we nog een keer. Het is onderling gezellig. Samen barbecuen en biertjes drinken. En het is mooi de mensen daar te ontmoeten. Ze hebben niets, slapen in hutjes.”

Voor Bart van Daal uit Bergeijk en de neefjes Sjors en Thijs Thissen uit Swalmen bij Roermond is het de eerste keer. Zij hebben net ploeggenoten ontmoet die een satelliettelefoon hebben. Die dure aanschaf hoeven ze zelf nu niet meer te doen. Bart rijdt op de motor, de twee neven hebben een ‘goeie Nissan jeep’ op de kop getikt. Bart: „We zijn al maanden aan het knutselen en we hebben meer dan vierduizend euro sponsorgeld binnengehaald.” De auto stoppen ze straks vol met kookgerei, kampeerspullen, tenten, wielen en een extra radiateur. „Die lekt een beetje, maar doet het nog prima als reserve.”

Meer informatie kun je vinden op www.amsterdamdakar.com of 22860 naar 7585.