Zon schuift versneld over tegelvloer

Tentoonstelling: Germaine Kruip, Counter Composition, De Vleeshal en Julia Münstermann, City Oddity in de Kabinetten van de Vleeshal, Markt, Middelburg. T/m 3 dec. Di t/m zo 13-17u. Inl: 0118-652200, www.vleeshal.nl

Filmer Jacques Tati zette in de film Playtime (1967) zo’n sterk beeld neer van een moderne stad, dat het werk nog steeds eigentijds oogt. De cineast ging zich in die film te buiten aan een wereld vol hoogbouw, flats, glanzend staal en zoevende liften. Hij liet zelfs speciaal voor de film een stad bouwen, Tativille. Als daar de nacht valt, lichten de kantoren op in een mooi geometrisch patroon.

Datzelfde gevoel van moderniteit wordt opgeroepen in de installatie van Germaine Kruip (1970) en de schilderijen van Julia Münstermann (1977), beide te zien in de Vleeshal in Middelburg. Kruip speelt een spel met licht en rechte vormen, vergelijkbaar met de vormentaal van Playtime. Een plafond van witgeverfde latten bungelt in de middeleeuwse ruimte, met erboven een theaterlamp. Langzaam beweegt de lamp langs een rails heen en weer. Lange schaduwen vullen De Vleeshal, ze strijken fluweelzacht langs de muren en spelen een grafisch abstract spel met het strakke blokschema van de eeuwenoude tegelvloer. De kunstenaar bootst een dag na, met een lichtinval die telkens een stukje verschuift, tot de schaduwen lengen. Maar Kruip heeft minder geduld, en zet de ‘zon’ versneld aan het werk.

Met schaduw en licht maakt Kruip zo haar eigen Sol LeWitt – haar geometrisch-abstracte kunstwerk heeft qua uiterlijk duidelijke raakvlakken met zijn kunst. Maar toch gaat het haar niet om een statement over abstracte of conceptuele kunst. Eerder is het de beweging, het veranderende licht en de schaduwen, die de bezoekers hypnotiseren. Haar Counter composition is een kunstwerk met effectbejag, hoe ingetogen ook. Het heeft theatrale kwaliteiten.

Kruip begon haar carrière bij het theater, waar ze onder meer tableaux vivants maakte.

Kruips lichtinstallaties zijn vooral bedoeld om de zintuigen te betoveren. Zo zette ze vorig jaar het Rijksmuseum in Amsterdam op spectaculaire wijze in de schijnwerpers. Maar er lijkt in haar kunstwerken geen belangrijker doel te zijn dan het oproepen van verbazing en bewondering. Dat lukt haar prima, maar het geeft haar werk wel iets decoratiefs.

De schilderijen van Julia Münstermann, hoewel los van Kruip geëxposeerd in de Kabinetten van de Vleeshal, passen prima bij het visuele en formele spektakel van Kruip. Münstermann schildert modernistische flats, van binnen en van buiten. Ze zet een detail van een hal met liftschacht neer op klein formaat, of vult een enorm doek met een gevel van donkere ramen, alsof het blinde ogen zijn die een onbekende wereld weerkaatsen. Haar werk is een duisterder variant van Tati’s speelse moderne wereld; één doek – Untitled [Ludwig] – lijkt veel op het zakelijke interieur van een sjiek hip strak restaurant in Playtime. Münstermanns kleuren zijn bedompt en ingetogen, met af en toe een uitschieter die dan ook meteen alle aandacht trekt. Een neonreclame heeft dat effect, of een schilderij van een hardroze vitrine met op de achtergrond een vale, unheimische flat met donkere galerijen. (Untitled, [Mondrian], 2006)

Münstermann schildert, net als zoveel jonge schilders, met de toets van Belgisch schilder Luc Tuymans: een wat vaag, net onscherp realisme. Ze laat haar wereld leeg, haar gebouwen zijn onherkenbaar en unaniem, en kun je overal ter wereld in grote steden tegen komen. Af en toe geeft ze een hint en zie je een schimmig logo van Heineken of Hilton.

Bij beide kunstenaars is het modernistische karakter vooral een kwestie van uiterlijk vertoon, een vorm die ze goed ligt. Het maakt het werk van Kruip indrukwekkend zakelijk, maar met een vleugje poëzie, terwijl Münstermann met haar moderne flatgebouwen een gevoel van vervreemding oproept – een kille wereld waarin je als mens gemakkelijk verdwaald raakt.