Zelfs onderzoek doen we nu in India

Niet alleen produceren Nederlandse bedrijven vaker in het buitenland.

Ook onderzoek en ontwikkeling vinden steeds vaker elders plaats.

Nederland is koploper in het uitbesteden van productontwikkeling naar het buitenland. Kennisintensieve activiteiten als onderzoek & ontwikkeling en ontwerp vinden daardoor vaker buiten Nederland plaats.

Dat blijkt uit een gisteren gepubliceerd onderzoek van de Erasmus universiteit in samenwerking met andere Europese en Amerikaanse instituten.

Hoogleraar Henk Volberda van de Erasmus Universiteit, die het onderzoek uitvoerde, zegt verrast te zijn. „Ik had niet verwacht dat de uitbesteding van hoogwaardige functies al zo ver was gevorderd.” Volgens de gangbare economische theorieën besteden landen met een hoog kennisniveau als Nederland in eerste instantie vooral productie uit. Innovatie, als element van economische groei, zou juist plaatsvinden in eigen land.

Het onderzoek is gebaseerd op een vergelijking tussen vijf landen: Spanje, Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Nederland. De belangrijkste reden voor bedrijven voor offshoring is besparing op arbeidskosten. Van alle Nederlandse bedrijven heeft 27 procent activiteiten naar het buitenland verplaatst. Nog eens 17 procent overweegt dat in de nabije toekomst te doen.

Vooral middelgrote en kleine ondernemingen blijken niet louter productie te verplaatsen, maar ook kennisintensieve activiteiten als onderzoek en productontwikkeling.

Opvallend daarbij is dat niet kostenbesparing de belangrijkste drijfveer is om naar het buitenland te gaan, maar de wens om snel toegang te krijgen tot nieuwe markten en om een strategie van internationalisering uit te voeren.

Ook de beschikbaarheid van veel gekwalificeerd personeel is een belangrijk motief voor bedrijven om afdelingen over te hevelen naar andere landen. Het gaat dan vooral om financiële, administratieve en boekhoudkundige functies. Van alle ondervraagde bedrijven besteedt 5 procent juridisch werk uit aan goedkope landen. Grote bedrijven besteden vooral automatiserings- en administratieve functies uit. Lokaal personeel kan bovendien een rol spelen bij de diversificatie van producten, is de gedachte. Duitsland en Spanje noemen ook de toegankelijkheid van taal en cultuur als selectiecriterium voor een offshore-lokatie.

India en China zijn verreweg de belangrijkste landen voor offshoring. Van de grote bedrijven kiest 35 procent voor India als locatie. In 2004 gaf nog 66 procent van de bedrijven India nog als voorkeursland voor offshoring.

Het midden- en kleinbedrijf kiest daarentegen vooral voor China. Ruim eenderde van de gerealiseerde projecten had daar plaats. Ook wordt veel uitbesteed binnen West-Europa.

Naar verwachting verandert dat in de toekomst, omdat Oost-Europa verreweg het meest wordt genoemd als locatie door bedrijven die overwegen om activiteiten naar het buitenland te verplaatsen. Ook Zuid-Amerika en de Filippijnen winnen aan populariteit.

Bij de verplaatsing van activiteiten gaan in Nederland arbeidsplaatsen verloren, maar dat geldt volgens het onderzoek voor de minderheid van de projecten. Bij 57 procent kostte implementatie helemaal geen arbeidsplaatsen en in 4 procent werden zelfs banen in Nederland gecreëerd. Gemiddeld gaan per project 3,5 arbeidsplaatsen verloren en worden op de offshore-locatie 37,8 arbeidsplaatsen gecreëerd.

Het grootste risico van uitbesteding van activiteiten over de landsgrenzen is volgens de bedrijven de afname van de kwaliteit van de dienstverlening en het minder efficiënt inrichten van de productieprocessen. Het blijkt volgens de ondernemingen ook lastig om intellectueel eigendom en unieke kennis van productieprocessen te beschermen.

Bijna de helft van alle bedrijven die werk uitbesteden, noemen ook de verminderde grip van het management op het werk als risico. Politieke instabiliteit in het nieuwe productieland wordt door slechts een vijfde van alle ondervraagde bedrijven genoemd.

Meer weten? Kijk op www.erasmusstrategicrenewal.nl of 95748