Tango wint Grammy

Voor het beste tango album krijgt Gustavo Mozzi waarschijnlijk een Grammy bij de tangogroep1.jpgLatin Grammy Awards die morgen worden uitgedeeld. Maar de Argentijnse gitarist en muziekproducent slaat de feestelijke prijsuitreiking in de Madison Square Garden in New York over. Zijn Colombiaanse collega Shakira en de Mexicaanse popgroep Maná zullen er wel zijn maar Mozzi speelt morgenavond liever in het Oude Raadhuis in Hoofddorp.More...

Tussen 2 en 16 november maken Mozzi en zijn landgenoot Facundo Guevara (percussie) samen met het Nederlandse muziekgezelschap Quinteto Tango Extremo een tour door Nederland en België. De groep van violiste Tanya Schaap, saxofonist Ben van den Dungen, Anna Elis de Jong (piano), Luc van Gestel (contrabas) en Hans van der Maas (accordeon) spelen een mix van zigeuner, jazz, Braziliaanse en klassieke muziek met de tango als uitgangspunt. Ze improviseren er zelfs bij. Vandaar dat ze het extreme tango noemen.

tanya.jpgTanya Schaap volgde de tango opleiding aan het Rotterdamse Tanyabrus.jpgconservatorium. Ze is een gewone Noord-Hollandse met lange benen en naar eigen zeggen ,,niet snel ergens ondersteboven van´´. Maar inmiddels is ze behoorlijk tangomaf. En volgens haar is het ook voor Hollanders geen punt de muziek van de Rio de la Plata te spelen. ,,Als je maar speelt alsof je leven ervan afhangt. Uiteindelijk schuilt de Latino passie in elk mens. Je moet het alleen willen laten zien.´´

 

Mozzi heeft dit jaar samen met collega Gustavo Santaolalla een dubbel CD geproduceerd die Café de los Maestros heet. Het is de Argentijnse variant van de Cubaanse Buena Vista Social Club opnames. Op Café de los Maestros spelen hoogbejaarde Argentijnse tangomuzikanten. De plaat gooit morgen hoge ogen bij de grammy´s.

Mozzi en zijn collega´s zijn ook te zien in Den Haag, Bergen NH, Hoorn, Beusichem, Brussel, Rotterdam en Austerlitz. Over Café de los Maestros verscheen eerder dit artikel:

‘De tango is ons enige authentieke bezit’


Alle nog levende grootmeesters van de tango - gemiddelde leeftijd 82,4 jaar - werken in Buenos Aires aan het vastleggen van hun nostalgisch erfgoed op film en cd. Onlangs kwamen ze eenmalig samen voor een concert.

Door onze correspondent
Marcel Haenen
BUENOS AIRES, 26 AUG. In de diepste kelder - niveau min drie - van het grootste concertgebouw van Latijns Amerika schuifelt aan het eind van deze eerste winterwarme woensdag een hoogbejaard muzikaal gezelschap binnen. In Teatro Colón van Buenos Aires rimpelt het voornaam. Alle nog levende grootmeesters van de tango repeteren voor een eenmalig concert dat wordt vastgelegd in een documentaire.
Zodra ze achter de microfoon plaatsnemen, oogt en klinkt iedereen redelijk springlevend. De Maestros - de Meesters van de Tango - spelen enthousiast en klappen elkaar geëmotioneerd toe. „Nooit eerder hebben we met z’n allen samen gespeeld. Het is een ongekend eerbetoon aan de tango”, zegt de 84-jarige gitarist Aníbal Arias, terwijl hij na de generale repetitie zijn instrument in een tas ritst. De tas is net zo zwart als zijn pas geverfde haar.
Welluidender dan ooit klinkt dezer dagen aan de monding van de Río de la Plata in Zuid Amerika de tango. „Wereldwijd geniet de tangomuziek op dit moment een ongekende populariteit. Zelfs in China, heb ik laatst gezien, is de belangstelling enorm”, vertelt pianist en componist Atilio Stampone (80) die, gezeten op een versterker, zijn beurt afwacht. „De hele wereld blijkt verliefd te worden bij de tweekwartsmaat van de tango.”
Weliswaar kijkt men in Argentinië en Uruguay nog steeds afgunstig naar alles wat zich op cultuurgebied afspeelt in het Europa van de voorvaderen, maar dat geldt niet voor de tango, die aan het eind van de 19de eeuw in de volkswijken van Buenos Aires en Montevideo ontstond. In het concert dat de tangomeesters afgelopen donderdag gaven voor zo’n drieduizend man publiek werd door de spreekstalmeester de sarcastische wijsheid van de Argentijnse schrijver Macedonio Fernández aangehaald. „De tango is het enige authentieke dat we bezitten en waarover we geen consultaties plegen met Europa.”
Het concert is het klapstuk van een ambitieus project dat uit drie delen bestaat. In april verscheen een volumineus fotoboek, vorige maand kwamen twee cd’s deels nooit eerder uitgebrachte tangonummers en aan het eind van dit jaar moet een documentaire klaar zijn. De film wordt geproduceerd door de Braziliaan Walter Salles die eerder de film The Motorcycle Diaries maakte over de jonge Che Guevara. Salles gaat naar de montagetafel met 160 uur opname.
Café de los Maestros, zoals het muzikale werkstuk heet, is het geesteskind van de Argentijnse muzikanten Gustavo Mozzi en Gustavo Santaolalla. Die laatste won dit jaar een Oscar voor zijn soundtrack bij de film Brokeback Mountain. De Gustavo’s trekken tijdens de repetities steeds sprintjes van de ene naar de andere kant in het repetitielokaal om aanwijzingen te geven. En af en toe behoeft een muzikant een schouderklopje.
De in Los Angeles wonende Santaolalla, een broekie van 54 jaar, noemt het muziekspektakel „een zoektocht naar mijn Zuid-Amerikaanse identiteit”. De tango is het lied dat zijn vader zong tijdens het scheren. Het vastleggen van die muziek, zoals die werd gespeeld tijdens de gloriedagen in de jaren veertig en vijftig, biedt volgens hem een tegenwicht aan de globalisering en banalisering van de cultuur. Het is een monument voor de tango. „Het is niet alleen een oefening in nostalgie. Ik wil juist laten zien dat de tango eeuwigheidswaarde heeft.”
Het tangoproject is de Zuid-Amerikaanse variant van wat Ry Cooder tien jaar geleden in Cuba deed met muzikanten in een project dat de naam Buena Vista Social Club kreeg. Van die vrolijke plaat zijn wereldwijd negen miljoen stuks verkocht. Ook van dit spektakel werd - door Wim Wenders - een documentaire gemaakt. Het grote verschil is volgens de Argentijnen dat de Cubanen van destijds vooral onbekende muzikanten waren terwijl de deelnemers aan Café de los Maestros gevierde muzikanten zijn.
Een nadrukkelijke overeenkomst is de ouderdom van de deelnemers. De gemiddelde leeftijd van de tangomuzikanten is 82,4 jaar. De pianist en componist Carlos García opent de cd met zijn eigen nummer Al maestro con nostalgia. Het is zijn laatste plaatopname. De 92-jarige Argentijnse muzikant die zijn muzikale loopbaan begon als pianist in de buurtbioscoop ten tijde van de stomme film is begin deze maand gestorven. Ook bandoneonist José Libertella (71) is kort na de opnames overleden.
„Dit project geeft de tango een enorme impuls en zorgt dat de muziek voor altijd wordt vastgelegd”, zegt de 78-jarige Virginia Luque, een reuze chique oudere vrouw die in Argentinië furore maakte als zangeres en actrice in meer dan dertig speelfilms. De filmdiva debuteerde in 1943 en staat nu, 63 jaar later, smartelijk te zingen dat ze „aan het eind van mijn leven de bandoneon nostalgisch wil horen huilen”.
Alle muzikanten zeggen overigens dat het goed is dat de in Amerika gewortelde, van oorsprong popmuzikant Santaolalla het project trekt. „Als tangomuzikanten zoiets hadden moeten doen, was het resultaat er nooit zo mooi en professioneel geweest”, zegt componist Stampone.
Het leukste vinden de deelnemers nog dat ze met zijn allen op het podium staan van het theater Colón, dat doorgaans de plek is voor klassieke muziek en ballet. In oktober gaat Colón zo’n anderhalf jaar dicht. Het om zijn voortreffelijke akoestiek beroemde theater - waar Toscanini, Stravinsky, Rubinstein en Callas optraden - krijgt voor het eerst in zijn bestaan een grote opknapbeurt.
Op 25 mei 2008 zal Colón geheel fris zijn honderdjarige verjaardag vieren. Gek genoeg niet met tangomuziek maar met muziek uit Italië. Nostalgisch Buenos Aires luistert dan, zoals in 1908, naar Aïda van Giuseppi Verdi.