Samir A.: testament per video niet echt

Wel honderd videotestamenten heeft hij opgenomen met zijn digitale videocamera, zei terreurverdachte Samir A. (20) gisteren in de rechtbank, waar hij samen met vijf anderen terecht staat voor onder andere deelname aan een terroristische organisatie en voorbereiden van aanslagen op politici. Maar de opnames waren niet bedoeld als afscheid van zijn familie, en ook had hij niet de intentie aanslagen in Nederland te plegen. „Het was mijn manier om de frustratie van me af te te filmen. Sommigen schrijven het van zich af, ik nam films op.”

Samir A. bekeek dagelijks videobeelden van moslimslachtoffers in landen als Tsjetsjenië, Palestina, Afghanistan en Irak, zei hij gisteren in de zwaarbeveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp waar drie weken lang het zogenoemde Piranha-proces plaatsvindt. Het frustreerde Samir naar eigen zeggen dat niemand zich leek te bekommeren over tienduizenden moslimslachtoffers, terwijl de slachtoffers van de aanslagen op Amerikaanse doelen op 11 september 2001 wereldwijd veel aandacht trokken. „Alsof door de aderen van moslims geen bloed maar water stroomt.”

Zijn video-opnames waren niet bedoeld om verspreid te worden, verklaarde Samir A. „Niemand mocht ze zien. Zelfs mijn vrouw niet.” Hij bleef oefenen voor de camera totdat zijn testament „goed en leuk” op de band stond. Hij imiteerde onder andere de videotestamenten van de plegers van de aanslagen in Londen.

Het wapen dat te zien is op de video-opname was ook niet echt, zo verklaarde Samir A. Hij zou het nepmachinepistool „op straat” hebben gekocht voor zijn zoontje. Het pistool, dat balletjes afschoot, ging na „een paar keer’’ spelen kapot, waarna A. het naar eigen zeggen bij de vuilnis heeft gezet.

Samir erkende dat hij het Nederlandse systeem, de democratie en de rechtstaat verwerpt. Hij duldt geen andere regels dan die van god, zei hij. A. vertelde ook dat volgens zijn interpretatie van zijn religie de islam niet bevoegd is aanslagen in Nederland te plegen. Omdat hij beschikt over een Nederlands paspoort, heeft A. naar zijn beleving een „contract met de Nederlandse staat” waaraan hij zich heeft te houden.

Samir A. is niet tegen het plegen van aanslagen. Nederland heeft zich volgens hem tot doelwit gemaakt door militairen te sturen naar Afghanistan. Alleen illegalen en „mensen van buiten” mogen van hem gewelddadige acties uitvoeren in Nederland. „Als Rita (Verdonk, minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, red), mijn paspoort afpakt, kan ik iets doen.’’