Ruzie om Turkse hoofddoek

Gelovige moslims zijn woedend omdat de Turkse archeologe Çig zegt dat de oorsprong van de hoofddoek bij Soemerische prostituees ligt. Van de rechter mag ze dat zeggen.

Muazzez Ilmiye Cig, a 92-year-old academic who specializes in Sumerian culture and history, speaks to media during her trial in Istanbul , 01 November 2006. An Istanbul court cleared Muazzez Ilmiye Cig of charges of inciting religious hatred in a scientific paper linking the first use of headscarves by women to pre-Islamic sexual rites. AFP PHOTO/MUSTAFA OZER AFP

„Je zou je schamen je hoofd te bedekken als je wist waar dat gebruik vandaan kwam.” Het zijn de eerste regels van een gedicht dat de Turkse archeologe Muazzez Ilmiye Çig (92) in een vorig jaar verschenen verzameling brieven en artikelen publiceerde. De oorsprong van de hoofddoek ligt volgens de archeologe in de cultuur van de Soemeriërs. Zo’n 5.000 jaar geleden droegen prostituees daar in tempels een hoofddoek. In 1981 verkondigde de archeologe die opvatting al, maar toen reageerde niemand. Nu is het anders: gelovige moslims zijn woedend dat de hoofddoek, voor hen een symbool van eerzaamheid, zo door de archeologe omlaag werd gehaald en een advocaat uit Izmir begon een rechtszaak tegen haar. Ze werd vandaag overigens vrijgesproken.

Çig moest ontzettend lachen toen ze ontdekte waar de oorsprong van de hoofddoek ligt. Ze komt uit een zeer seculier nest en heeft een afkeer van alles wat naar religieus fanatisme zweemt. Door haar leeftijd heeft ze de ontstaansgeschiedenis van de Turkse Republiek meegemaakt. „Vertel de mensen in Nederland hierover”, zegt ze terwijl ze een verzameling foto’s tevoorschijn haalt. Een daarvan is uit 1925 en laat een school zien in Bursa waar jongens en meisjes gezamenlijk onderwijs kregen. Een andere, ook uit de jaren twintig, laat de gymles zien: de meisjes hebben gympakjes aan. Er is geen hoofddoek te bekennen en ook de befaamde islamitische jas, die dames tot aan de enkel bedekt, is afwezig. Het zijn trotse tekenen van de revolutie die zich in Turkije voltrok.

Atatürk zette het moderne Turkije op de kaart. Çig herinnert zich nog hoe snel de veranderingen gingen. Het Arabische schrift werd afgeschaft en het Turks werd met Latijnse lettertekens geschreven. Atatürk maakte ook korte metten met de speciale kleding die alle stromingen binnen de islam droegen. „De Fransen deden honderd jaar over hun revolutie”, zegt Çig. „Wij moesten het in tien jaar doen.”

En dus is de Turkse Revolutie nog steeds in ontwikkeling. Nog steeds zijn er tegenkrachten. Alle regeringen sinds 1950 zijn te laks geweest wat het verbod op de hoofddoek betreft, vindt de archeologe. Maar de huidige regering van premier Erdogan, die zijn politieke carrière als moslimfundamentalist begon, kwam aan de macht met het doel „de godsdienst te redden”. Çig heeft Emine Erdogan, de echtgenote van de premier, wel eens een brief geschreven. „Ik droomde dat ik van de trappen afliep van het mausoleum van Atatürk in Ankara. Ik zag de premier met zijn echtgenote omhoog lopen. De echtgenote was modern, zonder hoofddoek. Zou het niet fantastisch zijn, schreef ik aan Emine Erdogan, als U die echtgenote zou zijn?” Natuurlijk kreeg ze geen antwoord van de premiersvrouw, bij wie de hoofddoek volgens critici op haar hoofd gelijmd lijkt en die mede daarom nooit wordt uitgenodigd in het paleis van de uiterst seculiere president, Sezer. „Als zij (Emine Erdogan red.] geen hoofddoek droeg, zou de druk op jonge meisjes stukken afnemen”, aldus de archeologe.

Het seculiere kamp in Turkije is woedend over het proces dat tegen haar gevoerd is. Met trots vertelt Çig dat een van haar boeken (met daarin ook de oorsprong van de hoofddoek) in het Farsi is vertaald. Het boek is nu uitverkocht in Turkije en een Iraanse vriendin vraagt zich, nu een uiterst conservatieve regering in Iran aan de macht is, af of er een nieuwe editie komt. Maar in Iran kwam het niet tot een proces, en wel in Turkije. Voor het seculiere kamp is dat een teken dat de Turkse Republiek een gevaarlijke periode is ingegaan: extremistische moslims willen het land langzaam maar zeker islamiseren.

Çig is het daar gedeeltelijk mee eens maar uiteindelijk, zo denkt zij, is de Republiek veel sterker dan velen denken. Aan het begin van de Republiek, toen grote groepen Turken niet konden lezen en schrijven, zou haar werk alleen toegankelijk zijn voor een elite, nu kan vrijwel iedereen het lezen. Toen ging het slecht met de kunsten in Turkije. „Nu zijn er hier schrijvers van Europees niveau.” En misschien dat het met dat geloof van al die gelovige mensen ook wel meevalt, uiteindelijk. Ze zijn vaak westerser dan je denkt. „Iedereen houdt uiteindelijk van mooie dassen, auto’s en parfum.”

Maar waakzaamheid blijft vereist. En dus blijft Çig strijden voor de Republiek en de Turkse vrouw. Het zijn mannen, vindt ze, die de vrouwen dwingen om de hoofddoek te dragen.

Pas kwam ze in een café twee vrouwen tegen, van wie er een een hoofddoek droeg. Het waren zusters. Een derde zuster was door het dragen van de hoofddoek en alle beperkingen die daarbij horen, van de kook geraakt en zat in een inrichting. Çig praatte in het café met de zuster die een hoofddoek droeg, en waarschuwde haar voor de beperkingen van een al te gelovige levensstijl. Later werd ze gebeld door de broer van de meisjes („dat was dus wel een goede man”) die haar bedankte.

De archeologe straalt als ze het verhaal vertelt. Ze houdt van de Republiek en het secularisme en door met het meisje te praten, verdedigde ze de Revolutie in Turkije.