Ons klimaat

Het besef dat onze planeet te maken krijgt met een temperatuurstijging die het gevolg is van menselijk handelen, of daardoor tenminste wordt versterkt, is langzamerhand gemeengoed geworden. De vraag is daarbij altijd geweest: moeten maatregelen zich richten op het zoveel mogelijk voorkomen van verdere broeikasvorming, of is het lonender – en haalbaarder – de gevolgen zo goed mogelijk tegen te gaan?

Het rapport dat de Britse econoom Nicholas Stern maandag publiceerde in opdracht van de Britse regering is een pleidooi voor de eerste van deze keuzes. De voormalige Wereldbankeconoom brengt niet alleen de hele problematiek in kaart, hij benadert de kwestie vooral vanuit een economisch perspectief. Zijn voornaamste conclusie: een relatief geringe investering van 1 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product zorgt in 2050 voor een beperking van de schade met 2.500 miljard dollar. Dat is, in de prijzen van vandaag, ongeveer een verzesvoudiging. Een investering in het stabiliseren van de concentratie kooldioxide in de atmosfeer op 550 deeltjes per miljoen – waarbij een verdere groei vanaf het huidige niveau van 430 dus nog mag – is hoogst rendabel.

Stern baseert zijn voorspellingen op een stapeling van negatieve effecten, die het welvaartsniveau van nu ten minste met vijf procent kunnen doen dalen en maximaal met twintig procent. Hij benadrukt dat dit een permanente daling zal zijn, die in deze zin onvergelijkbaar is met het effect van eerdere catastrofes als de twee wereldoorlogen en de depressie van de jaren dertig. Ontwikkelingslanden, die zich onvoldoende kunnen voorbereiden, dragen in verhouding de zwaarste last.

Stern wordt verweten dat hij zich vaak concentreert op de slechtst denkbare uitkomst van de klimaatvoorspellingen zoals die er nu liggen. Zijn verweer is dat er weliswaar een lagere waarschijnlijkheid is dat de slechtste uitkomst werkelijkheid wordt, maar dat de kosten van die uitkomst dermate hoog zijn dat het toch rationeel is om te handelen. Denk aan een lage verzekeringspremie voor een onwaarschijnlijke, maar catastrofale gebeurtenis. De econoom is ook de eerste om toe te geven dat het vooruitdenken in termijnen van decennia ‘voorzichtigheid en nederigheid’ vergt.

Milieu is terug op de agenda, internationaal én nationaal, al mag worden gezegd dat het huidige kabinet het thema wat laat herontdekt. Belangrijker is dat de klimaatsverandering het domein van exacte wetenschappers en activisten verlaat en dat van burgers en bedrijven betreedt. Of Al Gore’s film An Inconvenient Truth daar toe bijdraagt is de vraag. De hyperbool is een stijlvorm die wel effectief is voor het verwerven van aandacht, maar die sceptici al snel vrij schieten geeft. Sterns gedegen rapport, ondersteund door de machtige publiciteitsmachinerie van de Britse regering, is te prefereren.

Zijn boodschap is evengoed dat actie geboden is, en is rationeel. Dat geldt uiteraard voor overheden, zeker in internationaal verband, vooropgesteld dat nieuwe afspraken over het beperken van uitstoot realistisch en uitvoerbaar zijn. Het geldt evenzeer voor onszelf. Net als bij de aanstaande parlementsverkiezingen moet men zich niet afvragen wat één stem uitmaakt op de miljoenen die worden uitgebracht. Persoonlijk en uit weloverwogen overtuiging handelen heeft altijd zin. Dat gaat ook op voor het beperken van het broeikaseffect.