On-Nederlandse actie van Tomtom

Zelden vertoond. Managers van een Nederlands beursgenoteerd bedrijf verdienen bijna 100 miljoen euro per persoon door de verkoop van wat aandelen. Even ongebruikelijk is dat ze de groei van hun bedrijf altijd zelf hebben gefinancierd.

De schrik bij beleggers in Tomtom was groot. De beurskoers van de Nederlandse producent van navigatiesystemen was gisteren aan het eind van de dag met 6 procent gedaald. Vijf topmanagers gingen een deel van hun belang verkopen. Vanmorgen krabbelde de koers al weer op met bijna 2 procent, waarmee hij op 33,75 euro kwam, ruim boven de 32,50 euro waarvoor het vijftal zijn aandelen gisteren inruilde.

Dat beleggers geschokt reageerden, was te verwachten. De actie was on-Nederlands. De twee oprichters Pieter Geelen en Peter-Frans Pauwels en bestuursvoorzitter Harold Goddijn en zijn vrouw, verkoopdirecteur Corinne Vigreux, verkochten ieder 3 miljoen aandelen en ontvingen elk 97,5 miljoen euro. De in 2003 ingehuurde marketingdirecteur Alexander Ribbink zette opties om in aandelen en verkocht die voor 65 miljoen.

Bij succesvolle Amerikaanse technologiebedrijven is het geen issue als de topmanagers na enige tijd hun aandelenbezit verzilveren. Sinds de beursgang van Google in de zomer van 2004 hebben oprichters Sergey Brin en Larry Page ieder voor ongeveer 2 miljard dollar aandelen verkocht. Zonder effect op de koers van Google.

De Tomtom-managers hebben bijna anderhalf jaar hun aandelen vastgehouden, sinds ze in mei 2005 ieder 86 miljoen euro aan de beursgang overhielden. Maar managers die zoveel cashen door aandelen te verkopen, dat is in Nederland zelden vertoond. Alleen softwarebedrijf Baan was na zijn beursgang een tijd succesvol, wat de gebroeders Baan de kans gaf om een deel van hun aandelenbezit te verzilveren.

Een groot verschil met Baan is dat de oprichters daar al lang vóór de beursgang investeringsmaatschappijen een deel van de groei hadden laten financieren. Dat heeft Tomtom niet gedaan. Geheel voor eigen risico hebben de managers een bedrijf opgebouwd, met beheerste salarissen (tussen 250.000 en 270.000 euro). Tot aan de beursgang bezaten zij alle aandelen van Tomtom.

Ze realiseerden dat door slim te werken. Bij Tomtom worden de navigatiesystemen alleen ontwikkeld en verkocht. De hele productie en distributie is uitbesteed. Dat scheelt veel aan investeringen in fabrieken en andere materiaal. Daardoor had het bedrijf bij de beursgang een gering balanstotaal en geen schulden bij de bank.

De Tomtom-managers gaven gisteren als argument voor hun verkoopactie: spreiding van hun vermogensrisico. Onverstandig is dat niet. De gebroeders Baan hadden op het hoogtepunt van hun bedrijf op papier een vermogen rond de 6 miljard euro. Daarvan hielden ze na het boekhoudschandaal bij Baan ongeveer 900 miljoen euro over.

Maar de timing roept vraagtekens op. Een week geleden stelde Tomtom zijn omzetverwachting voor 2006 in positieve zin bij naar 1,3 tot 1,4 miljard. In 2004 was dat nog 192 miljoen euro.

Net deze week zei ook Nokia de markt van navigatiesystemen te betreden. Sony en Philips ontvouwden zulke plannen al eerder. Beleggers schrokken daar niet van, maar bij de Tomtom-managers wordt nu blijkbaar de behoefte aan risicospreiding groter. Nog steeds bezitten zij 57 procent van de aandelen. Het komende halfjaar mogen ze geen aandelen verkopen. Welk signaal ze daarna afgeven, zal de markt nauwgezet volgen.