Oma kan altijd wel oppassen

De kosten van de kinderopvang vormen geen groot obstakel voor ouders.

Opa en oma zijn vertrouwd en kunnen de kinderen wel naar de sportclub brengen.

Kinderopvang mag dan het nieuwste politieke speeltje zijn, bij ouders met kinderen is het kinderdagverblijf alles behalve populair. Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) neemt in zestig procent van de huishoudens één van ouders de opvang voor, meestal, haar rekening. Bij de overige veertig procent wordt bijna driekwart opgevangen door opa en oma, vrienden, kennissen, of door een betaalde nanny of au pair. Slechts veertien procent van alle huishoudens met kinderen kiest voor een kinderdagverblijf.

VVD en PvdA denken dat dit laatste percentage omhoog kan door kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang geheel of gedeeltelijk gratis te maken, zo schrijven ze in hun verkiezingsprogramma’s. Ook de SP, Groenlinks en D66 zijn voorstander. Goed voor de arbeidsparticipatie van vrouwen en goed voor de economie. Deze redenering gaat er vanuit dat de kosten een belangrijke rol spelen in de keuze gebruik te maken van een kinderdagverblijf. Maar is dat wel zo?

„Nee”, zegt Erna Hooghiemstra, directeur van de Nederlandse Gezinsraad (NGR), een adviesorgaan rond thema’s als de combinatie van arbeid, zorg en opvoeding. „Voor veel mensen is het vooral een emotionele overweging.” Uit gesprekken die de NGR heeft gevoerd met ouders met jonge kinderen, blijkt dat ze niet overtuigd zijn van de kwaliteit van kinderopvangcentra. „Ouders willen het gevoel hebben dat er goed voor hun kinderen wordt gezorgd. Dat hebben ze niet. ” Ook schuldgevoel speelt een rol, volgens Hooghiemstra. „Ouders vinden het belangrijk dat de kinderen worden opgevangen door een vertrouwd iemand, zoals opa en oma, of door één persoon die de kinderen alle aandacht geeft, zoals een nanny.”

Conny van Dongen (37) is zo’n ouder. Vanaf de geboorte van haar oudste zoon, die nu vijf is, passen haar ouders twee dagen in de week op, als zij en haar man allebei werken. Twee jaar geleden kwam daar een tweeling bij. „Mocht de kinderopvang gratis worden, dan nog zal ik er geen gebruik van maken”, zegt Van Dongen. „Ik vind het zielig voor kinderen. Ze zitten de hele dag op school en dan zouden ze daarna nog eens naar de buitenschoolse opvang toe moeten. ”

Hooghiemstra vindt het naïef van politici om te denken dat gratis kinderopvang alle bezwaren van ouders wegneemt. „We geloven dat we, door het voorbeeld te volgen van Zweden, in één keer al onze kinderen naar kinderdagverblijven zullen sturen. Maar in Zweden wordt gefocust op de positieve effecten die een kinderdagverblijf heeft voor de ontwikkeling van het kind. Door er een financiële kwestie van te maken, zoals we in Nederland doen, nemen onzekerheid en schuldgevoelens van ouders niet af.”

Een ander groot struikelblok, volgens de NGR, zijn praktische belemmeringen van vooral de buitenschoolse opvang. Hooghiemstra: „In sommige centra kunnen kinderen wel kiezen uit verschillende naschoolse activiteiten, maar dat is meestal niet zo goed geregeld. Veel vrouwen besluiten daarom alsnog te stoppen met werken als de kinderen de basisschoolleeftijd bereiken.”

Jacqueline van den Dungen (41) deed dat niet, maar besloot twee en een halve dag in de week een nanny te nemen voor haar kinderen van tien, vijf en drie. „Zo kunnen alle clubjes doorgaan en zitten ze niet vast op de buitenschoolse opvang. In dat geval zouden ze alleen maar kunnen sporten als ik niet werk. ”

Ondanks alle scepsis ten aanzien van kinderdagverblijven en naschoolse opvang, vindt de Utrechtse hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie Joop Schippers, de plannen voor gratis kinderopvang wel degelijk een stap in de goede richting om arbeidsparticipatie van vrouwen te vergroten. „Vrouwen zullen niet ineens massaal aan het werk gaan, maar wel eerder hun bestaande werkweek van, zeg twintig uur in de week, uitbreiden naar 32 uur. Nu zien ze daar vaak vanaf, omdat het te kostbaar is. Met gratis kinderopvang zal die afweging vaker positief uitvallen.”

In combinatie met de voor de komende kabinetsperiode verwachte stijging van het aantal vacatures, zal dat tot een substantiële toename van de arbeidsparticipatie leiden, verwacht Schippers. Een ander gunstig effect in de doorberekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau is dat gratis kinderopvang de koopkracht van werkende ouders verhoogt.

Om de drempel naar kinderdagverblijven echt te verlagen, zullen centra moeten laten zien dat ze er niet alleen zijn om kinderen te stallen, vindt Erna Hooghiemstra van de NGR. „Ze moeten ouders overtuigen dat hun kinderen zich er thuis voelen.” Maar zelfs dan zal het lastig zijn van opa en oma te winnen. Conny van Dongen: „Mijn moeder doet boodschappen, strijkt, kookt, harkt de tuin. En als ik haar vraag, kan ze altijd.”

Voor publicaties over kinderopvang: www.scp.nl, zoekterm kinderopvang of 80265 naar 7585