Kritiek minister op eigen ambtenaren

Ambtenaren van het ministerie van Justitie maken onvoldoende gebruik van externe deskundigheid. Daardoor heeft minister Hirsch Ballin (CDA) de Tweede Kamer twee keer op het verkeerde been gezet.

Dat zei Hirsch Ballin gisteren in debat met de Tweede Kamer over zijn inschattingsfouten over de Schipholbrand en de ontsnapping van een tbs’er. Hirsch Ballin moest voor beide vergissingen excuses aanbieden aan de Kamer. Hij kondigde aan dat betrokken ambtenaren die hem in beide dossiers hebben geadviseerd, op sancties kunnen rekenen. Betrokkenen op het ministerie bevestigen dat onder anderen de directeur-generaal Jeugd, preventie en sancties, de locatiedirecteur van het detentiecomplex en een plaatsvervangend directeur-generaal het veld moeten ruimen of dat al hebben gedaan.

Hirsch Ballin wil een ambtelijk apparaat dat, in advisering over politiek gevoelige dossiers, aan feitenonderzoek doet – zoals dat ook gangbaar is in de wetenschap of bij de recherche. Dat betekent volgens hem verificatie van feiten en het raadplegen van externe experts. Het huidige ambtelijke apparaat is daar volgens de minister onvoldoende toe in staat. Hirsch Ballin kondigde aan de „personele herbezetting van sleutelfuncties” op het departement te bespoedigen.

Ook op andere departementen speelt de vraag of ambtenaren hun ministers adequaat informeren. Op het ministerie van Binnenlandse Zaken is toenmalig minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) onvoldoende gewaarschuwd voor de risico’s van stemcomputers, zo klaagden fractiewoordvoerders gisteren, nadat was gebleken dat tien procent daarvan onbetrouwbaar is en bij de komende verkiezingen op 22 november niet gebruikt mag worden. Ook daar moet de huidige minister, Nicolaï (VVD), van de Kamer „een serieus gesprek voeren” met de verantwoordelijke ambtenaren.

Kamerlid Dittrich (D66) wees erop dat hij als justitiewoordvoerder in twaalf jaar tijd voortdurend tegen de gesloten cultuur op het ministerie was aangelopen. „Ik heb verschillende ministers meegemaakt: Hirsch Ballin, Sorgdrager, Korthals, Donner en nu wederom Hirsch Ballin. Als rode draad loopt door deze periode de omstandigheid dat alle ministers problemen kregen met de Kamer omdat gevraagde informatie niet of verkeerd werd verstrekt.”