Ik ben heus wel links genoeg, maar anders links

Dat de discussies in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november niet gaan over wezenlijke verschillen, is al vaker opgemerkt. Meer dan ooit zijn de inhoudelijke strijdpunten tussen partijen kleiner dan de overeenkomsten. Tegelijkertijd openbaart zich in allerlei uitingen van kiezers en politici een opmerkelijke angst: die voor ‘onjuiste’ etikettering van de politieke identiteit in termen van links en rechts.

Dertig jaar geleden publiceerde Jan Blokker een bundel onder de spottende titel Ben ik eigenlijk wel links genoeg? Ook nu maakt menig vertegenwoordiger van ‘links’ zich zorgen of zijn politieke identiteit voor anderen nog wel voldoende zichtbaar is. En dat wordt in de huidige politieke verhoudingen steeds gecompliceerder.

Zo werden veel kiezers bij een vorige verkiezing al onaangenaam getroffen doordat de Stemwijzer ze op grond van hun mening had ingedeeld bij de in hun ogen ‘rechtse’ ChristenUnie. Overigens is op dit moment een omgekeerde verontrusting zichtbaar. Nadat VVD-lijsttrekker Mark Rutte de partij van André Rouvoet openlijk ‘links’ noemde – als het gaat om de sociaal-politieke standpunten simpelweg een feit – klinkt aldaar de verontruste reactie: ‘Wij links, hoezo?’ Toch is de linkse angst om onverwacht voor rechts te worden versleten aanmerkelijk wijder verbreid dan het omgekeerde.

Dat leidt, behalve tot lacherige verbazing over ‘verkeerde’ stemadviezen door de Stemwijzer, tot ronduit malle taferelen. Zo worstelde GroenLinks-leider Femke Halsema zich nog niet zo lang geleden, na kritiek op haar onverhuld liberale rapport over de toekomst van de sociale zekerheid (Nieuwe tijden, nieuwe zekerheden) in bochten om duidelijk te maken dat ze het politieke hart nog wel degelijk op de goede plaats had. „Dit is een radicaal links plan. Echt waar!”, riep ze ietwat wanhopig in deze krant. En in een uitzending van Buitenhof (22 oktober) reageerde ze na een terloopse opmerking van presentator Clairy Polak dat ook GroenLinks niet afkering is van wat ‘liberale’ invloeden, met een verschrikt: ‘Pardon?!’ Dit vlak nadat ze de waarde had benadrukt van financiële prikkels voor het sturen van gedrag.

Halsema is niet de enige die worstelt. Ombudsman Thom Meens van de Volkskrant meldde eind september in reactie op bezorgde lezersgeluiden over de politieke koerswijziging van de krant dat de redactie tegenwoordig ‘niet minder links, maar anders links’ is. Tja, zo kun je het natuurlijk ook noemen. Maar het blijft goochelen met woorden.

Is het niet beter – ook voor de persoonlijke gemoedsrust – gewoon naar de feiten te kijken? Er is al veel gezegd over de ‘onjuiste’ voorspelling van Francis Fukuyama dat de val van het communisme het einde van de geschiedenis zou inluiden. In de doorgaans wat al te letterlijke interpretatie van zijn woorden is dat inderdaad niet uitgekomen. Maar in één ding had hij wel gelijk: het socialisme als breed gedragen alternatief voor de liberale democratie heeft afgedaan. Ook in Nederland. De PvdA schudde haar ideologische veren al af onder Wim Kok. En voor het onder meer uit de Communistische Partij Nederland voortgekomen GroenLinks geldt inhoudelijk eigenlijk hetzelfde. Veel elementen van het (‘rechtse’) liberale gedachtengoed, zoals het toepassen van financiële prikkels bij allerlei sociaal beleid, zijn nu ook ter linkerzijde van het politieke spectrum gemeengoed. Hoe je het ook wendt of keert, vroeger heette dat rechts, en bij de SP denkt men er vermoedelijk nog steeds zo over.

Ook rond de multiculturele samenleving, de islam en westerse waarden, varen veel zich links noemende mensen tegenwoordig een principiëler en kritischer (‘pro-westerser’) koers dan voorheen. Dat bleek dit jaar bijvoorbeeld ondubbelzinnig tijdens de Deense cartoonrellen. Velen, ook journalisten, beoordelen mensen en stromingen nu nuchterder en objectiever dan voorheen op wat ze werkelijk zeggen en doen, ongeacht huidskleur of culturele achtergrond, twee factoren die voorheen nogal eens leidden tot het opzetten van een – door misplaatste solidariteit gekleurde – roze bril. Die nieuwe houding kwam televisieprogramma NOVA na een discussie over de cartoonrellen te staan op verwijten van islamofobie. Dat is even wennen. Ook dit soort zaken was voorheen immers voorbehouden aan ‘rechts’.

Naar de sociale en psychologische achtergronden van de hardnekkige vraag ‘ben ik wel links genoeg?’, is het gissen. Eén ding is duidelijk: de termen links en rechts hebben, behalve een politieke, ook een duidelijk sociaal-culturele lading. Net als bepaalde sokken of films in sommige kringen echt niet kunnen – ook al vind je ze mooi – zo ‘kunnen’ in bepaalde kringen bepaalde etiketten niet. Ook al ben je het met de onderliggende ideeën feitelijk eens.

Een ingewikkeld taboe. En het wordt nog ingewikkelder in de wetenschap dat wat links en rechts is, per land ook nog eens verschilt. Zo geldt het in de VS als uitgesproken rechts – want ondermijnend voor het loonniveau – om voor een ruimhartige immigratie te zijn.

Eigenlijk is het hoog tijd om de versleten etiketten links en rechts – die uit behoefte aan een moreel kompas blijkbaar nog altijd worden vertaald als ‘goed’ en ‘slecht’ – te verlaten. Zolang dat nog een stap te ver is, is het voor het welbevinden ter linkerzijde in elk geval verstandig om ze van hun emotionele lading te ontdoen. Je kijkt dan ook wat rustiger in de spiegel. Of naar de uitslag van de Stemwijzer.

Dr. Tom Nierop is politiek-geograaf en journalist.