Het wordt maar geen dag in Zuid-Afrika

Waar is het misgegaan met ons land, vragen Zuid-Afrikaanse denkers zich af.

Misdaad en populisme voeden het pessimisme. Maar is dat terecht?

In de keuken van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Nadine Gordimer stonden plotseling drie lijvige mannen. Waar is de kluis, vroegen ze Gordimer en haar huishoudster. Gordimer, winnares van de Nobelprijs voor literatuur in 1991, opende de brandkast in de slaapkamer en gaf alles wat de mannen wilden. Of ze de trouwring die ze van haar overleden echtgenoot had gekregen mocht houden, smeekte ze. Een van de mannen werd daarop zo boos dat hij Gordimer in het gezicht sloeg en haar vervolgens opsloot in een voorraadkast. Nadine Gordimer wordt deze maand 83.

De schrijfster heeft het incident van afgelopen donderdag met geen buitenstaander besproken. Haar woordvoerder vroeg de media haar privacy te respecteren. Maar de vraag of er misschien iets mis is met het Zuid-Afrika van vandaag, is de afgelopen weken ruimschoots beantwoord door intellectuelen die samen met Gordimer vooraan liepen in de strijd tegen de apartheid.

„Het Zuid-Afrika van Nelson Mandela is in een ravijn aan het vallen”, schreef André Brink begin vorige maand in de opiniebijlage van NRC Handelsblad. Hij zag in een overval waarvan zijn dochter het slachtoffer was aanleiding om keihard uit te halen naar de mores van zijn vaderland. Brink is woedend op de minister van Veiligheid, Charles Nqakula, die in een parlementsdebat iedereen die zeurt over misdaad aanraadde het land te verlaten. „Met één harteloze, achteloze opmerking heeft hij de erfenis van Mandela verraden.”

De schrijver kreeg twee weken geleden bijval van Rian Malan. Malan is de schrijver van het anti-apartheidsboek My traitor’s heart. Twee jaar geleden schreef Malan nog dat blanke Zuid-Afrikanen de nieuwe regering te weinig dankbaar zijn voor het wonder van na 1994. „Het is nog niet te laat om dankjewel te zeggen.” Maar in het oktobernummer van het Britse tijdschrift The Spectator schrijft hij stellig: „We verkeren in een crisis.’’

Volgens Malan is het tijd voor Zuid-Afrikanen om in paniek te raken. Hij noemt de verheerlijking van corrupte politici als Tony Yengeni. De voormalige fractievoorzitter van het ANC werd veroordeeld tot vier jaar celstraf. Partijgenoten droegen Yengeni vorige maand letterlijk op de schouders naar de poorten van de gevangenis. Als een held. Malan noemt ook de machtsstrijd in Kaapstad. Dat is de enige stad waar de oppositiepartij DA aan de macht is. Burgemeester Helen Zille krijgt in wijken met een grote ANC-aanhang stoelen naar haar hoofd geslingerd. Het provinciaal bestuur (ANC) vergelijkt Zille met apartheidsarchitect Verwoerd en probeert de macht van de burgemeester nu zo veel mogelijk uit kleden. „Wil iemand misschien mijn huis kopen?”, vraagt Malan de Britse lezers aan het einde van zijn artikel.

Het zijn niet alleen blanke intellectuelen die zich zorgen maken. Nobelprijswinnaar Desmond Tutu vroeg zich onlangs hardop af: „Wat is er met ons aan de hand? We verloochenen onze vrijheid en onze verworven rechten. (…) Rechten gaan hand in hand met verantwoordelijkheid, met waardigheid en respect voor onszelf en een ander.’’ Het excuus van de apartheid geldt niet langer. Brink, Malan en Tutu hebben zich overgegeven aan het doemdenken dat voor kort alleen in kringen van blanke rechtsradicalen was te horen. De trots op het wonder Zuid-Afrika en de geest van vergevingsgezindheid hebben plaatsgemaakt voor teleurstelling en cynisme.

Het keerpunt heet Jacob Zuma. De onstuitbare opmars van de voormalige vice-president die dit jaar werd vrijgesproken van verkrachting en corruptie jaagt de angst aan. Brink noemt Zuma een snoever. Vanwege zijn onbeschroomde ambities en achteloze uitspraken over seks met een seropositieve vrouw. Malan is vooral geschrokken van de aanhang. „We will kill this big ugly dog for Zuma”, zongen vakbondsleden vorige maand op een congres. Met die hond bedoelden ze de zittende president, Mbeki.

Het pessimisme wordt ook gevoed door groeiend internationaal wantrouwen. Vragen van de wereldvoetbalbond FIFA of Zuid-Afrika echt wel in staat is om het wereldkampioenschap in 2010 te organiseren.

Kritiek van de speciale VN-vertegenwoordiger voor Aids, Stephen Lewis. Hij noemde op een internationale conferentie het aidsbeleid van Zuid-Afrika „krankzinnig”. Hij bedoelde de uitspraken van de minister van Volksgezondheid, die aidspatiënten aanraadt knoflook en rode bieten te nemen in plaats van aidsremmende medicijnen. En dan is er nog de opeenstapeling van gewelddadige incidenten die de voorpagina’s vullen. De baby die op de rug van haar moeder geraakt werd door een verdwaalde kogel. De vier bewakers op een geldtransportwagen die deze maand dood brandden, nadat overvallers de wagen met benzine overgoten en in brand zetten.

De vraag is: kloppen de beelden met de werkelijkheid? Volgens de cijfers van de regering daalt de criminaliteit al sinds 1996. Met 19.000 moorden per jaar is Zuid-Afrika nog steeds een van de moorddadigste landen ter wereld. Maar tien jaar geleden vielen er jaarlijks 6.000 doden méér. De regering heeft het aidsbeleid deze week drastisch gewijzigd. „Anti-retrovirale medicijnen zijn het enige bewezen geneesmiddel om hiv te bestrijden”, verklaarde het ministerie van Volksgezondheid vanochtend. Knoflook niet. De vice-president vroeg afgelopen vrijdag om een open dialoog met de Treatment Action Campaign (TAC) die al jaren campagne voert voor snellere distributie van aids-remmende medicijnen. Met 140.000 patiënten in behandeling leidt de regering overigens al een van de grootste programma’s ter wereld.

Geen van de opiniepeilingen tipt Jacob Zuma als de volgende president van het land. De aanhangers die met hem „Bring me my machinegun” zongen voor de rechtbanken in Pietermaritzburg en Johannesburg, kwamen vrijwel allemaal uit de geboortestreek van Zuma. De televisiecamera’s filmden ze meestal close-up, zodat het ’s avonds op de buis nog heel wat leek.

En de minister van Veiligheid, Charles Nqakula, bood meerdere malen zijn excuses aan over zijn aanval op de zeurpieten over misdaad. Drie weken later lanceerde hij operatie Iron Fist, waarin de oorlog aan de misdaad werd verklaard. „Wat ons achtervolgt is het spook van Afrika”, zegt commentator Max Du Preez. „Zuid-Afrikanen, vooral de blanke, wachten op het moment dat het misgaat net als bij de noorderburen. Ook ik ben wel eens depressief over boude uitspraken, over de machtsstrijd in Kaapstad, en het gemak waarmee sommige politici zich verrijken. Maar ik spreek iedere dag met Zuid-Afrikanen, blank en zwart, die het er ook niet mee eens zijn. Er is intensief debat. Je kunt een land niet alleen afrekenen op de fouten van de regering.”

Zuid-Afrika in 2006 is als een scholier voor het eindexamen die zijn afstudeerrichting nog niet heeft gekozen. Wat nu? Het tijdperk Mandela-Mbeki loopt ten einde en nog nooit sinds de komst van democratie was de toekomst zo onzeker. Het land is ontwaakt uit de droom dat na het einde van de apartheid voor altijd de onschuld zou regeren.

Lees André Brink in de opiniebijlage van NRC Handelsblad en het interview met Nadine Gordimer uit de boekenbijlage op: www.nrc.nl/ next of 60680 naar 7585