Hamlet en citroentaart

Liefde gaat door de maag en filmliefde ook. De eetfilm, zoals ‘Eden’ deze week, is een genre dat de lust opwekt en meestal meer dan de eetlust. Sommige maken je misselijk.

Eden van Michael Hoffmann. scene uit de film Eden (2006) FOTO: Cinemien Cinemien

Gegeten wordt er al heel lang in de film, al sinds Repas de bébé, een van de eerste korte films van de gebroeders Lumière, uit 1895, maar eetfilms bestaan nog niet zo lang. Meestal wordt Babettes gaestebud van Gabriel Axel als de pionier van het genre gezien, een Deense film uit 1987. Rijkelijk laat voor zo’n belangrijk onderwerp als eten, dat toch al in veel films een rol heeft gespeeld, al verschilt per cultuur hoeveel. In elke Koreaanse film zit wel een eetscène, maar in Amerikaanse is het vaak net zoiets als naar de wc gaan: het gebeurt buiten beeld. Maar ook uit Amerikaanse films zijn voorbeelden te over; van Charlie Chaplins The Gold Rush, waarin hij van de honger een goudzoeker in een kip ziet veranderen, tot The Appartment, waarin Jack Lemmon spaghetti afgiet in een tennisracket tot Lady en de vagebond, waarin twee honden samen spaghetti slurpen. En dan zijn er ook nog films die eten tot onderwerp hebben maar toch geen eetfilms zijn, zoals La grande bouffe van Marco Ferreri, waarin vier mannen van middelbare leeftijd zich dood eten.

Eetfilms in de beperkte betekenis die de term als genre heeft zijn dan ook geen films over eten, maar films waarin eten een positieve rol speelt. In Babette’s Feast leert een calvinistische gemeenschap via hemels voedsel aardse sensualiteit waarderen. Daarom worden Big Night van Stanley Tucci en Come aqua para chocolate wel tot het genre gerekend en La grande bouffe niet. Eetfilms moeten je doen eten, zoals griezelfilms je moeten laten griezelen. Ze zijn als de kreunen van Meg Ryan in When Harry Met Sally, die een andere bezoeker van Katz Delicatessen in New York tegen de ober deden zeggen: „I’ll have what she’s having”.

Helaas kan dat in de bioscoop meestal niet op het moment zelf, daar moet je je behelpen met popcorn, tot ergernis van dat deel van het publiek dat van films alleen geestelijk wil genieten Maar waarom zou het niet samen kunnen gaan? Remco Campert bezong al eens het eetlezen. Wat is er mis met eetkijken? In zijn memoires ’Tis, het vervolg op Angela’s Ashes, schrijft Frank McCourt dat hij zich dagen verheugde op het eten van een stuk citroentaart en het drinken van een flesje gemberbier bij het zien van Laurence Oliviers Hamlet. „Daar zal ik Hamlet zien die zichzelf en alle anderen martelt, en ik zal de wrangheid van gemberbier en de zoetheid van taart in mijn mond voelen strijden.”

Veel eetfilms zijn helaas nogal misselijkmakend, lang niet allemaal halen ze het niveau van Big Night of de Japanse eetklassieker Tampopo. Van Bella Martha en Chocolat kun je behoorlijk ziek worden. En eetfilms moeten van goede huize komen om via zien en horen een indruk te geven van ruiken en proeven. Die synesthesie wordt maar zelden bereikt. Het overkwam mij eens bij het zien van een verfilmde performance van Marina Abramovic. De tranen stroomden me over de wangen. Niet van geluk of verdriet, maar omdat ze een rauwe ui at.