Gestoord gedrag

Sinds een tweetal maanden breng ik mezelf ertoe drie keer per week tot sporten over te gaan. Inmiddels ren ik vlotjes zeveneneenhalve kilometer en eet ik veel fruit. Vandaag is bovendien mijn derde dag zonder sigaretten. Een nieuwe poging om met roken te stoppen kon er ook nog wel bij. Omdat ik nog steeds veel Arnon Grunberg lees, ga ik ervan uit dat deze subtiele aanpassingen deel zijn van een groter plan met als futiel doel het beest in mij te bezweren. Ik ga er halsstarrig nog wat mee door. Het beest kan zeer vermoeiend zijn en endorfines bestaan.

Omdat ik een nogal hardnekkige smetvrees heb overgehouden aan zwembaden, diende ik een andere sport te gaan beoefenen dan baantjes trekken. Balsporten waren daarbij uitgesloten, aangezien ik ijver voor een algemeen verbod erop. Een even onbekende als onverklaarbare wet zorgt er namelijk voor dat een bal die op minder dan twintig meter afstand gegooid of getrapt wordt, steeds met grote snelheid tegen mijn hoofd belandt.

Hardlopen leek mij wel wat. Lekker eenzame sport, dacht ik, lichtjes geïnspireerd door The Loneliness of the Long Distance Runner van Alan Sillitoe, of wat ik me nog van dat verhaal herinner. Stilte, wolkjes ademhaling, een winterzon die door broos najaarsgebladerte priemt en rijmplekken doet schitteren. Voor sentimentele soloromantiek val ik nog wel eens te strikken. Helemaal verzonnen blijkt die trouwens niet. Tijdens het eerste kwartier hardlopen word ik voornamelijk gedreven door zelfspot en lichte wanhoop. Welk nut heeft deze uitsloverij? Vijfenveertig minuten is een hele hap in mijn dag. Mijn hoofd is rood en ik draag een gek, bezweet pakje! Na deze lastige fase begint het lijden echter enigszins zoet te smaken en nog later gaat de pijn onmiskenbaar over in genot. Ik heb altijd wel vermoed dat sport gewoon een sociaal aanvaarde vorm van masochisme is. De hartstocht waarmee ik mij er nu aan overgeef, is echter ook voor mij nieuw en enigszins beangstigend.

Ik zou mij hier misschien minder zorgen om maken als ik de enige was met dergelijk gestoord gedrag. De eenzaamheid van de langeafstandsloper had ik blijkbaar verkeerd ingeschat. Twee derden van mijn vriendenkring zet zichzelf sinds kort op deze manier in het zweet. Mijn eigen moeder is bijna aan een marathon toe. Ik kruis steeds meer mensen in gekke pakjes in de ooit zo rustige parken van mijn stad. Als ik wat meer televisie had gekeken, had ik al lang geweten hoe dat komt: Vlaanderen rent zich rot. Fanatiek wordt het hardlopen aangemoedigd door overheidsinstanties. Duizenden mensen hebben de ‘Vlaanderen sport-podcast’ op hun mp3-speler gedownload, aldus de website van de VRT. Ik heb een sessie van dit trainingsprogramma beluisterd, en denk dat ik toch maar in stilte verder ga. De woorden ‘brainwashing’ en ‘degeneratie’ kwamen tijdens het beluisteren iets te veelvuldig in mij op. De zorgeloze muziek wordt tijdens de training nu en dan onderbroken door een zekere Evy, die dingen zegt als: „Je bent echt wel een atleet aan het worden!” of „Kom aan, ook vandaag, op je tanden bijten!” Soms geeft zij ook voedingstips en aan het einde van de les zegt ze dat je een dikke kus hebt verdiend, waarna zij een smakkend geluid laat horen.

Elke dag komen er nieuwe Vlaamse hardlopers bij. Op een dag zullen wij ons afvragen waar al dat zweet toe leidt. Wij zullen dan zelf een doel verzinnen. Massaal zullen wij het beest loslaten en ten oorlog rennen. Onze buurlanden vertrappen wij het eerst.