Gerhahers liedkunst klinkt erg natuurlijk

Concert: Christian Gerhaher , Ruth Ziesak, Gerold Huber. 31/10 Concertgebouw, Amsterdam.

Hij is niet de opvallendste liedzanger van het moment, maar daarin schuilt nu juist de kracht van de Duitse bariton Christian Gerhaher (1969). Voor Gerhaher moeten liederen natuurlijk klinken. Niet alsof er doorwrochte tekstinterpretaties aan ten grondslag liggen. Tekstduiding heeft de componist immers al gedaan, in de muziek die de zanger als ambachtsman tot uitdrukking brengt.

Gerhaher opende gisteravond samen met sopraan Ruth Ziesak de Vocale Serie van het Amsterdamse Concertgebouw met een programma met liederen en duetten van Brahms en de 150 jaar geleden gestorven Robert Schumann. In Schumanns cyclus Myrthen opus 25 wisselden Ziesak en Gerhaher elkaar af, aan de vleugel sensitief agerend en reagerend bijgestaan door Gerhahers jeugdvriend en vaste duopartner Gerold Huber.

Het verschil in aanpak tussen Ziesak en Gerhaher werd door die opzet des te duidelijker. Ziesak heeft een stralende hoogte en zingt teksten met inleving en intelligentie. Maar – ook niet geholpen door een wat verkouden stem – zij miste de schijnbare moeiteloosheid en concentratie van Gerhaher, die zijn présence en onopgesmuktheid ook behield in de krachtige uitbundigheid van liederen als Freisinn (levenslustig ruitersélan) of Lied aus dem Schenkenbuch im Divan I (kroegjolijt).

Gerhaher imponeert ook in de elasticiteit waarmee hij schakelt tussen grote emoties en een kwetsbaarheid en een intimiteit die zelfs van een klassieker als Du bist wie eine Blume een ontroerend miniatuurtje maakt. En al klinkt het bij Gerhaher nog zo logisch om in Brahms´ volksliederen af en toe te kiezen voor een puur en onnadrukkelijk zingzeggen, je hoort het zelden. De bekendste bariton van zijn generatie is Gerhaher niet, de innemend-integerste wel.