Geleerde rechercheurs

Een nieuwe lichting rechercheurs uit het hbo en de universiteit moet bij de politieanalytisch denken en een kritische houding introduceren en daarmee het vóórkomen van een tunnelvisie tijdens recherchewerk tegengaan. Maar oudere rechercheurs reageren nog ‘erg negatief’ op deze nieuwelingen die wel een bul hebben, maar nog geen praktijkervaring.

Twintig jonge vrouwen en mannen zitten in politie-uniform in een klaslokaal. Twintig agenten bij elkaar zien er intimiderend uit, maar deze agenten hebben nog nooit een dienst gedraaid of een wachtronde gelopen. Het zijn studenten van de nieuwe Master of Criminal Investigation, die in twee jaar opleidt tot rechercheur.

Tijdens hun opleiding dragen de academici en hbo-afgestudeerden verplicht een uniform, maar met slechts één streep op de schouder.

Op de Politieacademie in Apeldoorn is in augustus de eerste lichting studenten aan de nieuwe recherchekundige master begonnen. In het eerste jaar leren ze, samen met studenten die een hbo-bachelor politiekundige doen, de basis van het politievak, zoals sociale vaardigheden, zelfverdediging en schieten. Het tweede jaar leren ze de specifieke recherchevaardigheden. De helft van de opleiding bestaat uit stages bij een korps: leren en werken in de praktijk.

Het college gaat over capaciteitsmanagement, oftewel, roosters. „Maar hoeveel van de werktijd wordt er ingepland in diensten, 75 procent of 90 procent? En houdt iemand er rekening mee dat je na een dienst ook soms een procesverbaal moet uitwerken”, vraagt een student, die nu al de uitstraling heeft van een hoofdagent. „Er wordt binnen de politie heel weinig nagedacht over hoeveel uren het werk kost”, antwoordt de docent. En: „We moeten ons niet blindstaren op onszelf bij de politie, maar ook kijken hoe ze het in andere takken doen, zoals de zorg bijvoorbeeld.”

Dat bij korpsen behoefte is aan mensen met een bredere kijk dan alleen op de politie, was de voornaamste reden om de Master te beginnen, vertelt Wouter Kniest, woordvoerder van de Politieacademie. „We willen mensen binnenhalen die kennis meenemen van een ander vakgebied, analytisch kunnen denken en een kritische houding hebben.” De hoogopgeleide rechercheurs moeten de ‘tunnelvisie’, waardoor de politie bijvoorbeeld faalde bij de Schiedammer parkmoord, doorbreken.

Maar academici die na twee jaar opleiding als rechercheur aan de slag gaan, zonder verdere politie-ervaring, is dat wel verantwoord? Kniest: „De korpsen moeten even wennen aan dat idee, ja. De studenten zullen hun ervaring grotendeels in de praktijk, na de opleiding, opdoen. Het is aan de korpsen hen daarin te begeleiden. Maar deze studenten zijn hoogopgeleid en zelfredzaam, ze zullen het snel leren.” Hij erkent dat de komst van de academicus-rechercheur „een cultuurverandering zal vragen, zij gaan kritische vragen stellen. Dat willen wij juist stimuleren.”

„Erg negatief”, noemt Dennis van Bruchem de reacties binnen de politie op de komst van rechercheurs met een tweejarige masteropleiding. Van Bruchem (26) is afgestudeerd technisch bedrijfskundige en deed zijn afstudeeronderzoek bij het korps Amsterdam-Amstelland. Nu doet hij de recherchekundige master. „Rechercheurs die ik ken, hebben tien jaar als agent op straat gelopen en een zware selectie ondergaan om te komen waar ze nu zijn. Ze staan erg argwanend tegenover ons, omdat wij zonder enige ervaring als rechercheur instromen. Ik vind dat een logische reactie. Ik hoop zelf die weerstand straks weg te kunnen nemen, door vooral goed naar hen te luisteren.”

Van Bruchems voormalige studiegenoten vinden het raar dat hij met zijn bul op zak nu voor de politie kiest. „Zij volgen het standaardpad en werken bij ABN Amro of een ander groot bedrijf”, zegt hij. „Maar dat is niks voor mij. Tijdens mijn studie trok de politie me al.” Zijn toekomstige baan ziet hij vooral als „helpdesk” voor rechercheurs. „Ik kan, door mijn studie, snel een paar stappen verder denken en neem dingen niet zomaar aan voor waarheid. Ik zal vragen: ‘waarom doen we het zo?’”

Marjolein Hendriks is afgestudeerd juriste en doet nu ook de nieuwe master. „Ik wilde eerst studeren en levenservaring opdoen. Ik heb stages gelopen in de advocatuur en de rechterlijke macht, maar dat paste niet bij me. De combinatie van denken en doen mét een juridisch aspect vind ik leuk aan de master. De kennis die ik al heb, kan ik gaan toepassen in de praktijk. Straks op straat gaat het erom: wat doe je en wat mag je? Alleen jurist zijn is me te statisch.”

Denkt Hendriks dat ze de tunnelvisie waaraan de politie zou lijden kan verhelpen? „85 procent van de onderzoeken loopt wél goed, dus dat is volgens mij niet het belangrijkste. Ik wil een link zijn tussen wetenschap en praktijk, bijvoorbeeld door inzichten uit een artikel dat ik heb gelezen toe te passen. Ik zal adviseren, afhankelijk van de behoeftes van de rechercheurs.”

Maar als het toch een keer de verkeerde kant op dreigt te gaan met een onderzoek, kan een zo onervaren rechercheur dan wel met de vuist op tafel slaan? „Je moet eerst laten zien wat je waard bent, even inbedden in de organisatie, maar ik denk dat het steeds makkelijker zal gaan.”

Beide studenten hebben er geen moeite mee weer eerstejaarscolleges te volgen, terwijl ze al een titel op zak hebben. „Ik vind de colleges hier veel interessanter dan bij technische bedrijfskunde”, zegt Van Bruchem. Hendriks: „Ik vind het heerlijk om nu ook fysiek bezig te zijn.”