Een machteloze vriend in Bagdad

De Iraakse premier Maliki gelastte het Amerikaanse leger gisteren het kordon controleposten rond Sadr City in Bagdad op te heffen. Hij wil geen willoos werktuig lijken van de Amerikaanse bondgenoten.

Rotterdam, 1 nov. - Zeven dagen lang omsingelde het Amerikaanse leger Sadr City, het Bagdadse bolwerk van de radicale shi’itische geestelijke Muqtada Sadr. De omsingeling was onderdeel van de jacht op doodseskaders die verbonden zijn met Sadrs militie, het Leger van de Mahdi, en de zoektocht naar een ontvoerde Amerikaanse militair. Gistermiddag beval de Iraakse premier Nouri al-Maliki de Amerikanen het beleg op te heffen.

Daarmee gaf Maliki twee dingen aan. Wat hij beoogde: dat hij geen willoos werktuig is van Amerikaans oppergezag. En wat hij niet beoogde: hoe machteloos hij staat ten opzichte van de milities, die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het huidige geweld in Irak. De Amerikaanse senator Jack Reed, lid van de commissie voor de strijdkrachten, zei gisteren dat „het vandaag de kritieke kwestie in Irak is of de regering-Maliki de politieke wil kan opbrengen om diegenen het hoofd te bieden die geweld gebruiken om Irak te destabiliseren”. Het antwoord is duidelijk.

Burgers en gewapende strijders van Muqtada Sadr dansten gisteren in de straten van Sadr City, een sloppenwijk met twee miljoen inwoners, toen de Amerikaanse militairen hun beleg ophieven. Hun kordon controleposten leidde tot immense rijen wachtende auto’s en verlamde het leven in Sadr City. De woede daarover werd maandag nog verscherpt door een aan sunnieten toegeschreven aanslag in de wijk die zeker 30 mensen het leven kostte. Gisteren volgde een nieuwe aanslag, met vier doden. Sommige bewoners beschuldigden de Amerikanen van samenspanning met de daders.

Muqtada Sadr riep voor gisteren een staking uit, die door zijn gewapende aanhangers werd afgedwongen, en dreigde met verdere, nog ongespecificeerde maatregelen als het beleg niet werd opgeheven. Ook buiten Sadr City werd gestaakt om Sadrs eis kracht bij te zetten.

Amerikaanse woordvoerders werden gisteren verrast door Maliki’s mededeling dat hij opheffing van het kordon had gelast. Later maakten ze er het beste van: de premier had de kwestie besproken met ambassadeur Khalilzad en de hoogste Amerikaanse legercommandant in Irak, generaal George Casey, en die hadden ermee ingestemd. ’s Avonds zei een hoge Amerikaanse ambassadefunctionaris dat de maatregel de inspanningen weerspiegelde om het economisch belang van de burgers in balans te houden met de zoekacties naar de ontvoerde soldaat en de jacht op sektarische moordenaars.

Maliki zit gevangen tussen zijn shi’itische achterban en de Amerikaanse bondgenoten. De steun van Muqtada Sadr (die behalve over zijn militie over 30 van de 275 parlementsleden beschikt) en van andere zware shi’itische politici-met-milities heeft hem het premierschap bezorgd. Zij kunnen hem ook breken. Aan de andere kant kan zijn regime tegen de achtergrond van het toenemende geweld niet overleven zonder Amerikaanse steun. De Amerikanen eisen dat hij de milities ontmantelt. Sadr en andere militieleiders denken daar niet aan. De shi’itische meerderheid ziet de milities als verzekering tegen sunnitisch geweld. De militieleiders hebben hun strijdgroepen ook nodig met het oog op de eigen machtspositie.

De afgelopen dagen was Maliki verwikkeld in een woordenoorlog met de Amerikaanse regering, die bang is op de Iraakse aftakeling te worden afgerekend in de komende Congresverkiezingen. Met name de Amerikaanse mededeling dat de Iraakse regering had ingestemd met een stappenplan om een eind te maken aan het geweld, viel buitengewoon slecht in Bagdad. Maliki liet een naaste medewerker bekendmaken dat hij ambassadeur Khalilzad te verstaan had gegeven dat „niemand het recht heeft een tijdschema op te leggen” aan zijn regering. En dat hij „een vriend van de Verenigde Staten, maar [..] niet Amerika’s man in Irak” was. Zijn bevel tot opheffing van het kordon rondom Sadr City ligt in het verlengde hiervan.

Intussen heeft Muqtada Sadr ook zo zijn problemen. Uitspraken van hemzelf en naaste medestanders bevestigen eerdere berichten dat er toenemende moeilijkheden zijn met de discipline van zijn strijders. „Ongehoorzaamheid aan het leiderschap heeft ons verdeeld en heeft ons talrijke vijanden bezorgd”, zo onderstreepte sjeik Jabir al-Khafaji tijdens het afgelopen vrijdaggebed in de moskee van Sadrs familie in Kufa. „Als jullie de richtlijnen van Muqtada Sadr niet volgen, zullen jullie daarvan spijt krijgen.” Zo zou de gewapende machtsgreep van zo’n 800 militiestrijders in de zuidelijke stad Amara, tien dagen geleden, een eigenmachtige actie zijn geweest. De rust keerde er uiteindelijk terug na bemiddeling door Sadr.