Discussie ontslagrecht

Werkgevers willen dat het makkelijker wordt om mensen te ontslaan.

Politici praten nu liever niet over dit heikele onderwerp. Toch zijn er plannen.

Behalve de hypotheekrenteaftrek en de AOW is er nog een onderwerp waarover politici nu liever niet praten: het ontslagrecht. Toch was dat juist het onderwerp dat de meeste aandacht trok tijdens het eerste verkiezingsdebat.

CDA-leider Balkenende werd ondervraagd over de plannen van zijn partij om het ontslagrecht te versoepelen. Op de radio werd niet duidelijk wat die plannen precies behelzen. Ze blijken ook niet uit het verkiezingsprogramma.

In paragraaf 3.1.4 staat slechts dat werkgevers een lagere ontslagvergoeding hoeven te betalen als zij investeren in de employability (inzetbaarheid op de arbeidsmarkt) van hun werknemers. Werknemers die worden bijgeschoold, maken een betere kans op een nieuwe baan, is de redenering.

Uit de doorrekening die het Centraal Planbureau (CPB) heeft gemaakt van de verkiezingsprogramma’s, bleek vorige week dat het CDA-plan veel meer omvat. Het CDA wil het aanvragen van ontslag via het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) makkelijker maken. In het CPB-rapport staat: „Bij de CWI-route komt het aanvragen van toestemming voor het ontslag te vervallen.”

Het CDA wil ook de ontslagroute via de kantonrechter handhaven. Deze wordt nu vooral gekozen als de werkgever (of de werknemer) wil dat het contract snel wordt ontbonden, bijvoorbeeld bij een conflict. Het is vaak duurder, omdat kantonrechters de ontslagvergoeding vaak laten afhangen van het aantal dienstjaren (één maandsalaris per dienstjaar).

Per jaar worden er ongeveer 100.000 werknemers ontslagen, de helft via het CWI en de helft via de kantonrechter. Het simpeler maken van de aanvraag bij het CWI zou ertoe kunnen leiden dat werkgevers vaker voor deze (goedkope) route kiezen.

Het CDA wil ook iets veranderen aan de ontslagvergoeding. Werkgevers die ontslag aanvragen via het CWI, moeten bovenop de opzegtermijn van één tot vier maanden nog eens drie maanden loon doorbetalen.

Balkenende had zich erop voorbereid dat deze plannen in het debat aan de orde zouden kunnen komen. Hij zei dat hij inspiratie had opgedaan bij zijn tegenstander, PvdA’er Bos. Die zei in april tijdens een lezing al iets over het versoepelen van het ontslagrecht: „Wat ons betreft rust hierop geen taboe.” Hij maakte wel kanttekeningen, onder meer dat versoepeling niet automatisch een beperking van werknemersrechten betekent, en dat een soepeler ontslagrecht gepaard moet gaan met hogere investeringen in onderwijs.

Bos zei in het verkiezingsdebat dat hij zijn plannen heeft laten varen, nu is gebleken dat werkgevers en werknemers er in de Sociaal-Economische Raad (SER) niet uitkomen. De SER werkt al meer dan anderhalf jaar aan een advies aan het kabinet over het ontslagrecht. In maart kwam een plan naar buiten. Werkgevers zouden vooraf geen toestemming meer nodig hebben van het CWI om werknemers te ontslaan. Alleen de rechter zou achteraf kunnen toetsen of het ontslag terecht was. De Raad ging hiermee verder dan de werkgevers, die vooral pleitten voor verlaging van de ontslagvergoeding. De vakbeweging wilde dat niet en wilde de toetsing vóóraf ook niet kwijt. In juni viel het kabinet. Daarna lagen de SER-onderhandelingen zo goed als stil. In december, zo is nu de belofte, komt daar alsnog een advies over.

Bos zei zondag in het verkiezingsdebat: „We willen geen onrust creëren. Welke boodschap geef je aan werkgevers en werknemers door nu alsnog te zeggen dat je wilt versoepelen? Ik luister naar ze.”

Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA), zei vorige week dat er een einde is aan het geduld van politici. „Ik heb al aangegeven dat, als de SER na een bepaalde tijd niet uit komt of weer uitstel wil, er een moment komt dat de regering moet zeggen: nu trekt de regering haar conclusies.”

Behalve het CDA hebben ook de VVD, GroenLinks en de ChristenUnie plannen met ontslagrecht. De sociale partners weten dat de tijd dringt. De vakcentrale FNV heeft deze week een opening geboden door te zeggen dat het CWI als route op den duur kan worden afgeschaft, als werkgever en werknemer er zelf uitkomen.