De onzichtbare comeback van ‘MJ’

Michael Jordan (43) is drie jaar na zijn vertrek als speler en mede-eigenaar van de Washington Wizards terug in het Amerikaanse basketbal. Om de Charlotte Bobcats uit het dal te halen.

Charlotte, 1 nov. - Een uur voor de eerste oefenwedstrijd van de Charlotte Bobcats tegen een serieuze tegenstander, Milwaukee Bucks, is voor de hoofdingang van de Charlotte Bobcats Arena direct duidelijk wat een van de grootste problemen van de club is. Enkele tientallen mensen staan die vrijdag de dertiende oktober te wachten tot de deuren van de nieuwste basketbalhal in de Verenigde Staten opengaan, en van opwinding over de officieuze start van het nieuwe seizoen is geen sprake.

Bijna nergens in de Verenigde Staten kwamen anderhalf decennium geleden zoveel mensen naar basketbalwedstrijden kijken als in Charlotte. De stad in North-Carolina was toen nog de thuisbasis van de Charlotte Hornets. Maar de laatste jaren behoren de bezoekersaantallen tot de laagste in de Noord-Amerikaanse profbasketbalcompetitie (NBA). Als mede-eigenaar van de club die nu Charlotte Bobcats heet, staat basketballegende Michael Jordan (‘MJ’) voor de lastige opdracht om oude tijden te laten herleven.

Sinds hij in 2003 als speler zijn imposante carrière beëindigde bij de Washington Wizards, is Jordan op zoek geweest naar een eigen basketbalteam. In 2003 stond hij op het punt de Milwaukee Bucks over te nemen, niet ver van zijn woonplaats Chicago. Maar senator Herb Kohl besloot de Bucks voor zichzelf te houden. Dus hield hij zich weer bezig met zijn grootste hobby’s – golf en zijn eigen motorraceteam (Michael Jordan Motorsports Suzuki) in de Superbike-klasse – en zijn eigen schoenen- en kledinglijn. Ook steunt hij actief de Olympische kandidatuur van Chicago voor de Spelen van 2016.

Eind juni van dit jaar besloot Jordan een aanbod te aanvaarden dat hij een paar jaar geleden had afgeslagen. Een goede vriend, mediamagnaat Bob Johnson, wilde al enige tijd met hem in zaken en daarnaast droomde de enige zwarte eigenaar van een ploeg in de NBA ervan om Jordan mede-eigenaar van de Charlotte Bobcats te maken. Om te helpen bij het opbouwen van een ploeg die dringend hulp nodig had. En zo keerde de in New York geboren Jordan na een investering in de club van tussen de 10 en 20 miljoen dollar terug in de staat waar hij is opgegroeid, North-Carolina.

De Bobcats zijn een ploeg in opbouw, en nog te licht voor de play-offs. In 2002 vertrok de basketbalploeg uit Charlotte, toen nog de Charlotte Hornets genaamd, naar New Orleans. Reden: de toenmalige eigenaar was boos dat de stad niet wilde investeren in een nieuwe hal. Maar al snel bereikte de NBA een akkoord met de stad Charlotte om daar weer een ‘franchise’ op te zetten. Larry Bird, voormalige sterspeler van de Boston Celtics en oud-coach van de Indiana Pacers, was in de race voor het eigenaarschap. Maar het werd Johnson, oprichter van Black Entertainment Television. Hij telde 300 miljoen dollar neer voor de 30ste club in de NBA. Het stadsbestuur nam de bouwkosten (200 miljoen dollar) van de nieuwe hal voor zijn rekening.

Maar de fans bleven weg. Met het spel van de afgelopen twee seizoenen maakte de club ook geen reclame. Het eerste seizoen van de Bobcats, 2004-2005, werd in het oude Charlotte Coliseum afgesloten met 18 overwinningen en 64 verliespartijen. Vorig seizoen ging het iets beter; 26-56. Slechts zeven van de 41 thuiswedstrijden in de nieuwe hal waren uitverkocht.

Zaterdag stelde een Amerikaanse verslaggever nog dezelfde diagnose bij de Bobcats als de afgelopen jaren: ‘poor shooting, injuries and small crowds’; er wordt slecht geschoten, er zijn nu al blessures, en weinig toeschouwers. Bij het oefenduel tegen de Milwaukee Bucks zaten er nog geen vijfduizend toeschouwers – een kwart van de capaciteit – in de fraaie hal, die aan de bovenkant wordt omspannen door een reusachtige C, van Charlotte en ‘community’, gemeenschap. Ook het bedrijfsleven loopt nog niet warm voor de Bobcats, getuige het feit nog geen onderneming bereid is gevonden – voor veel geld – haar naam te laten verbinden aan de Charlotte Bobcats Arena.

Ook Jordan zelf is geen reden om naar de wedstrijden te komen. De man die verantwoordelijk is voor alles wat met het spel te maken heeft, onderhoudt vooral telefonisch vanuit Chicago contact met coach Ernie Bickerstaff. Hij zal zich weinig in Charlotte laten zien omdat zijn aanwezigheid te veel aandacht zou opeisen.

In de voorbereiding op het nieuwe seizoen, dat voor de Bobcats vanavond begint, was Jordan wel erg nadrukkelijk afwezig. Vrijdag speelde de club in Chapel Hill, waar Jordan drie seizoenen lang furore maakte als college-speler in het team van de Universiteit van North-Carolina. Dat was voordat hij in 1984 overstapte naar de Chicago Bulls, waarmee hij zes keer kampioen werd. Maar terwijl de Bobcats twee duels speelden in Chapel Hill, vermaakte Jordan zich ver van North-Carolina. Hij deed Parijs, Londen, Hamburg, Berlijn, Barcelona en Milaan aan om zijn kledinglijn (Jordan Brand) onder de aandacht te brengen, en afgelopen zondag, twee dagen nadat de Bobcats hun laatste oefenpartij in Chapel Hill hadden gespeeld, en verloren, zag hij in Valencia hoe zijn landgenoot Nicky Hayden de wereldtitel won in de zwaarste motorraceklasse, de MotoGP.

Het spelletje mist hij nog steeds, gaf Jordan onlangs toe. Elk jaar in oktober, voor het begin van de competitie, komt dat gevoel terug. „Dan begint het weer te jeuken, maar niet erg genoeg om te krabben.” De fans hoeven zich geen illusies te maken. De man die in het verleden twee keer terugkwam op zijn besluit te stoppen, komt niet meer in actie als speler. „De fans zullen nog steeds juichen voor Michael Jordan”, schreef het tijdschrift Sports Illustrated eerder dit jaar, „maar alleen als hij ze iets geeft om voor te juichen.” Om te beginnen een plek in de play-offs.