‘Extra subsidie voor gratis heroïne’

Twaalf middelgrote gemeenten dreigen na 1 januari 2008 te stoppen met het experiment om op medische indicatie heroïne te verstrekken aan verslaafden. Op die datum eindigt de subsidie. De gemeenten vinden dat er een structurele financiering moet komen. Zelf zeggen ze de kosten niet te kunnen betalen. Bovendien zijn ze het er niet mee eens dat de grote steden Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag, evenals Heerlen en Groningen, voor hetzelfde doel een hoger en structureel subsidiebedrag krijgen.

De twaalf gemeenten (Haarlem, Enschede, Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Den Bosch, Tilburg, Eindhoven, Maastricht, Leeuwarden, Leiden en Deventer) hebben eind 2005 van de Tweede Kamer de toestemming gekregen om te experimenteren met medische heroïneverstrekking. Nog niet elke gemeente is begonnen. De toestemming werd verleend na succesvolle resultaten in de grote Randstadgemeenten, Heerlen en Groningen. De heroïneverstrekking heeft geleid tot een verbetering van de gezondheid van verslaafden en een vermindering van criminele activiteiten.

Omdat de middelgrote steden de heroïne vanuit bestaande locaties mogen verstrekken, krijgen ze van het rijk een lager subsidiebedrag. Het ministerie ging ervan uit dat dit efficiënter en goedkoper is. Volgens een woordvoerder van de gemeente Deventer leert de praktijk dat de subsidie ontoereikend is, omdat er extra kosten bijkomen, bijvoorbeeld op het gebied van beveiliging. Ook het feit dat er onderzoek moet worden verricht naar de effecten van de behandeling, brengt meer kosten met zich mee. De middelgrote gemeenten pleiten ervoor te stoppen met de onderzoeksverplichting.