Waarom mag Georgië geen lid worden van de NAVO?

Er zijn sterke argumenten voor de eerste fase van NAVO-lidmaatschap van Georgië. Maar ook sterke argumenten tegen.

Het uiteindelijke standpunt is de toetssteen voor het buitenlandbeleid, meent Bob de Graaff.

De regering van Georgië streeft ernaar om op de NAVO-top in Riga toegelaten te worden tot het Membership Action Plan (MAP) van de NAVO, de officiële status die leidt tot lidmaatschap. Ook Oekraïne streeft naar die status. De NAVO-top is eind november of iets later. Georgië ondervindt daarbij verzet van drie regeringen: de Duitse, de Franse en de Nederlandse.

Het kost de Nederlandse regering weinig moeite om argumenten te vinden tegen de MAP-status voor Georgië. Het land kent binnen zijn grenzen, zogeheten frozen, maar o zo gemakkelijk ontvlambare, conflicten met de separatistische deelrepublieken Abchazië en Zuid-Ossetië, die steun krijgen uit Moskou. In het recente conflict tussen Georgië en Rusland speelt dit weer een rol. En hoewel Georgië sinds de Rozenrevolutie van 2003, die Mikhail Saakashvili aan het bewind bracht, de meest democratische en liberale staat in zijn regio is geworden, valt er nog veel aan te merken op de democratische verhoudingen en de mensenrechten.

Misschien dat het na de recente gebeurtenissen anders wordt, maar tot nu toe worden noch in Brussel bij de NAVO, noch in de Georgische hoofdstad Tbilisi de Nederlandse bezwaren serieus genomen. De NAVO-bondgenoten en het politieke establishment van Georgië menen dat de werkelijke Nederlandse redenen van binnenlands-politieke aard zijn: de Nederlandse identiteitscrisis, uitbreidingsmoeheid en xenofobie.

Nederland als relatief klein land moet het internationaal juist hebben van zijn overtuigingskracht gebaseerd op argumenten. Daarom is een heldere algemene stellingname tegenover de rest van de wereld nodig, die de basis vormt voor afzonderlijke beslissingen. De Nederlandse regering dient zich daartoe te bezinnen op de volgende punten.

Nederland moet zich permanent oriënteren op een of meer grote mogendheden. Een beleid waarbij Den Haag zich nu eens op Washington of Londen en dan weer op Parijs of Berlijn oriënteert, maakt van Nederland een niemandsvriend. In het geval van de Georgische MAP-status keert Nederland zich tegen de wens van de Verenigde Staten – die het anders trouwhartig volgt – en bevindt zich plotseling op de as Berlijn-Parijs. Daar zou niets tegen zijn mits goed beargumenteerd. Frankrijk ligt om traditionele redenen dwars bij de NAVO en Duitsland houdt sterk rekening met het verzet van Moskou tegen Georgische toenadering tot de NAVO wegens zijn afhankelijkheid van Russisch gas. Het is de vraag of Nederland met Duitsland moet zwichten voor al dan niet directe Russische chantage en de NAVO-lijn van Parijs moet ondersteunen. Wat is de transatlantische relatie de regering in Den Haag waard en welke relatie wil Nederland met Rusland?

Georgië dwingt de Nederlandse regering na te denken over de vraag of de NAVO aan haar rafelrand veiligheid en stabiliteit moet proberen te verbreiden (met het risico dat het onveiligheid binnenhaalt) of dat zij landen als Georgië voorlopig nog hun eigen boontjes laat doppen.

Nederland moet beslissen hoe het omgaat met landen waar het democratiseringsproces onvoltooid is. Wil het wachten totdat zij the point of no return zijn gepasseerd of wil het via verankering in de NAVO helpen het proces onomkeerbaar te maken?

Nederland moet zich bezinnen op de vraag of het NAVO-bondgenootschap louter op gedeelde democratische waarden stoelt of dat lidmaatschap ook wordt bepaald door geopolitieke overwegingen. Georgië is strategisch gelegen tussen Europa, Azië en het Midden-Oosten, in de nabijheid van olievelden en in de buurt van de zogeheten terrorism belt. In het verleden hebben ondemocratische regimes (Turkije, Griekenland en Portugal) wel vaker deel uitgemaakt van het bondgenootschap. Men kan zich verder afvragen hoe democratisch en liberaal sommige andere MAP-landen, zoals Albanië, zijn.

Vraagpunt is of uitbreiding van de NAVO gelijk op moet gaan met die van de EU. Kan Den Haag ja zeggen tegen NAVO-lidmaatschap van een land en nee tegen zijn toetreding tot de EU – gesteld dat Georgië dat laatste zou willen?

Die vraag hangt samen met de volgende kwestie: waar liggen de uiteindelijke oostgrenzen van de EU en de NAVO? Het bondgenootschap ontwikkelt zich steeds meer tot een mondiale veiligheidsorganisatie met belangen tot in Australië. De EU zal in hoofdzaak aan Europa gebonden blijven. Maar de discussie over de grenzen van beide wordt nog steeds angstvallig vermeden.

Ten slotte hangt het uitbreidingsvraagstuk van beide organisaties nauw samen met hun interne besluitvormingsstructuur. Dat geldt mogelijk nog meer voor de NAVO dan voor de EU, omdat het bondgenootschap zonder besluitvorming op basis van consensus ondenkbaar is.

Als de Nederlandse regering ten aanzien van deze punten een strategisch beleidsplan ontwikkelt, kan zij de komende jaren niet alleen goed beargumenteerd individuele beslissingen ‘verkopen’ aan het buitenland, maar dan kan de regering internationaal weer iets terugwinnen van het krediet dat zij de laatste jaren door de heersende Nederlandse introvertheid heeft verloren.

Bob de Graaff is hoogleraar politieke en culturele reconstructie bij de afdeling Geschiedenis van Internationale Betrekkingen van de Universiteit Utrecht.

    • Bob de Graaff