Spel New Amigos maakt een taal leren makkelijk

Een taal leren is vaak moeilijk, tijdrovend en saai.

Niet met het spel New Amigos, dat je bijvoorbeeld elke dinsdag bij Kriterion in Amsterdam kunt spelen.

New Amigos in Gent. Foto New Amigos New Amigos

In Genesis 11 van de bijbel creëert God spraakverwarring om te voorkomen dat de Toren van Babel wordt afgebouwd. De mensheid wilde met deze toren de hemel bereiken en de onderlinge eenheid bevorderen. Door Gods taalverwarring konden de mensen elkaar niet meer begrijpen, stokte de bouw en raakte de mensheid verdeeld.

Of je het nu gelooft of niet, – wetenschappers hebben een heel andere verklaring – taal is vrijwel onmisbaar om elkaar goed te begrijpen. Immigranten die de taal niet spreken integreren moeilijk. En op vakantie in Spanje kom je niet ver als je alleen de spelers van FC Barcelona kent.

Logische oplossing: een vreemde taal leren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Taalcursussen zijn vaak dodelijk saai, langdradig en moeilijk. En na afloop is je praktijkervaring meestal zo gering dat je onmiddellijk dichtklapt wanneer een buitenlander je aanspreekt.

De Noors-Engelse musicus Lakki Pattey was dat een doorn in het oog. Waarom maken we het niet leuker en makkelijker om een taal te leren én leer je en passant ook nog mensen kennen die de taal al spreken? Waarom geen spel? En dus ontwikkelde hij het bordspel New Amigos, een spel dat spelers een taal moet leren en – omdat het een gezelschapsspel is – ook nog eens gezellig is.

In 2002 werd dit spel gelanceerd in Noorwegen. Er ontstonden zogenaamde talencafés, kroegen waar mensen bij elkaar kwamen om New Amigos te spelen. Een instant succes. En omdat het spel een internationaal karakter had, werden in heel Europa talencafés gesticht. Het gevolg: in Parijs, Berlijn, Wenen, Oslo, Brussel en Hamburg wordt elke dinsdagavond tussen zeven en elf New Amigos gespeeld. En ook in Nederland zijn er sinds kort speellocaties. Zo kan er gespeeld worden in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Maastricht.

In bioscoopcafé Kriterion in Amsterdam loopt het nog niet echt storm. „We zijn pas een paar weken bezig, sinds september”, zegt coördinatrice Flora Hogerzeil. Ze heeft aan de zijkanten van vier tafels posters opgehangen. Op de tafels ligt het spel uitgestald. Over de hele avond schuiven slechts zeven spelers aan. Amsterdam is een uitzondering, verzekert Jessica Brouwer van de New Amigos-stichting. In de andere steden loopt het uitstekend.

Het spel zelf blijkt betrekkelijk eenvoudig. Je kiest een taal die je wilt leren, bijvoorbeeld Spaans. Kun je er niks van, dan begin je op het laagste, gele niveau. Ben je iets beter dan kies je voor oranje. En als je films van de Spaanse filmmaker Pablo Almodóvar zonder ondertiteling kunt volgen, dan zet je je pionnetje op rood.

En dan wordt er gedobbeld. Afhankelijk van het vak waar je op belandt, moe je woorden vertalen, werkwoorden vervoegen of zelfs conversaties worden voeren. Bovendien worden tussendoor vragen gesteld over de cultuur van het land waarvan je de taal wilt leren.

‘Herhaling is de basis van het onderwijs’. Deze les heeft de ontwerper onthouden: al spelend word je gedwongen moeilijke woorden te herhalen. En gaat vertalen van het Spaans naar het Nederlands goed, dan worden de rollen omgedraaid en zit je in het Spaans te stuntelen.

„Toch heb ik niet de illusie dat je op deze manier een taal kunt leren.” Het zijn de sceptische woorden van speler Dave Cohen. Zijn tafelgenoot David de Vries is daar minder van overtuigd: „Net als bij Triviant wordt kennis beloond. Dat is leuk en het werkt.” Ze spelen New Amigos voor het eerst. Ze vinden het best een aardig spel, maar dan toch vooral naast een taalcursus.

Een taal leren is maar één van de doelen, legt coördinatrice Hogerzeil uit. „Mensen kunnen elkaar beter leren kennen. Je weet daardoor niet alleen wat de ander zegt, maar begrijpt hem of haar ook beter.”

En, erkent Brouwer, er moeten spellen worden verkocht. „Fabrikant University Games is een commerciële instelling. En ook de New Amigos-stichting heeft geld nodig. Zo kunnen er nog meer talencafés komen in Nederland en Europa.”

    • Ton Wallast