Ramadan kost Aziz nog kracht

Ooit wil Aziz Mesaoudi zijn trainer Theo Barendse belonen met een nationale judotitel. Maar dan moet de judoka volgens zijn coach wat gemener en egoïstischer worden.

Aziz Mesaoudi deelt handtekeningen uit. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 28-10-2006): Het NK-Judo in het Topsportcentrum bij de Kuip in Rotterdam. Hier Aziz Mesaoudi deelt handtekeningen uit aan een aantal jonge fans na zijn verloren finale. Visser, Dirk-Jan

Aziz Mesaoudi moet een jaar of acht zijn geweest toen Theo Barendse hem leerde zijn band te knopen. Als drieëntwintigjarige traint de judoka nog altijd bij de coach van Arashi in Alphen aan den Rijn. Mesaoudi werd zaterdag tweede bij de Nederlandse kampioenschappen in de gewichtsklasse tot 66 kilogram. „Het is een soort kind van me, ja.”

Mesaoudi werd geboren in Alphen aan den Rijn als zoon van een Marokkaanse moeder en een Algerijnse vader. Hij deed eerst aan waterpolo, maar werd door zijn ouders ingeschreven bij de nieuw opgerichte judoschool Arashi, het Japanse woord voor storm. De judoka voltooide een opleiding tot sportmasseur en heeft intussen een eigen praktijk in Koudekerk.

Mesaoudi werd een aantal keren derde van Nederland en haalde vorig jaar voor het eerst de finale van de nationale titelstrijd, waarin hij verloor van Dex Elmont. De 22-jarige judoka van het Haarlemse Kenamju is ook dit jaar in de finale de tegenstander van Mesaoudi, die in de voorronde Maarten van Liempd en Chiel Willems versloeg. In die wedstrijden had de judoka moeite zijn concentratie vast te houden als gevolg van de ramadan. „Door het nuttigen van maaltijden in de avonduren kom je aan, zodat ik binnen een week drie kilo moest afvallen”, vertelt hij ruim een uur voor de finale in Topsportcentrum Rotterdam. „Dat was wennen, maar in de finale ben ik weer helemaal scherp.”

En dat is nodig volgens coach Theo Barendse. „Elmont is de Europees juniorenkampioen en de nummer zeven van de wereld. Van hem win je niet zomaar”, zegt hij, terwijl Mesaoudi zich opwarmt in de trainingszaal. In ritmische bewegingen neemt hij zijn sparringpartner minutenlang op dezelfde manier op de heup. „Elmont is niet alleen judotechnisch beter, maar is ook slimmer tijdens de partij. Vorig jaar verloor Aziz de finale op een strafje. Ik vond dat niet helemaal terecht, maar ook al was dat niet gebeurd, dan is dat geen garantie dat hij wel had gewonnen.”

Mesaoudi traint sinds 1990 bij Barendse. „Je zou hem mijn tweede vader kunnen noemen”, zegt de judoka. „Hij is heel creatief in zijn benadering van de sport, zowel in staande situaties als in grondgevechten. Ik krijg aanvullend training van bondscoach Maarten Arens en heb geen reden naar een andere club te gaan. Bij Arashi zijn voldoende jongens in mijn gewichtsklasse en ik haal genoeg voldoening uit de trainingen.”

„Hij is als een kind voor me”, zegt Barendse. „Dat heb je niet met al je pupillen, maar met sommigen klikt het. Dat zijn de judoka’s die talent hebben en willen leren. Ik heb dat ook met hem”, wijst de coach naar Rutger Samuels. „Hij is Nederlands kampioen tot 15 jaar en nu al verder dan Aziz op die leeftijd was. Aziz is een gentleman die judoot op techniek; eigenlijk zou hij wat gemener en egoïstischer moeten zijn.”

In de finale laat Elmont het initiatief aan Mesaoudi. Die doet vergeefse pogingen dichter bij zijn tegenstander te komen. Elmont scoort halverwege de wedstrijd een yuko met een schouderworp, maar acteert in het vervolg op het randje van passiviteit. De judoka van Kenamju valt echter vlak voor tijd een tweede keer op het juiste moment aan en wint met twee yuko’s. Het dansje voor de neus van Mesaoudi komt de Nederlands kampioen op boegeroep uit het publiek te staan.

„Ik liep constant achter hem aan”, verklaart de bezwete Mesaoudi na afloop. „Hij judoot gewoon professioneler, ook al merkte ik dat ik ben gegroeid in vergelijking met afgelopen jaar. Ik wil dit jaar veel internationaal judoën. Daardoor ontwikkel je technieken, een bepaalde handelingssnelheid en slimheid op de mat.”

De finaleplaats geeft Mesaoudi recht op deelname aan de volgende NK. Hij heeft een handvol podiumplaatsen, maar is ook titelloos. Toch is Mesaoudi ervan overtuigd dat hij de stap naar de Nederlandse titel bij zijn trainer Barendse kan maken. „Ik ben zelf ook judoleraar en ik merk het als ik niet meer vooruit ga. Dat gevoel heb ik niet.”

Barendse windt zich na de medaille-uitreiking op over de passieve houding van Elmont, maar erkent het lesje in routine. Ook hij ziet geen reden voor een overstap van zijn pupil naar een andere coach. „Judoka’s zien collega’s internationaal succes halen bij een andere trainer. Ze stappen over, maar vergeten dat ze het allemaal zelf moeten doen. Toen Mark Huizinga zes jaar geleden in Sydney olympisch goud won, zijn veel judoka’s bij Chris de Korte gaan trainen. Maar dat is geen garantie voor prijzen. Het moet wel klikken met een coach.”

    • Michiel Dekker