Politieke wedergeboorte ondanks corruptie

Met een royale meerderheid is Luiz Inácio Lula da Silva herkozen tot president van Brazilië. „Het volk gaat het nu nog beter krijgen’’, belooft de linkse politicus. Maar het volk is ook sceptisch na vier jaar Lula.

Staphorstig stil verloopt de verkiezingszondag in het twaalf miljoen inwoners tellende São Paulo, de grootste metropool van Zuid-Amerika. Aan niets valt te merken dat 125 miljoen Brazilianen voor vier jaar een nieuwe president kiezen. Maar als even na zeven uur ’s avonds duidelijk wordt dat de linkse 61-jarige Luiz Inácio Lula da Silva voor de tweede keer tot president is gekozen, begint de stad als bij toverslag te feesten.

Heupwiegend, toeterend en vlaggend vieren de ‘Paulistas’ de politieke wedergeboorte van Lula. De politicus die eerder nog onder corruptieschandalen leek te bezwijken heeft alsnog royaal gewonnen. Ruim 58 miljoen Brazilianen kozen voor de man die in zijn jonge jaren als metaalwerker de pink van zijn linkerhand verloor. Dat zijn 21 miljoen stemmen méér dan zijn uitdager, de steil-katholieke medicus Geraldo Alckmin van de sociaal-democratische PSDB, vergaarde. Nooit eerder behaalde een Braziliaanse presidentskandidaat zoveel stemmen, zes miljoen meer dan in 2002.

„Als Lula had verloren was de achterstelling weer begonnen. Hij is de enige politicus die werkelijk geeft om het gewone volk”, zegt Míriam Batista. De vrouw, op leeftijd, staat twee uur voor de overwinningstoespraak van Lula op de centrale Avenida Paulista al tegen het dranghek geperst. Ze heeft een sticker van Lula op haar voorhoofd geplakt.

Op het podium, achter een gordijn van glinsterende confetti, belooft Lula dat „het volk het nog beter krijgt tijdens mijn tweede mandaat”. Hij heeft in zijn eerste termijn „een solide basis” gelegd voor nog meer voorspoed. Lula zegt „een president voor alle Brazilianen te zullen zijn maar met speciale aandacht voor de arme mensen”. Hij draagt een wit T-shirt met de Braziliaanse vlag met de uitdagende tekst: Brazilië is de Winnaar.

De omvangrijke rode menigte met vaandels van de Arbeiderspartij PT en communistische vlaggen juicht hem uitbundig toe. Maar afgezien van dit partijfeest is de algemene stemming in de stad minder vrolijk dan vier jaar geleden. Toen vierde Brazilië een ongekend historisch moment met de uitverkiezing van de gewone arbeider tot hoogste baas van het grootste land van Latijns Amerika.

Vooral de meer hoog opgeleide Brazilianen zijn gedesillusioneerd over de man die een schone, meer ethische politiek belichaamde. „Wie nu nog op Lula stemt, is niet goed bij zijn hoofd”, zegt bankmedewerkster Ana Teixeira voordat ze in de wijk Brooklin stemt op Alckmin. Bij drie vorige presidentsverkiezingen koos zij nog vol overtuiging voor Lula. En het zijn niet eens de corruptieschandalen waar medewerkers van Lula’s partij herhaaldelijk bij betrokken waren die haar op andere gedachten hebben gebracht. „Braziliaanse politici zijn traditioneel corrupt. Maar Lula zegt ter verontschuldiging steeds dat hij niet op de hoogte was van het ‘gefoezel’. Wat voor leider is het dan?”

Nog illustratiever voor de omslag in de publieke opinie is de houding van Jackson Inácio da Silva, broer van Lula. Hij heeft op Alckmin gestemd. Lula is volgens hem veel van zijn sociale beloftes niet nagekomen. En toen vorig jaar duidelijk werd dat de PT uit een kas met zwart geld congresleden maandelijks ruim 10.000 euro betaalde in ruil voor politieke steun, had Lula voor hem politiek afgedaan.

Dat Lula toch wist te winnen, is voor een deel te danken aan de weinig charismatische Alckmin. De technocratische voormalige gouverneur van São Paulo wist de gewone man in de talrijke arme deelstaten niet te overtuigen. Lula heeft ook vrijwel alle stemmen binnengehaald die in de eerste ronde op kandidaten van kleinere, linkse partijen zijn uitgebracht.

De president zei gisteravond op een persconferentie zijn uiterste best te gaan doen het land te verenigen. Want na een maandenlange campagne van, wat analisten hier noemen, verbaal terrorisme is de Braziliaanse bevolking volledig verdeeld in ‘Lulistas’ en ‘Niet-Lulistas’. Beide kampen hebben zich de afgelopen tijd vooral uitgeput in het beledigen van de ander.

Alckmin en de zijnen behoorden volgens Lula tot de verderfelijke elite die verantwoordelijk is voor de armoede. En Alckmin was ook nog eens de oorzaak van de criminaliteit en onveiligheid. Vanuit de gevangenis heeft het ‘crimineel commando’ PCC de afgelopen maanden een reeks van gewelddadige incidenten georganiseerd in São Paulo. Allemaal de schuld van de oud-gouverneur, heette het.

De oppositie heeft geen kans onbenut gelaten Lula als de bendeleider van een corrupt commando van politici af te schilderen. En wij hebben boeven tenminste nog opgesloten, zei Alckmin afgelopen vrijdag in het laatste tv-debat. De PT-leden die in opspraak raakten, lopen nog steeds vrij rond en zijn deels weer herkozen, aldus de oppositie.

De oppositie heeft het overigens nog niet zo slecht gedaan bij de verkiezingen. In de twee qua bevolkingsaantallen en industriële activiteit belangrijkste staten van Brazilië, São Paulo en Minais Gerais, zijn de kandidaten van de PSDB, José Serra en Aécio Neves da Cunha, met grote meerderheid tot gouverneur gekozen. De 46-jarige econoom Neves, telg uit een vooraanstaande politieke familie, wordt algemeen gezien als de voornaamste kanshebber om in 2010 tot president van Brazilië te worden gekozen. Zelfs Lula prijst hem regelmatig en heeft laten weten graag met hem te gaan samenwerken.

De belangrijkste problemen voor de tweede regering-Lula liggen op het terrein van onderwijs en veiligheid. De president zei gisteren te verwachten dat een snellere economische groei hem in de gelegenheid zal stellen meer uitgaven te doen. Onder zijn bewind bedroeg de economische vooruitgang gemiddeld een magere 2,8 procent – waarmee het alleen succesvoller was dan landen als Haïti en Paraguay, zoals de oppositie niet nalaat op te merken.