Land van lange tenen

Om iemand gezichtsverlies te laten lijden, is het voldoende om op hoge toon publiekelijk excuses te eisen. Zo moest de Amsterdamse wethouder Aboutaleb (PvdA) door het stof voor minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD). Ook van het Kamerlid Huizinga-Heringa (ChristenUnie) eiste Verdonk excuses nadat het Kamerlid de uitzetting van illegalen had vergeleken met de deportatie van joden in de Tweede Wereldoorlog. En in de Tweede Kamer moesten de voor de Schipholbrand verantwoordelijke bewindspersonen vorige week ook al spijt betuigen. Tot slot eisten afgelopen vrijdag Surinaamse Nederlanders dat premier Balkenende (CDA) zijn excuses aanbood voor zijn opmerking dat Nederland „een VOC-mentaliteit nodig heeft”. Nederland dreigt vooral een land van lange tenen te worden.

Waarom Aboutaleb uiteindelijk zijn excuses aanbood aan Verdonk, is een raadsel. Tijdens het tv-programma Buitenhof gisteren, deed hij dat zelfs voor de derde keer. De wethouder had Verdonk ervan beticht dat zij destijds politiek gebruikmaakte van de moord op de cineast Van Gogh door hem postuum als een fervent medestander aan te halen. Daarin had Aboutaleb volstrekt gelijk, sterker: PvdA-leider Bos had hetzelfde al veel eerder gezegd. Maar toen was het geen campagnetijd, zou een medewerker van Verdonk hebben gezegd. Een interessant gezichtspunt: publieke vernedering als bona fide onderdeel van de verkiezingsstrijd.

Mogelijk was dat ook het motief van de fracties van PvdA, GroenLinks en de VVD om bij de debatten over de Schipholbrand verontschuldigingen te eisen van het kabinet, en dan met name van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA). Dat oogde nogal schraal: de toenmalige ministers Donner (Justitie, CDA) en Dekker (VROM, VVD) waren immers al afgetreden in verband met de kwestie. Nagenoeg de hele Kamer is bovendien van mening dat Hirsch Ballin nu aan de slag moet om de brandveiligheid van gevangenissen te verbeteren. Uiteindelijk kwam het kabinet knarsetandend met excuses over de brug. Maar inmiddels lijkt het erop dat de minister een structureel probleem heeft met zijn eigen ambtelijke ondersteuning: tot twee keer toe verstrekte hij afgelopen week verkeerde informatie aan de Kamer. De minister moet vóór het debat morgenavond maatregelen treffen, want in dit geval helpt ‘sorry’ zeggen niet.

Balkenende probeerde vrijdag tevergeefs een aantal boze Surinamers met ‘preventieve’ excuses te weerhouden van een protest tegen zijn opmerking over de wenselijkheid van een ‘VOC-mentaliteit’ in Nederland. Ook dat gebaar kan niet los worden gezien van de komende Kamerverkiezingen. Van de minister-president kan worden gezegd dat hij een romantisch beeld van het verleden koestert. En dat hij de historie graag inzet voor zijn actuele politieke agenda. Dat is eens te meer een bewijs dat geschiedenis in handen van politici niet veilig is. Maar het was vergezocht van de Surinaamse Nederlanders om die naïeve opmerking over de VOC in verband te brengen met de slavenhandel. Nederland is te klein voor zulke lange tenen.