Het gaat goed, dat kan nooit lang duren

Veel Europeanen denken ten onrechte dat na een goed 2006 de groei in 2007 zal tegenvallen, vindt Melvyn Krauss. Maar om inflatie tegen te gaan, zijn wel structurele hervormingen nodig.

In Europa is het pessimisme over de economie diepgeworteld – hoe beter de economie het vandaag doet, des te slechter denken de meeste mensen dat zij het morgen zal doen. Voor de economische groei in Europa blijkt 2006 een fantastisch jaar. Toch verwachten de pessimistische deskundigen in Europa niet dat deze trend zich zal voortzetten en van 2007 een nog beter jaar zal maken. Zij rekenen op een aanzienlijke groeivertraging in 2007. Twee goede jaren op rij in Europa – dat lijkt hun uitgesloten.

Uiteraard kent ieder jaar zijn problemen, en 2007 zal daarop geen uitzondering zijn. Wat de groeipessimisten in het bijzonder angst inboezemt, is (1) een hogere Europese rente, (2) een verslappende Amerikaanse economie en (3) de stijging van de Duitse btw van 16 naar 19 procent aan het begin van het jaar. Voor geen van deze factoren hoef je bang te zijn.

De zorgen over de gevolgen voor de groei van de renteverhogingen van de Europese Centrale Bank in 2006 zijn gebaseerd op de verwarring tussen de reële en nominale rentetarieven. De Europese rente in 2006 zal het eind van het jaar met 150 basispunten zijn gestegen, van 2 procent aan het begin van het jaar tot 3,5 procent aan het eind. Maar de Europese inflatie groeit in ongeveer hetzelfde tempo. Dat betekent dat de reële rentestand – de rente gemeten in termen van goederen en diensten – gelijk is gebleven. En het is de reële rente, niet de geldrente, die van belang is voor de economische groei.

Europa moet zichzelf afvragen: hoe kan er in 2007 een door de rente veroorzaakte groeivertraging plaatsvinden, als de reële rente nauwelijks een krimp heeft gegeven, ondanks een economisch gezond 2006? Bovendien kunnen de waarschijnlijke toekomstige stijgingen van de reële rente, die noodzakelijk zijn om de prijsstabiliteit op peil te houden, makkelijk zonder economische ontwrichtingen uit de winsten worden gefinancierd, omdat die winsten in Europa hoog zijn.

De waarheid is dat de rente – zowel de nominale als de reële – in Europa te laag is, niet te hoog.

Voor zover het de Amerikaanse economie aangaat, hebben de kelderende benzineprijzen – een daling van 25 procent binnen een maand – het consumentenvertrouwen en de consumptie-uitgaven verhoogd op het moment dat werd verwacht dat de consumenten op de rem zouden trappen wegens de inzinking van de huizenmarkt. Bovendien heeft Alan Greenspan, de vroegere voorzitter van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken), gezegd dat de correctie op de huizenmarkt al bijna achter de rug is. De Europeanen lopen somber achter de feiten aan. Zij zetten zich schrap voor een inzinking van de Amerikaanse groei in 2007, terwijl die al heeft plaatsgevonden, zonder veel consequenties voor de Europese of de Amerikaanse economie.

Uiteraard zijn de benzineprijzen ook in Europa gedaald, en die daling zal ertoe bijdragen dat de angel verdwijnt uit de controversiële btw-verhoging van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Zij heeft geluk gehad. De dalende benzineprijzen en de hoge winsten in Duitsland zullen de belastingverhoging ‘financieren’. Die wordt daardoor weinig meer dan een hobbeltje voor de Duitse economie – als de benzineprijzen tenminste laag blijven.

Langzamerhand realiseert de Duitse regering zich dat haar pessimisme over de economie misplaatst was. Onlangs verhoogde zij de groeiverwachtingen, van 1,6 naar 2,3 procent voor 2006 en van 1,0 naar 1,4 procent voor 2007. Wees niet verbaasd als de regering zich opnieuw laat verrassen door de duurzame kracht van de economie en de verwachtingen dientengevolge opwaarts blijft bijstellen.

Een belangrijk nevenproduct van de krachtige Europese groei is dat het de noodzaak van structurele hervormingen nog urgenter maakt. Het ontbreken van structurele hervormingen – bijvoorbeeld van de arbeidsmarkt of de concurrentiepraktijk – betekent dat de potentiële Europese economische groei (het groeiplafond) lager is dan het zou moeten zijn. Met een laag groeiplafond zorgt de feitelijke economische groei al op een betrekkelijk vroeg moment in het groeiproces voor inflatiedruk. Dat maakt het voor Europa lastig om te kunnen genieten van een langdurige periode van robuuste groei zonder inflatie.

Vroegtijdige inflatiedruk is een van de voornaamste redenen dat de twee ECB-presidenten tot nu toe, Wim Duisenberg en zijn opvolger Jean-Claude Trichet, in hun persconferenties en toespraken consequent hebben aangedrongen op structurele hervormingen. Het is tenslotte de ECB die de inflatie moet bestrijden die wordt veroorzaakt door het gebrek aan structurele hervormingen in Europa.

Groeipessimisten hebben een punt als zij pessimistisch zijn over de kansen dat Europa structurele hervormingen doorvoert om het groeiplafond te laten stijgen. De Europese politici weigeren eenvoudigweg in deze belangrijke kwestie de leiding te nemen.

De zwartkijkers hebben het echter bij het verkeerde eind als het gaat om Europa’s kansen om zijn beperkte groeipotentieel te verwezenlijken. De feitelijke economische groei van Europa is behoorlijk goed geweest en belooft – dankzij de lage benzineprijzen, de lage rente, de solide winsten en het goede groeitempo – nóg beter te worden voordat het plafond wordt bereikt en de inflatiedruk toeneemt. Het lijkt erop dat Europa in 2007 opnieuw een periode van groei zal doormaken.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover Instituut van de Universiteit van Stanford. © Project Syndicate

    • Melvyn Krauss