Duitse monsters

In de architectuur wordt originaliteit geprezen. Daarom valt het extra op als gebouwen op elkaar lijken. In het negende deel van een serie het voor Nederland invloedrijke Piraeus-woongebouw.

Toen het Piraeus-woongebouw twaalf jaar geleden in Amsterdam werd opgeleverd, kon niemand bevroeden dat dit het invloedrijkste gebouw van de afgelopen jaren zou worden. De donkere kolos op het KNSM-eiland, ontworpen door de Duitse architecten Hans Kollhoff en Christian Rapp, had alles in zich om een eenzame Duitse zonderling te worden. Weliswaar beweerde Kollhoff dat het Piraeus-gebouw aansloot op de bakstenen architectuur van de Amsterdamse-Schoolarchitecten uit het begin van de twintigste eeuw, maar zijn gebouw was eerst en vooral toch heel erg Duits.

De bakstenen waaruit het gebouw is opgetrokken zie je bijvoorbeeld niet in het werk van de Amsterdamse-School, maar wel in bijvoorbeeld het expressionistische Chile Haus in Hamburg uit 1924. Ook de schaal van Kollhoffs reus komt meer overeen met die van de grote expressionistische gebouwen in Duitsland dan met die van de vaak petieterige Amsterdamse-Schoolgebouwen. De loggia’s met glas waarmee veel woningen in het Piraeus-complex zijn uitgerust, zijn ook iets dat je vaak ziet in Duitsland en zelden in Nederland.

Bovendien heeft de karakteristieke sculpturale vorm van het Piraeus-gebouw redenen die plaatsgebonden waren en herhaling ervan leken uit te sluiten. Het opvallende, geleidelijk oplopende dak van het wooncomplex is geen gril van de architect maar komt voort uit het gegeven dat een klein, oud havengebouwtje een monument was dat behouden moest blijven. Om op dit gebouwtje aan te sluiten, lieten Kollhoff en Rapp hun reuzenblok aan beide zijden van het monument laag beginnen om het vervolgens geleidelijk op te laten lopen. Deze vorm had als bijkomend voordeel dat zo meer woningen in het noordelijk deel van het blok aan hun achterzijde direct zonlicht krijgen.

Maar hoe Duits en zonderling het ook was, het Piraeus-gebouw heeft diepe indruk gemaakt op Nederlandse architecten. Sinds 1994 hebben zij niet alleen steeds meer gebouwen in Nederland getooid met donkere bakstenen, maar hebben ze die vaak soortgelijke sculpturale trekken gegeven. De meest recente nauwe verwant van Kollhoffs gigant is Scherf 13, een nieuw buurtje in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn naar een ontwerp van SeARCH, het architectenbureau van Bjarne Mastenbroek.

Natuurlijk is Scherf 13 anders dan het Piraeus-gebouw. Het wijkje 13 bestaat uit laagbouw en twee heel grote appartementengebouwen. En deze laatste twee dozen zijn, ook weer anders dan in Amsterdam, niet om een bestaand monumentje heen gedrapeerd tot twee gesloten blokken, maar liggen evenwijdig aan elkaar en zijn door veel luchtbruggen met elkaar verbonden. Zo zijn er nog meer verschillen – onder Scherf 13 zitten bijvoorbeeld parkeerplaatsen, onder Piraeus niet – maar de eerste aanblik van Mastenbroeks appartementendozen in Leidsche Rijn brengt toch onmiddellijk het Piraeus-gebouw in herinnering.

Zo zijn ook de dozen van Mastenbroek niet alleen bekleed met een soortgelijke donkere, licht glanzende baksteen als die van Kollhoffs donkere monster, maar heeft het ook een geleidelijk oplopend dak gekregen.

Ook zit er, zoals het hoort bij sculpturale gebouwen, een groot gat in. Zelfs in details zijn er overeenkomsten. Veel woningen in Scherf 13 hebben net zulke Duitse loggia’s gekregen als die in het Piraeus-gebouw, compleet met soortgelijke vouwramen. Zo heeft, twaalf jaar na Amsterdam, nu ook Utrecht zijn zonderlinge Duitse woonreus gekregen.

    • Bernard Hulsman