Zijn politici nihilisten? Jan Marijnissen: Het gaat om veel meer dan wie de premier wordt

In Opinie & Debat van 21 oktober hekelde de Amsterdamse hoogleraar politieke theorie Jos de Beus het gebrek aan debat over belangrijke thema’s tijdens de verkiezingscampagne. Een optreden bij RTL Boulevard scoort beter dan gloedvolle betogen over de toekomst van de EU of staatsrechtelijke vernieuwing. ,,Het is erger dan een misdaad – om Talleyrand te citeren – dat lijsttrekkers hun belangrijke meningsverschillen over fundamentele thema’s en vragen weigeren uit te spelen. Het is een blunder”, schreef De Beus (PvdA-lid). Op deze pagina de reacties van vier lijsttrekkers.

‘Het is erger dan een misdaad dat lijsttrekkers hun belangrijke meningsverschillen over fundamentele thema’s en vragen weigeren uit te spelen.’ Zo typeert Jos de Beus deze verkiezingscampagne, met een parafrase van Talleyrands beroemde uitspraak.

Zwijgen is helaas niet ongewoon in de politiek. In de jaren tachtig en negentig weigerden PvdA, CDA en VVD zich uit te spreken over grote kwesties als de haperende integratie van migranten, de botsing tussen Europese samenwerking en nationale soevereiniteit, en het verval van de publieke moraal – allemaal zaken die wél speelden bij de bevolking. Ikzelf heb toen moeten ervaren dat je in je eentje niet kunt discussiëren. Ook Frits Bolkestein weet daarover mee te praten. Er moest een fortuynistische kiezersopstand in 2002 en een verpletterende Europese referendumuitslag in 2005 aan te pas komen, om die debatten eindelijk te openen.

Ook nu wordt over de essentie van de verkiezingsstrijd weer gezwegen en gaat het debat over de verkeerde dingen. De vraag wie de volgende premier wordt, is voor politici wellicht belangrijk, maar voor burgers telt veel meer: welke coalitie gaat ons regeren en waarheen leidt die ons? Dáárover zouden de hoofdrolspelers Bos en Balkenende moeten spreken, maar juist daarover houden ze de kaken stijf op elkaar. Stem ons – en wacht maar af wat je daarna krijgt.

Beiden houden alle deuren open, bang om de deur voor sommige kiezers te sluiten. Ze spelen voor het oog van media en publiek hun ‘titanenstrijd’: wordt het de een óf de ander – terwijl straks de één ons mét de ander opscheept met een kabinet dat de meeste mensen niet willen.

Onderzoeken zoals ‘In het zicht van de toekomst’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien waar de breuk ligt tussen politiek en publiek. De meeste mensen hopen op een samenleving waar de verschillen niet te groot zijn, mensen solidair zijn met elkaar en gemeenschapszin heerst. Burgers vrezen echter een hardere maatschappij, met grotere onderlinge verschillen, waar we meer met elkaar concurreren en ruwer met elkaar zullen omgaan. Deze verkiezingen zouden daarom moeten gaan over wat voor soort samenleving wij willen opbouwen en wat we daarvoor moeten doen. Waarom gaan we het daar dan niet over hebben, als de media ons de komende weken een podium bieden?

Politiek is geen prostitutie. Dat politici iedereen willen behagen is niet goed. Alle peilingen – hoe verschillend ook – geven aan dat burgers voelen waar de echte ideologische strijd zit: tussen een liberale coalitie (CDA en VVD) en een sociale coalitie (PvdA, SP en GroenLinks). Beide hebben een ruime aanhang, maar geen van beide heeft nog een meerderheid. Dát zou de inzet moeten zijn van deze verkiezingen: gaan we na 22 november rechtsdoor of linksom? Zo kunnen de kiezers werkelijk de richting van het beleid voor de komende jaren bepalen.

Het artikel van Jos de Beus kan worden nagelezen op www.nrc.nl/opinie

    • Jan Marijnissen