‘Volks’ Wikipedia heeft grote toekomst, ook voor serieuze informatievoorziening

Een van de oprichters van internetencyclopedie Wikipedia wil een variant daarop maken met een grotere rol voor deskundigen. Maar er zijn betere manieren om de zwakke punten van Wikipedia te corrigeren. Maak bijvoorbeeld anonieme bijdragen onmogelijk.

Emeritus hoogleraar psychologie en redacteur van het Nieuw Cultureel Woordenboek

De twee Amerikaanse oprichters van internetencyclopedie Wikipedia, Wales en Sanger, hebben ruzie. Sanger heeft aangekondigd een verbeterde versie van Wikipedia te gaan ontwikkelen: Citizendium, een compendium van kennis voor citizens. Waarom doet hij dat? Heeft hij kans van slagen? Ik denk van niet. Trouwens, voor de Nederlandstalige versie van Wikipedia zal dat voorlopig niets uitmaken. Maar wel moeten hier meer mensen met kennis van zaken zich voor Wikipedia gaan inzetten. Want dat is het waard.

Waarom Citizendium?

De bezwaren die tegen Wikipedia aangevoerd kunnen worden, zijn bekend. Omdat iedereen, zelfs de grootste domoor, mag meeschrijven aan de artikelen, is de kwaliteit van de inhoud niet te garanderen. De bestaande kwaliteitscontrole, hoe verdienstelijk ook, kan de onstuimige groei in kwantiteit niet bijhouden.

Het idealisme van de oprichters heeft toegelaten dat mensen anoniem op Wikipedia mogen inloggen en daar dan bestaande artikelen kunnen verminken. De bewakers van het systeem zijn veel tijd kwijt met het opsporen van zulke personen. Maar de straffen die zij mogen uitdelen, zoals de toegang van de door de vandaal gebruikte computer voor één dag blokkeren, zijn veel te laag.

Larry Sanger wil daarom in zijn nieuwe project alleen medewerkers toelaten na ballotage. Ook wil hij terug naar redactieteams, terug dus naar de manier waarop al eeuwenlang encyclopedieën worden gemaakt.

Heeft Citizendium kans van slagen?

Sanger kan om te beginnen alle anderhalf miljoen (!) artikelen die nu al op de Engelstalige Wikipedia staan als basismateriaal kapen van Wikipedia. Dat volgt uit de Free Documentation License, waaronder alles valt wat in Wikipedia staat, teksten zowel als illustraties. Deze licentie houdt in dat alles vrij van auteursrecht is en dus vrijelijk mag worden overgenomen en gewijzigd (maar wel met bronvermelding). De hergebruiker is alleen verplicht datgene wat hij of zij overneemt ook weer vrijelijk beschikbaar te stellen voor nieuwe hergebruikers.

Maar na het kopiëren van het materiaal begint voor Citizendium het proces van kwaliteitsverbetering. Let wel, we spreken dan alleen nog van de Engelstalige versie van Wikipedia; aan Citizendiums in andere talen denkt Sanger nog niet.

Zal hij voldoende mensen vinden die zonder betaling – want geld is er niet, tenzij hij zou besluiten advertenties te gaan toelaten – dit verbeterwerk voor Citizendium willen gaan doen? Ik denk van niet. Zelf werk ik mee aan de Nederlandstalige versie van Wikipedia, en ik heb ervaren dat het verbeteren van bestaande artikelen een lastig en ergerniswekkend karwei is. Veel minder leuk dan nieuwe artikelen schrijven. En ook heb ik ervaren dat het moeilijk is om collega’s die ergens verstand van hebben over te halen hun tijd te geven aan kwaliteitsverbetering van artikelen in Wikipedia. Voor een deel komt dit, denk ik, doordat schrijvers hun bijdragen niet met naam en functie kunnen ondertekenen. Bij ieder artikel op Wikipedia staat onder ‘Geschiedenis’ een lijst van alle voorafgaande versies, met datum en naam van de auteur. Alleen uit dit logboek van ieder artikel kan men zien wie aan welke versie heeft bijgedragen, tot de oudste toe. Maar in het artikel zelf staan geen namen van auteurs. Dat zou ook niet kunnen, want soms zijn dat er wel honderden. Ook van mensen die alleen aan de vormgeving gewerkt hebben. Citizendium kan dit systeem niet veranderen, omdat ook Sanger wil dat artikelen te allen tijde herzien mogen worden, alleen wel door tevoren goedgekeurde medewerkers.

Bovendien zal Citizendium het enthousiasme missen van alle jonge doe-het-zelf mensen, die aan het ideaal van een gratis en altijd up-to-date encyclopedie willen meewerken, in een sfeer van samenwerking en wederzijdse hulp. Citizendium zal het daarentegen moeten hebben van druk bezette oudere deskundigen, die het als een zure verplichting zullen ervaren voor nop de rommel te moeten opruimen die anderen op Wikipedia hebben achtergelaten. Nogmaals: ik zie het daar niet van komen.

Een Nederlands Citizendium?

Gesteld dat Citizendium – in het Engels – toch zou slagen, wat is daar dan van te verwachten voor de Wikipedia’s in al die andere talen? Men kan dan de verbeterde en nieuwe artikelen uit Citizendium in vertaling overnemen. Zoals dat nu ook al gebeurt vanuit Wikipedia’s in andere talen naar het Nederlands. Dat zou natuurlijk mooi zijn. Maar daar blijft het dan ook bij. Want hier zal geen Nederlandstalige Citizendium ontstaan. Daarvoor is in ons taalgebied het potentieel aan deskundige vrijwilligers dat zich voor een ballotage zou aanmelden, veel te klein.

En hoe zal het gaan in de andere taalgemeenschappen? Uit de Duitse, die de op een na grootste Wikipedia bij elkaar geschreven heeft, met nu tegen een half miljoen artikelen, hoor ik voornamelijk negatieve reacties op het streven van Sanger. Die Duitstalige versie, steunend op een veel groter potentieel aan medewerkers dan bij ons, lijkt mij over het algemeen genomen van zeer goede kwaliteit. Op een conferentie in Göttingen in juni voelde ik weer de ernst en zorgvuldigheid waarmee Duitsers dit soort zaken aanpakken. Zij zijn ook heel trots op wat ze met Wikipedia bereikt hebben en willen niet dat door een parallel bestaan van Citizendium hun Wikipedia een tweederangs status zou krijgen.

Het voordeel

Wat zou ik willen dat de dreiging van een superieur Citizendium voor goeds brengt? Dat eerst de Engelstalige Wikipedia gemeenschap, en daarna ook de Nederlandstalige, besluit om zelf ook de anonieme gebruikers het inloggen en veranderen onmogelijk te maken. Het registreren als gebruiker moet zorgvuldiger gebeuren. Zelf heb ik ook moeite met al die mensen die dan wel niet anoniem maar dan toch alleen onder pseudoniem – veelal ook nog met infantiele chatroom-naampjes – bekend willen zijn aan hun mede-wikipedianen. Zeg toch gewoon wie je bent en wat je achtergrond is. Dat maakt het communiceren ook veel makkelijker. Maar in de wereld van internet is het meedoen onder verschillende identiteiten een spel geworden dat wel niet meer zal overgaan. Dus zullen we met al die rare schuilnamen moeten leren leven. Maar de anonymi, die ook geen gebruikerspagina openen waarop ze zich bekendmaken, moeten geweerd worden.

Deze week nog zag ik weer dat een zogeheten serievandaal in een kwartier tijd uit tal van artikelen hele stukken had geschrapt. Gelukkig was een oppassende vandalismebestrijder, ene Willem, zo alert om deze vernielingen vrijwel dezelfde dag nog ongedaan te maken. Zo werkt die gemeenschap nu eenmaal. Allerlei mensen geven hun vrije tijd aan het bewaken en opschonen van wat al bereikt is. Die moeten daar vooral mee doorgaan.

Mijn ervaring met meewerken aan de Nederlandstalige Wikipedia brengt mij ertoe speciaal gepensioneerde deskundigen, op allerlei terrein, op te roepen hun kennis te gaan inbrengen in dit project. Natuurlijk moet men eerst de weerstand overwinnen tegen het afstaan van kennis die vervolgens door willekeurige anderen uitgebreid en gedetailleerd kan worden. Ook moeten mensen die gewend zijn onder eigen naam te publiceren, leren aanvaarden dat men de eigen naam allen nog in het logboek van een artikel kan terugvinden. Bovendien moeten ze daarbij leren accepteren dat anderen die zich met het artikel bemoeien, waaraan men juist zo hard gewerkt heeft, dikwijls veel jonger zijn, studeren of zelfs nog op school zitten.

Ik raad collega’s die aan Wikipedia willen gaan meewerken, aan om op hun ‘gebruikerspagina’ duidelijk te zijn over hun deskundigheid. Mijn ervaring is dat men op Wikipedia respect heeft voor mensen die tonen kennis van zaken te hebben, bijvoorbeeld door aan artikelen goede links naar externe bronnen mee te geven.

Waar Noord-Nederlands sprekenden ook even aan moeten wennen, is dat Zuid-Nederlands sprekenden, Vlamingen dus, andere woorden en zinsconstructies kunnen gebruiken dan wij hierboven gewend zijn. Zelf verander ik bij gelegenheid het Vlaams maar in ABN, maar je moet oppassen niet op gevoelige tenen te gaan staan.

Mijn ervaring is dat de mensen die veel aan Wikipedia meewerken – dat zijn er veel meer dan alleen de ‘moderatoren’ – redelijk en van goede wil zijn, bereid tot overleg op de ‘overlegpagina’ van het betreffende artikel of op de overlegpagina van de betreffende auteur, mits men zelf ook inschikkelijk en respectvol opereert.

Ook voor het aantrekkelijker maken van artikelen door illustraties toe te voegen zijn meer vrijwilligers nodig. De techniek van het meewerken is in korte tijd onder de knie te krijgen en al doende leert men bij.

Men moet zich niet laten afschrikken door het feit dat op Wikipedia veel artikelen staan die normaal niet in een encyclopedie gevonden worden, zoals over vele honderden soorten motorfietsen of over vele honderden voetballers, popmuzikanten en andere artiesten. Dit is het gevolg van de enthousiaste medewerking van allerlei mensen uit de samenleving die nooit aan een universiteit of hogeschool gestudeerd hebben, maar trots zijn op de kennis die zij hebben van zaken die nergens onderwezen worden. Gestudeerde en ervaren vakspecialisten – intellectuelen ook – kunnen artikelen op hun terrein afpalen en hoeven zich niet te generen deel te nemen aan een ‘volks’ project, waarin veel pagina’s zaken behandelen die niet tot de ‘high culture’ behoren.

De startpagina van wikipedia is www.wikipedia.org of com. Meer informatie over citizendium, waaronder de uitgebreide beginsel-verklaring, via www.citizendium.org of com.